‘Hij kwam binnen met een stinkende brie’ Rechtenstudenten gaan strijd aan met klantenservice en puzzelmagazines
Bij de Leidse Rechtswinkel bieden juristen in spe gratis hulp. Onrechtvaardige verkeersboetes, achterstallige facturen en levensgevaarlijke Franse kaas; alles om het vak te leren.
DOOR LIZAN VAN DER HOLST ‘Ik ga niet betalen!’roept Habip Onay. Hij heeft een factuur van 62,65 euro ontvangen voor het puzzelmagazine Editie Enigma. Bij de factuur zat een brief waar in staat dat hij, omdat hij het proefabonnement zo leuk vond nu het vaste abonnement ontvangt. Maar hij heeft het proefabonnement nooit gehad. Mailen met de firma helpt niet. Ze blijven volhouden dat hij moet betalen. ‘Ik heb niets besteld. Echt niet!’, aldus Onay. ‘We geloven u hoor’, zegt Alexandra van Dam (23), vierdejaars rechtenstudent en vrijwilliger bij de Leidse Rechtswinkel. Ze heeft vaker zo’n zaak gehad. Meestal helpt het al als ze namens de cliënt een brief stuurt waarin ze verzoekt de factuur in de trekken. Onay bedankt en zegt: ‘Je kunt me altijd bellen. We gaan goed samenwerken.’
Eerder op het spreekuur bij Alexandra en haar collega Marten Münch (22), masterstudent rechten, was Sawsan Al Ubadi. Bij binnenkomst legt ze een grote roze map op tafel. Deze ligt half op het A4-’tje wat op tafel is geplakt. ‘Voor uw diensten zijn wij afhankelijk van uw giften’ staat op het papier. Erboven op staat een geel doorzichtig spaarvarken van de Rabobank. Leeg. ‘Heel soms geeft iemand een paar euro’, zegt Marten.
De cliënten hoeven ook niets in het spaarvarken te stoppen. De rechtenstudenten bij de Rechtswinkel geven gratis juridisch advies. Dit doen zij in tweetallen op het spreekuur. De roze map van Al Ubadi zit vol giroafschriften, facturen en brieven van energiemaatschappij Go Energy en een brief van Intrum Justitia, een incassobureau. Marten begint te lezen. Het blijkt dat de energieleverancier zegt dat de vrouw nog moet betalen. Maar ze hebben de energie zowel voor haar nieuwe als haar oude huis berekend. Ook heeft ze een eindfactuur van 250 euro ontvangen, terwijl ze gewoon elke maand betaald heeft. ‘Ik heb klantenservice al gebeld’, zegt Al Ubdai. ‘Maar ze helpen niet.’ Hoeveel geld Go Energy te veel wil, kunnen ze nu niet berekenen. Er missen een paar facturen en giroafschriften. De cliënt moet eerst alles meenemen, pas dan kunnen ze de zaak uitzoeken. ‘Alle bedragen waarvan u niet wilt dat wij die zien mag u Tipp-Exen’, zegt Marten. Als u de bedragen van en naar Go Energy maar laat staan.’ Al Ubadi belooft alles thuis op te zoeken en mee te nemen. Ze overhandigt de roze map en bedankt voor de moeite.
Volgens Marten is deze zaak geen zware juridische uitdaging. ‘Het is alleen maar haar papieren op orde brengen en controleren. Ik heb leukere zaken gehad. Een man wilde een Franse fabriek aanklagen vanwege een stuk brie met glas erin. Kwam hij binnen met die brie van twee maanden oud! Stinken dat het deed.’ Na Al Ubadi zijn er geen wachtenden voor consumentrecht. Iedereen in de wachtkamer heeft één van de andere afdelingen nodig. Meneer N. Farsi komt voor de afdeling Straf- & Burgerlijk Procesrecht Hij heeft een opengemaakte envelop van de Gemeente Leiden bij zich. Die geeft hij aan Eveline Harland (23), masterstudent Strafrecht. Samen met Nina Adel (23), derdejaars Rechten, leest zij de brief. Farsi heeft een parkeerboete gehad, maar het kenteken is niet van zijn auto. In de envelop zit nog een brief. Een dagvaarding waarin staat dat ze beslag komen leggen. Als hij niet betaalt, neemt de deurwaarder voor 95 euro aan spullen mee. Farsi slaat zijn handen voor zijn gezicht. ‘Deze auto is nooit van mij geweest. Ik heb al veertig jaar geen auto.’ Nina zoekt via internet of het klopt dat het kenteken niet bij Farsi zijn auto hoort. Ze kan zo snel niets vinden. Daarom besluit Eveline dat het beter is om het er over te hebben met een vrijwilliger die ook rechter is. Daarna bellen ze de cliënt terug om te zeggen wat hij het beste kan doen. Eveline adviseert wel zo snel mogelijk te betalen. Dan kan de gemeente in ieder geval geen beslag leggen op zijn spullen.
Na het spreekuur komen de andere studenten ook naar de Rechtswinkel. Ze vergaderen over de zaken van de week. ‘Met z’n allen weet je meer’, zegt Marten. Als dat voorbij is, vragen de studenten zich nog één ding af: ‘Waar gaan we borrelen? Keizertje?’
Rector magnificus oprichter Rechtswinkel.
Paul van der Heijden, rector magnificus van de Universiteit Leiden, richtte in zijn studententijd de eerste Rechtswinkel op. ‘Ik studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam’, vertelt Van der Heijden. ‘Er was een leemte in toegang tot rechtshulp voor degene van bepaalde sociale of economische klasse. Om hen te voorzien, ben ik met een stel studenten de Stichting Rechtwinkel Amsterdam begonnen. We werden gecoacht door wetenschappelijke medewerkers van de rechtenfaculteit.’ De rechtswinkel was toen niet gratis: ‘Klanten moesten twee gulden vijftig betalen. Het was meer een symbolisch bedrag. Mensen denken al snel: als het voor niks is, dan kan het niks wezen.’
Net als de Leidse studenten vond Van der Heijden het leuk om met het recht bezig te zijn in de praktijk: ‘Ik leerde problemen aanpakken. Je kunt veel lezen over de problematiek van iemand die op staande voet ontslagen is, maar het zelf uitzoeken; daar leer je veel meer van.’ De Leidse Rechtswinkel vindt hij een goed initiatief. ‘Maar studenten moeten wel even veel uren aan hun studie besteden.’