Zeeziek naar Terschelling Zeilrace lijdt onder sterke stroming en verkeerde wind
Minervaschip Ide Min eindigde als vierde in The Race of the Classics. Maar geen enkele boot haalde Engeland.
DOOR ARJEN VAN VEELEN Achttien klassieke zeilschepen voeren afgelopen weekend mee aan de studentenrace. Een deel van de opbrengst gaat naar een goed doel, zoals K.W.F. kankerbestrijding. Rechtenstudent Wendy van Sante (22) was aan boord.
‘Wij hadden een sleepboot, de Ide Min, die was omgebouwd tot een zeilschip. We waren met vierentwintig man, plus vier bemanningsleden. Die vier wonen permanent op het schip. Ze waren heel aardig, maar wel rare wappies. Twee hadden een half Duits accent. Eentje werkte in de winter als pornoacteur, maar dat hoorden we pas aan het eind van de reis, toen een ander bemanningslid zich versprak nadat hij wat gedronken had. En je had Floris, de schipper, een man met rood haar en een rode baard en een goeie gouden oorbel.
‘De eerste dag was het schrikken. De schipper vertelde dat de douche aan boord kapot was. “En als je in het water valt”, zei hij, “ben je dood; we kunnen je niet redden.” Iedereen had zoiets van: waar ben ik aan begonnen? Het waaide hard. Die nacht werden er een paar zeeziek. We zijn allemaal zeilers, maar meer Frieslandzeilers; geen zeezeilers. Eén meisje was die nacht jarig. Een paar jongens hadden een taart gemaakt van Twix, M&M’s en pannenkoeken. Toen ze haar wakker maakten en ‘happy birthday’ zongen, ging ze vol over haar nek. Gelukkig gaat die zeeziekte na een tijdje over. Je moet juist eten, schijnt, anders wordt het erger.
‘Het eerste rak zou van Rotterdam naar Oostende gaan. Maar omdat de wind verkeerd stond, voeren we naar Den Helder. De volgende dag zouden we naar Ipswich varen, maar omdat er geen wind was, en wel stroming, dreven de schepen achteruit. Behalve wij, want wij kwamen vooruit door emmertjes voor de boot te gooien en door het water naar ons toe te trekken.
‘Toen werd de nieuwe bestemming Terschelling. Wij zijn tweede geworden in die eerste rakken. Het derde hebben we verprutst, omdat onze schipper een slimme route had – tot er een onverwachte stroming kwam.
‘In elke haven die we aandeden was er feest in een lokale kroeg. Op Terschelling werd dat last minute de Schouwburg. Daarna kon je feesten op alle verschillende schepen. Er was een schip met een kroeg aan boord, zo groot als een café. Die hadden tapshifts.
De eerste ochtend gooide schipper Floris expres om negen uur ‘s ochtends het brandalarm aan: “Brandoefening!” Als je overdag werd ingehaald door een schip dat goeie zeilen had, werd je bekogeld met eieren of waterballonnen. “Het is stil, aan de overkant”, klonk het dan. Onwijs leuk.
‘Tijdens een nachtshift zat je rillend met een dekentje op het dek. Dan deden we spelletjes, zoals weerwolven en back-up. En intussen keken we of er geen lichtjes in het donker waren van andere schepen; de schipper moet ook op de zeilen letten. Tijdens die shifts kon je zonsondergangen en sterrenhemels zien, echt onwijs mooi. Vlak voor de zon onderging, zei de schipper steeds: “Kennen jullie die groene lichtflits uit Pirates of the Caribbean? Die heb je bij ons ook.” Wij keken dan allemaal, maar niemand zag iets. Elke keer weer: waar is de groene flits?
‘Iedereen is nu nog aan het naschommelen van de race. Een jongen had een oogje gekregen op de vriendin van de schipper; die is nog een extra nachtje op het schip gebleven.’