De pollenkorrels van de alsemambrosia wekken een veel sterkere afweerreactie op dan die van bomen of gras.
FOTO: Center for disease control
Hypeplant kriebelt neus Nieuwkomer slecht nieuws voor hooikoortsigen
De alsemambrosia is een ongewenste vreemdeling. Behalve dat het akkeronkruid is, kan het plantje ontzettend goed hooikoorts veroorzaken. Biologen houden daarom zorgvuldig in de gaten of de soort zich hier vestigt.
DOOR BART BRAUN Het overgrote deel van de Nederlanders is niet bijster geïnteresseerd in planten. Als voedsel, ja. Als versiering voor de tuin, oké. Maar het plantje dat vanzelf opkomt naast de dure struik van het tuincentrum, wordt bestempeld tot onkruid. In het gunstigste geval mag het blijven staan.
Als er dankzij globalisering en global warming nieuwe planten aankomen, gaat dat vrijwel altijd ongemerkt voorbij. De oude planten vallen al amper op. Eén nieuwkomer krijgt echter wel aandacht. Ambrosia artemisiifolia of alsemambrosia was het onderwerp van televisiereportages, krantenartikelen, Kamervragen en wetenschappelijke literatuur.
Strikt genomen is het geen echte nieuwkomer; in de eerste helft van de twintigste eeuw groeiden de eerste alsemambrosia’s in Nederland. Het afgelopen decennium duikt hij echter steeds meer op. Soms ook in grote hoeveelheden die suggereren dat de soort zich hier voortplant, wat hij vroeger in elk geval niet deed. Als de plant zich hier permanent vestigt, zou dat een slechte zaak zijn.
In Frankrijk, waar de alsemambrosia zich inmiddels al gevestigd heeft, hebben boeren last van de plant. Hij doet het erg goed op akkers met zonnebloemen. Daar kan hij de opbrengst flink verminderen.
Dat komt echter wel vaker voor bij nieuwe planten, omdat ze hun natuurlijke vijanden achter hebben gelaten op de plaats van herkomst – Noord-Amerika, in het geval van A. artemisiifolia. De reden dat deze soort zoveel meer aandacht krijgt, is dat hij geweldig goed is in het veroorzaken van hooikoorts. In Noord-Amerika is het een van de belangrijkste veroorzakers van die aandoening: een enkel plantje produceert geweldig veel stuifmeel, en de pollenkorrels wekken een veel sterkere afweerreactie op dan die van bomen of gras. Daarnaast begint hij pas laat in de zomer met bloeien, als het Nederlandse hooikoortsseizoen al afgelopen is. Als er hier veel meer van die planten gaan groeien, betekent dat twee maanden langer snotteren en niezen voor de mensen die daar gevoelig voor zijn.
Maar waar kwamen al die nieuwe ambrosia’s eigenlijk vandaan? Beschuldigende vingers wezen in de richting van vogelzaad. Voor zijn bachelorstage bij het Centrum voor Milieuwetenschappen en de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen zocht biologiestudent Daniël van Denderen uit of dat terecht was. Recent publiceerde hij over zijn bevindingen in het vakblad Gorteria.
Van Denderen: ‘Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wilde graag weten wat voor vreemde planten er zoal het land binnenkomen, mede dankzij de aandacht voor ambrosia. Ik heb gekeken naar de aanwezigheid van allerlei zaden in ladingen keukenkruiden, veevoer en vogelzaad.’ Er gaan heel wat verstekelingen mee naar Nederland, ontdekte hij: in een partij anijszaadjes uit Syrië trof Van Denderen de zaden van nog 27 andere plantensoorten aan. Een Uruguayaanse lading raapzaad, bedoeld om olie van te maken, bevatte negen onkruiden, waaronder alsemambrosia en een andere soort die op de quarantainelijst van diverse landen staat.
En vogelzaad bleek inderdaad een belangrijke bron. Van Denderen: ‘Ambrosia zit als onkruid tussen het gewas, maar de zaden zijn op zich prima voer voor vogels, dus de fabrikanten laten het gewoon in hun product zitten. In elf van de zeventien zakken die ik hier in Leiden kocht, zaten ambrosiazaadjes.’ Dat begint trouwens te veranderen, vertelt hij: ‘tegenwoordig zie je wel eens “Gegarandeerd ambrosiavrij” op de zakken staan. Ik denk dat het ministerie uiteindelijk wil dat alle merken dat zijn.’
Om te testen of de vogelzaadjes ook daadwerkelijk uitkwamen plantte hij er een paar in een kasje. Er groeiden inderdaad plantjes uit, en ook nog eens op allerlei verschillende momenten – een eigenschap die de plant moeilijker te bestrijden maakt. ‘In 2006 en 2007 is zaadvorming van deze plant gezien in Nederland. Hij begint zich dus te vestigen. De zaden kunnen na dertig jaar nog steeds ontkiemen, dus het aanpakken van het probleem wordt steeds lastiger.’
Letty de Weger van het Leids Universitair Medisch Centrum vindt dat het nog meevalt met het probleem. Met een pollenvanger op het dak van het ziekenhuis houdt ze al jaren de Nederlandse stuifmeelstand in de gaten. Dat doet ze onder meer voor de dagelijkse hooikoortsvoorspelling, die op te zoeken is op Teletekst en Internet, en binnenkort te downloaden als iPhone-applicatie. ‘We zien de stuifmeelkorrels van ambrosia al sinds 1992. Ik heb er verleden jaar in totaal vijf korrels gevonden. Of alle aandacht voor de plant een hype was? Een beetje wel, ja. In Nederland gaat het vooralsnog om enkele planten in een tuin, en om een paar plaatsen met meerdere planten. Dat is echt van een andere orde dan Frankrijk, waar hele zonnebloemvelden ermee vol staan.’
De alsemambrosia gaat pas bloeien als de dagen korter worden, legt de biologe uit. ‘Op deze lengtegraad blijven de dagen relatief lang lang. In het Zuiden begint het verkorten eerder, en is de nazomer gunstiger. Het is maar de vraag of de plant zich hier echt kan vestigen. Toch pleit ze ervoor om de plant te wieden uit tuinen en te weren uit vogelzaad: ‘Dit is wel een plant waar je alert op moet zijn.’