Mare Nummer 28     22 april 2010

28
Links: Driekolendruk van Sara Maria Zweers-Ten Pietrik (1873-1953), echtgenote van de fotograaf, 1908. Rechts: Ontwikkelgelatinezilverdruk Naaktstudie ca. 1920
FOTO: Berend Zweers (1872-1946) & Jacob Merkelbach (1877-1942)
Serieuze onscherpte
Picturalisten verkozen verwarring boven recht-door-zee-beelden

De picturalisten, de eerste zelfbenoemde kunstfotografen, wilden schilderen met hun medium. Leidse topstukken uit die stroming zijn nu tentoongesteld in – hoe toepasselijk – het Rembrandthuis.

DOOR THOMAS BLONDEAU Meer dan portretten of opdrachten van artsen en fotografen. Dat wilden vak- en amateurfotografen in binnen- en buitenland rond de vorige eeuwwisseling. Ze verenigden zich, hadden hun eigen tijdschriften en artistieke idealen. Fotografen wilden en konden meer zijn dan kopieermachines van de werkelijkheid. Hun beelden moesten diepgang krijgen. Schilderkunst werd hun inspiratiebron en het picturalisme ontstond. Het Amsterdamse Rembrandthuis stelt honderd foto’s uit deze periode tentoon; allemaal uit de fotocollectie van de Leidse universiteit. Fotografieconservator Maartje van den Heuvel stelde de expositie samen.


Impressionisme, daar hebben veel mensen van gehoord. Maar picturalisme?

‘Binnen de fotogeschiedenis is het helemaal geen obscure stroming. Maar inderdaad, de geschiedenis van de fotografie maakt een zekere volwassenwording mee die achterloopt ten opzichte van de schilderkunst.

‘Musea raakten relatief laat geïnteresseerd in fotografie. In 1953 wou Auguste Grégoire zijn imposante fotocollectie overlaten maar hij vond geen enkel museum bereid. Tot iemand hem wees op het Prentenkabinet van de Universiteit Leiden. En zo groeide de verzameling uit tot de oudste, publieke collectie van Nederland.’


‘Hoe minder er van de realiteit te herkennen was des te beter de foto’, aldus een beschrijving van het picturalisme.

‘Er klinkt wat omfloerste kritiek in door van latere, modernistische stromingen die trouw wilden blijven aan het eigen medium en recht-door-zee-beelden nastreefden. Maar onscherpte, atmosferische verwarring was inderdaad een stijlmiddel.’


Wat voor technieken hadden ze?

‘Er was bijvoorbeeld de gronddruk, waarbij een emulsie op het papier werd gesmeerd om het lichtgevoelig te maken. Door dat smeren, kreeg je een fluwelig uiterlijk. Of de broomoliedruk waarbij een foto na het belichten werd getamponneerd met een dikke kwast olieverf. ’


Waren de picturalisten de eerste fotografen die kunst maakten?


‘Kunsthistorici hebben aangetoond dat ook de eerste fotografen die werkten in opdrachten van overheden, ingenieurs of de medische stand esthetische overwegingen hadden bij het maken van foto’s. Maar ja, de picturalisten waren de eersten die zich opstelden als kunstenaars. Ze gingen naar musea om zich te laten inspireren, bestudeerden compositietechnieken, gaven geschriften uit en verenigden zich. In 1908 kende de beweging een eerste hoogtepunt. Voor het eerst organiseerde een museum voor beeldende kunst, Het Gemeentelijk Museum in Amsterdam, een internationale picturalistische tentoonstelling.’


In atmosferisch licht. Picturalisme in de Nederlandse fotografie 1890-1925
Rembrandthuis, Amsterdam
t/m 20 juni, € 6-9,-


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook