Mare Nummer 28     22 april 2010

28
Links: Walloniërs op weg naar de sociëteit. Rechts: dichter Louis Lehmann (89), de oudste aanwezige op het huislustrumfeest.
FOTO: Joël van Houdt
Hier zit je niet op je kamertje
Bekendste studentenhuis van Leiden, Hôpital Wallon, viert diamanten jubileum

Roemrucht Minerva-studentenhuis Hôpital Wallon vierde zaterdag zijn vijfenzestigste verjaardag.

DOOR ARJEN VAN VEELEN Dichter Louis Lehmann (89) neemt op de binnenplaats van studentenhuis Hôpital Wallon een hap van een bitterbal. Vijfenzestig jaar geleden, toen hij in Leiden rechten studeerde, woonde hij in dit huis op kamers. Vandaag draagt hij opnieuw zijn donkerblauwe Minerva-das. Lehmann is de oudste aanwezige op het lustrumfeest. Spreken gaat hem moeizaam af. Een half jaar geleden schreef hij zijn laatste gedicht, vertelt zijn vriendin Alida Beekhuis, de hem vergezelt. ‘Het heet Mijn ik raakt in de schaduw’. Toen hij hier als student kwam, werd hij binnengehaald met: “We hebben een dichter in ons midden!” Hij vindt het prettig om vanavond weer de atmosfeer van het studentenleven te proeven, de liederen te horen.’ Op dat moment heffen de mannenkelen om hem heen het huislied aan: ‘Honi soit qui bon y pense, honi soit qui bon y pense, ha, de héééren.’

Op de tweede verdieping van het pand aan Rapenburg 12-14 bekijkt diplomaat Henne Schuwer (aankomstjaar ’76) zijn oude kamer. ‘Nog steeds hetzelfde, met drie grote ramen die op het Rapenburg uitkijken. Alleen ik had nog geen flatscreen.’ Na zijn studie rechten ging hij naar Hanoi om een eerste diplomatieke post op te zetten.

‘Ik had daar de helft van dit kamertje, waar ik zowel werkte als sliep.’ Zijn laatste baan was als stafchef van NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer, die hij nog kende uit Leiden. ‘Hij was praeses bijstand (voorzitter ontgroeningcommissie, red.) toen ik hier kwam studeren. Het eerste wat hij tegen me zei was dat ik een waardeloze vent was. Jaren later werd hij mijn baas.’

In de entreehal, naast een opgezette das (de ‘huisdas’), loopt eerstejaars Mark Nieuwenhuys. Hij kwam afgelopen zomer voor het eerst in het Wallon. Er was toen een barbecue op de binnenplaats, met een dj-hok, een enorm zwembad en allemaal corpsballen. ‘Na mijn eindexamen had ik een jaar gereisd; een beetje als een hippie geleefd. Wat overkomt me nou, dacht ik.’ Acht maanden later is hij verknocht aan zijn nieuwe thuis. De gesprekken die hij voert met zijn huisgenoten zijn vaak diepgander dan op de sociëteit, vindt hij. ‘Het gaat hier ook over reizen, over geloven, niet alleen over hoe geil de vrouwen bijvoorbeeld wel niet zijn. En iedereen is weer anders qua karakter.’

Hôpital Wallon, vernoemd naar het ziekenhuis dat er ooit zat, is sinds 1945 studentenhuis. De geschiedenis van het huis kent toppen en dalen. Een hoogtepunt was de verbouwing in 1992, toen bewoners en oud-bewoners uit eigen zak het pand opknapten. Een dieptepunt was toen in 2001 een aantal bewoners en oud-bewoners tijdens een gevecht om de bestuurstafel de polsen braken van een Minerva-bestuurslid.

Er wonen nu tweeëndertig Minervanen. Net als vele andere huizen kent ook het Wallon zijn tradities. Zoals dat vrouwen niet zomaar naar binnen mogen en het risico lopen om met de brandslang de koffiekamer te worden uitgespoten maar bij de jaarlijkse poolparty in de zomer zijn ze juist wel welkom). Ook is er een huisontgroening. Die inspireerde oud-bewoner Onno te Rijdt jaren later tot de sleutelroman Mores. Verder lijkt het een typisch hecht herenhuis. De kamers gaan zelden op slot en er zijn weinig tv’s, want op je kamertje zitten doe je hier niet.

In totaal hebben er ongeveer vierhonderd vijftig studenten in dit huis gewoond. Meer dan de helft kwam zaterdag naar het lustrum. Onder de oud-huisgenoten bevinden zich de topbankiers Michael Enthoven (Fortis/ABN Amro) en Lex Kloosterman (Rabobank); vastgoedbazen Philip Charls en Hendrik-Jan Schutter; en ook SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan en Harvard-hoogleraar natuurkunde Eric Mazur. Die laatste zou een lezing houden, maar was vanwege de aswolk verhinderd. Andere oud-huisgenoten reden honderden kilometers met de auto om aanwezig te kunnen zijn.

De reünie was niet alleen bedoeld als feestje, maar ook als fundraising. Het huis is sinds de jaren tachtig in bezit van de bewoners zelf en is hard toe aan een verbouwing. De kamerhuur levert onvoldoende op. Eerder organiseerden de bewoners drie dagen lang een restaurant in de binnenplaats. En nu staat er tijdens de borrel een podium op de binnenplaats waar buttons worden verkocht. Wie geld doneert aan het huis (bijvoorbeeld elk jaar tweehonderdvijftig euro) krijgt er een. ‘Heb je er goed over nagedacht?’ vraagt topbankier Michael Enthoven, gezeten achter de tafel met buttons. De student knikt. Enthoven: ‘Ga je tekenen? Wat mooi!’

Na de avond is er tweeënhalf ton euro opgehaald. Wat is de magie van het huis? Dat kunnen de Walloniërs zelf maar lastig verwoorden. Het lijkt in elk geval een misverstand dat leven in een huis met tientallen andere mannelijke Minervanen tot een eenheidsworst leidt: alsof het is afgesproken benadrukken de oud-bewoners stuk voor stuk hoe verschillend de bewoners allemaal waren. ‘

De diversiteit van de mensen was bijzonder,’ zegt arts Anne Bijlstra (aankomstjaar ’74) bijvoorbeeld. ‘Niet iedereen deed rechten of medicijnen; niet iedereen kwam uit Wassenaar of Den Haag. Maar we streefden allemaal hetzelfde doel na.’

‘Diversiteit, humor, zelfontwikkeling, saamhorigheid, trots,’ zegt Frank Thuis, headhunter en ook bestuurslid van de vereniging die het pand in bezit heeft. Hij vertelt hoe eind jaren tachtig het huis voor een deel afbrandde door een vuurpijl. De kosten van het herstel zijn toen collectief gedragen. ‘Tijdens de verbouwing woonden we met zijn tweeën op één kamertje, maar iedereen betaalde de volledige huur. Gelukkig deelde ik mijn kamertje met een arts in opleiding. Als hij terugkwam van zijn nachtdienst, werd ik net wakker. In die periode hebben we als bewoners ook zelf asbest verwijderd, in van die beschermende pakken, om zo de kosten te drukken.’

‘Er werd niet alleen gezopen, maar ook gestudeerd’, herinnert Martijn Vogelzang, business development director. ‘Het mooie van dit huis was het heel diverse pluimage’. Huidig bewoner Ewoud Roosjen: ‘Het Wallon is een hele mooie mengelmoes van karakters die samen allemaal, op één of andere magische wijze, een enorme drive hebben om het Wallon te bezigen. Bankier Michael Enthoven voelt er aanvankelijk weinig voor om zijn Wallontijd te omschrijven. Hij reageert na wat aandringen met exact één woord: ‘diversiteit’.

Na afloop van de borrel wandelen de Walloniërs naar de sociëteit voor een diner. Bestuurslid Frank Thuis schudt op de Breestraat nog even de hand met de eigenaar van de City Snack, die hij nog kent van vijftien jaar terug. ‘Ik kom vanavond bij je eten!’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook