Studenten van Code ‘gingen zelf maar om hulp roepen toen er een vrouw achter ons op de grond lag. Maar er kwam niemand.’
FOTO: Peter Hilz
Vak G: ‘Wie niet springt, is een jood’
DOOR DIRK-JAN ZOM ‘Een doek dat uitgerold wordt over het vak zal in brand vliegen. Er ontstaat paniek onder jullie.’ Een man staat voor een groot scherm met een powerpoint. Zijn waarschuwing lijkt weinig indruk te maken op de aanwezigen, voornamelijk scholieren en enkele studenten, in voetbalstadion De Kuip in Rotterdam.
Vandaag is dit stadion decor van een calamiteitenoefening. Figurant hierbij zijn ongeveer vijfhonderd man, onder andere scholieren en twintig studenten van Corpus Delicti (CoDe), de Leidse studievereniging van criminologie.
De studenten eten na de briefing hun uitgedeelde tasje leeg. De inhoud: witte broodjes met kaas en ham, een krentenbol, een appel en een Kitkat. Ze hebben net te horen gekregen dat ze nog anderhalf uur moeten wachten. Inge Duister (20) heeft navraag gedaan bij de organisatie: ‘Er werd gezegd dat het allemaal een beetje chaotisch was.’
CoDe doet ook elk jaar mee aan een ME-training. ‘Dat is bijna de leukste activiteit van het jaar.’ Vandaar dat ze ook werden uitgenodigd voor de oefening in De Kuip, vermoedt Inge. ‘Kennelijk hebben ze mijn nummer bewaard.’
Eerstejaars criminologie Jack Poot (19) is eigenlijk Ajax-fan, maar zal dat hier niet hardop zeggen. ‘Ik hoop dat het vooral een beetje fysiek is, dat je ook echt iets mag doen. Maar dat is hier niet de bedoeling.’
Na het wachten nemen figuranten in groepen plaats in vak G. Een groep scholieren dromt samen in de linkerbovenhoek. Ze beginnen luidkeels te roepen: ‘Feyenoord, Feyenoord.’ De studenten van CoDe staan rechts in een iets rustiger stuk. Een groep nepslachtoffers komt nu het vak in: bloedlippen, open wonden en lijkbleke gezichten.
De scholieren hebben een nieuw lied gevonden: ‘En wie niet springt, die is een jood.’ Het spandoek dat fictief vlam moet vatten ligt al klaar. ‘Aanvang oefening’, klinkt het plotseling hard door de luidspreker. Een rookmachine wordt aangezet. De groep in de hoek begint te juichen en het spandoek gaat omhoog. Na enige tijd betreden suppoosten met brandblussers het vak. De agenten praten druk in hun oortjes. ‘We shall not be moved’, schreeuwen de scholieren.
Het ontruimen begint. Ergens ligt een figurant tussen twee stoeltjes. Ook op andere plekken hebben mensen de rol om onwel te worden. ‘Rotterdam, Rotterdam’, zingt de groep. Steeds meer mensen worden weggevoerd, sommigen per brancard, andere weigeren weg te gaan. De studenten van CoDe roepen plotseling om hulp. Er komt geen reactie.
Traag loopt het vak leeg, de studenten lopen ook naar beneden, maar linksboven blijven de scholieren staan. De ME meldt zich, ze dragen gasmaskers. Er wordt geduwd en getrokken, ze banen zich een weg door de groep. Een later geeft de speaker de opdracht het vak te verlaten. Iedereen loopt weg, een Feyenoordsjaal om de mond van een scholier wordt verwijderd door een agent.
De studenten van Code praten buiten na: ‘We kregen niet eens een rol. We gingen zelf maar om hulp roepen toen er een vrouw achter ons op de grond lag. Maar er kwam niemand. Die was dood geweest.’ Inge vond het ‘wel leuk, maar dat er mensen waren die echt gingen vechten met de ME, dat vond ik niet echt normaal’, vertelt ze.
Toen de oefening daarna nogmaals werd uitgevoerd, ging het echt mis, vertelt Inge. ‘Een jongen had kennelijk rotjes meegenomen van huis en gooide die naar de ME. Er kwamen direct mensen de groep in, die hem wilden oppakken, maar ze wisten niet wie het gedaan had. Iemand uit onze groep had dat wel gezien. Toen de dader was aangewezen kon hij worden opgepakt. Een criminologisch-verantwoord einde van de dag dus.’
Studenten die op meer actie gehoopt hadden kunnen vandaag hun hart ophalen. In Ossendrecht neemt CoDe het op tegen de ME. Daar mag wel echt gereld worden.