De pornoband The Impotent Cultuur Seasnakes in LVC
FOTO: Taco van der Eb
Veertig jaar… wat eigenlijk? LVC viert het verjaardag met boek Crash the party
Er is een hoop gebeurd in de veertig jaar dat de Leidse popzaal LVC bestaat. Maar in het jubileumboek Crash the party lezen we er te weinig over.
DOOR FRANK PROVOOST Willem bedankt. Fred bedankt. Jij ook Henk. Iedereen eigenlijk. Het was te gek toen. En dat is het eigenlijk nog steeds. En altijd als ik er kom, voel ik me meteen weer thuis. Weet je nog toen met die punkbands? Of die reggaegasten die helemaal niet meer kwamen opdagen? Dat was gaaf man. En dan die feesten backstage. Onvergetelijk. Het ga je goed! En ik hoop maar dat jullie blijven bestaan.
En dat dan ongeveer vijftig keer.
Crash the party, 40 jaar LVC – het vorige week verschenen verjaardagsboek – is prachtig geworden hoor, daar niet van. Het lp-formaat, de zweetfoto’s, de knip-en-plakvormgeving en de ingevouwen flyers van memorabele optredens; ze passen allemaal perfect bij de roerige geschiedenis van een popzaal. En om het verwijt enkel een koffietafelboek te zijn meteen te ontzenuwen zijn zowel op de kaft als in het binnenwerk de donkere vlekken van mokken alvast voorgedrukt. Allemaal prachtig.
Maar dan het verhaal. Natuurlijk: voor een jubileumboek moet je zoveel mogelijk bestuursleden, vrijwilligers en bands spreken die ooit iets met LVC te maken hebben gehad. De vraag is alleen of je daaruit een pakkend relaas probeert te smeden, of gewoon al hun getikte stukjes één voor één achter elkaar plakt.
In Crash the party is voor het laatste gekozen. Dat maakt het lezen soms tot worstelen. Of tot herkauwen, bijvoorbeeld als de zoveelste voormalige vrijwilliger uit de doeken doet hoe het optreden van de Britse punkband The Angelic Upstarts ontaardde in een matpartij waarbij skinheads en punks ‘op elkaar inhakten tot de tent door acht man politie leeg werd geveegd’. Achteraf wonnen de skinheads, want zij ‘hadden overal in het gebouw stickers opgeplakt van een rechtse partij. Toen we die er later af probeerden te halen, bleken er scheermesjes achter te zitten.’
Het geeft een mooi tijdsbeeld, zeker, maar één keer navertellen is genoeg. Dat OOR-journalist Jan van der Plas twee pagina’s per decennium krijgt om de historische context bij de echoënde memoires te schetsen is onvoldoende. ‘Het belangrijkste doel was er samen dingen doen’, schrijft hij over wat bij de oprichting in 1969 nog het Kreatief Sentrum heette. ‘Een cursus volgen, kunstzinnig bezig zijn, dansen, thee drinken, discussiëren en blowen waren er de belangrijkste bezigheden. En soms was daar levende muziek bij.’ Het Sentrum had dan misschien nog weinig muziek, een eigen wietwinkel was er wel. Als in 1975 de hippiegeest ook overslaat op de kas gaat het Sentrum failliet. Een jaar later volgt de doorstart, nu als Leids Vrijetijds Centrum, het huidige LVC.
Hoe dat verder ging? Daarvoor moeten we eerst een bombardement aan persoonlijke anekdotes doorploeteren. Weet je nog: hyperactieve Harry: die altijd de hele avond koffie dronk en na sluitingstijd het restant dat vier uur op een warmhoudplaatje had staan pruttelen mee naar huis nam in een lege colafles? En niet te vergeten dat vrijwilligersuitje in de Ardennen toen iedereen natregende in de kabelbaan? Dat werk. Meerdere medewerkers staan er uitgebreid stil.
De bands dan, bieden die uitkomst? De Tröckener Kecks wel. Ze waren er vanaf hun begindagen welkom geweest, terwijl alle andere Nederlandstalige band (Doe Maar, Het Goede Doel, De Dijk) door de toenmalige programmeur werden geboycot omdat ze ‘te kommersjeel’ waren. Eind jaren tachtig zouden ze in LVC een live-plaat opnemen, vanwege de goede akoestiek die was te danken aan de houten vloeren. Alleen bleek uitgerekend toen dat de planken waren vervangen voor beton. Toch zouden ze in LVC ook hun afscheidsconcert geven.
Albin Sunlight Julius bedankt de linkse activisten die in 2004 protesteerden tegen het optreden van zijn vermeende fascistische band Der Blutharsch. De commotie trok meerdere journalisten en cameraploegen. ‘They did a better promotion for us and the concert than we all ever could have done!’ Hetzelfde gold voor pornoband The Impotent Seasnakes, maar daar krijgen zien we alleen de plaatjes van te zien.
Maar de reactie van Ivo Severijns, bassist van Herman Broods Wild Romance, is eigenlijk typerend voor de meeste muzikanten. ‘LVC was altijd een zaal om naar uit te kijken, maar waarom ook alweer? U spreekt mij aan op mijn geheugen en dat is moedig. Met name als het De Jaren Negentig betreft, want daar weet ik niks meer van, geloof ik.’
Dj Joost van Bellen: ‘Mijn vrienden gingen nooit naar LVC dus ik kwam er ook niet.’ Bob Fosko, zanger van de Raggende Manne, beschrijft een ‘opzienbarend voorval, waarvan ik bijna zeker ben dat dat in het LVC moet zijn geweest’.
Hallo Venray en de Heideroosjes klagen over de kleedkamer, die zich onder het podium bevindt waardoor ze verplicht het voorprogramma moesten aanhoren en het feit dat de voor de deur geparkeerde bandbus altijd werd beboet of weggesleept.
Maar wat is nou de ziel van de zaal? En wat voor kunst- en vliegwerk moeten de programmeurs omgeven door grotere, rijkere concurrenten uithalen om ook grote buitenlandse toppers (Nico, John Cale, The Hives) te strikken? Daar lezen we heel weinig over.
Gelukkig hebben we de foto’s nog.
Crash the party, 40 Jaar LVC, 150 pgs. € 25,-
Het afscheidsconcert van de Tröckener Kecks in LVC.