Mare Nummer 25     25 maart 2010

25

FOTO: Marc de Haan
‘Ik blijf altijd een pennymeisje’
Claudia Schoester (28), student lerarenopleiding biologie

DOOR LIZAN VAN DER HOLST Waar ga je heen?

‘Naar Wonder, mijn Dartmoor pony. Ik rij al sinds mijn achtste en ben ik altijd een pennymeisje gebleven. Een eigen paard was altijd mijn droom, maar die is nooit uitgekomen, omdat er geen geld voor was. Wonder leerde ik kennen tijdens mijn studie biologie in Wageningen. Ik onderzocht in januari 2008 een verwilderde kudde, waarvan de merries al drachtig waren. Elke week kwam ik in het weiland. Paarden hebben van nature wormen in hun darmen, die er met hun poep uitkomen. Ik vroeg me af of ze gewoon bij hun mest in de buurt grazen of dat ze de uitwerpselen vermijden om risico op infectie te voorkomen.

Na drie maanden werden er vijf veulens geboren. Eén van hen kwam al snel achter haar moeder vandaan - zo nieuwsgierig was ze naar mij. Ik zei: “Dag klein wonder.” De volgende keren kwam ze weer naar me toe en ging ze me zelfs achterna lopen. Ook toen ik in de zomer het onderzoek uitvoerde, bleef Wonder mij achtervolgen. Ik moest dat eigenlijk negeren. Het zou de metingen verstoren. Maar ik kon het niet laten om met haar te spelen: slootje springen en voetjes optillen. Na een tijdje kon ik haar zelfs een halster omdoen.

Toen het onderzoek was afgerond en ik mijn diploma behaald had, verhuisde ik naar Leiden. Daar deed ik de lerarenmaster biologie. Aanstaande vrijdag krijg ik mijn bul. Het was wel omschakelen, zo zonder paarden. Ik ging altijd nog terug naar Wageningen om Wonder te bezoeken. Dan fantaseerde ik hoe het zou zijn als ze van mij was. Hoe ik haar zou ophalen en bij welke stal ik haar zou zetten. Ze was namelijk te koop, maar met mijn nieuwe studie en een baan voor de deur was dat niet haalbaar.

Op 26 juni, mijn verjaardag, belde mijn vriend. Hij zei: “Ik kan haar wel voor je kopen.” Ik kon het niet geloven. Was ze echt van mij? Ik belde een vriendin met een trailer en ben haar gaan halen. Ze heeft eerst op een manege gestaan, maar daar werd ze ongelukkig. Daarom staat ze nu op het land in Voorschoten.

Over een jaar wil ik haar zadelmak maken. Tot die tijd wandelen we. Als ze sterk genoeg is, wil ik een keer stiekem op haar zitten. Het is vast geen gezicht en mensen zullen zeggen dat ik een dierenbeul ben. Misschien krijg ik later kinderen die op Wonder kunnen rijden, of kan ze voor de kar lopen. Verkopen zal ik haar in ieder geval nooit.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook