Mare Nummer 21     18 februari 2010

21
Premier Balkenende op tafel bij Minerva.
FOTO: Marc de Haan
‘Een dorpse man met een brilletje’
Premier lid van ‘abjecte knorrenclub’

De gemeenteraadsverkiezingen lonken. Premier Balkenende deed drie studentenverenigingen aan, gaf rondjes weg en zong Io Vivat. ‘Ik dacht dat het een eer was hier te staan.’

DOOR DIRK-JAN ZOM Drie cameramannen, fotografen, beveiligingsmensen en een groep mannen met felgroene sjaals staan op de stoep voor de sociëteit van Augustinus. Binnen is het afgeladen vol. Premier Balkenende bezoekt in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen drie studentenverenigingen in Leiden, eerst Augustinus, dan Minerva en als laatste Quintus.

Onder luid gejuich heet Augustinus-voorzitter Coen Koopman, staand op een katheder, premier Balkenende welkom. De premier beklimt de verhoging en begint met een dankwoord aan ‘een lid van Allure, dat is een damesdispuut’, dat een biertje voor hem geregeld heeft. Gelach gaat door de zaal.

Waar Balkenende nog wel eens verweten wordt stijf over te komen, lijkt hij zich in de studentensociëteiten prima thuis te voelen. ‘Het doet me denken aan mijn eigen studententijd, bij LANX’, vertelt hij. Het blijft stil ‘Jullie reageren wat neutraal’, merkt hij op. Nu wordt er gelachen. Als je studeert en niet lid bent, mis je toch wel wat, vindt Balkenende. Gejuich. Als even later het Augustinus-lied wordt ingezet, antwoordt de premier met het verzoek het studentenlied Io Vivat te zingen. Hij zingt mee, een plastic bierbeker in de hand.

Na een groepsfoto op het bordes gaat het te voet verder naar Minerva. Daar staat vice-president Damiaan Sprenger op een tafel klaar om de premier aan te kondigen. De bel wordt geluid en er volgt een doodse stilte. Leidenaren hebben al jaren de macht, vertelt Sprenger. ‘Maar er was een man, een beetje dorps, met een brilletje, die dacht: ‘Ik ga de wereld veroveren. Hij werd daarom lid van een abjecte knorrenclub, waarvan ik de naam niet eens wil noemen’, spreekt Sprenger de zaal toe, daarbij refererend aan LANX. En tot besluit: ‘Omdat hij erkent dat je niet zonder Leidenaren kan, is hier minister-president Balkenende.’ ‘Bravo’, klinkt het massaal door de sociëteit.

De premier beklimt de tafel en pakt de hem toegeworpen handschoen vlot op. ‘Vorige week was ik in Brussel, in het weekend in Vancouver, nu ben ik hier. U snapt, ik werk toe naar een climax.’ Gelach klinkt. Balkenende: ‘Ik dacht, het is een eer hier te staan, maar Sprenger vertelde me net dat je hier ook mag staan als je jarig bent.’ Opnieuw gelach.

Maar dan volgt de repliek. ‘Natuurlijk, je bent trots op je stad, op Minerva. Maar als ik kijk naar het kabinet, Rouvoet, Bos en ik, komen allen van de VU (Vrije Universiteit, red). Waar zijn die Leidenaren? Alleen De Hoop Scheffer was onlangs nog in het nieuws.’

Een bord tricolorepasta met bolognesesaus met de leden volgt. Balkenende krijgt een huisdas van huize Vliet 15 omgehangen. Buiten gaat de eigen das weer om en wordt de tocht voortgezet naar Quintus. Daar volgt een nieuwe groepsfoto, in de senaatskamer. ‘U mag zo aan de bel gaan hangen voor een gratis rondje’, wordt Balkenende gezegd.

Ook hier weer hetzelfde tafereel en soms ook dezelfde grappen. Staand op de bar: ‘Ik was net bij een andere vereniging, ik zal de naam niet noemen.’ Gevraagd naar de politieke betrokkenheid van de studenten komt er nauwelijks reactie. Opnieuw wordt het Io Vivat ingezet, waarna Balkenende de bel luidt, begroet door gejuich.

Uiteindelijk kan hij maar moeilijk afscheid nemen van de sociëteit. Balkenende blijft plakken bij de groepjes studenten die om hem heen staan. Bij een kort moment voor de pers achteraf is de serieusheid weer terug. Op de vraag welke vereniging de leukste is, antwoordt hij dat ze hem alledrie even lief zijn. En over de mogelijke afschaffing van de basisbeurs: ‘Toegankelijk hoger onderwijs is belangrijk. Maar je mag ook kijken naar wat een student nu betaalt en wat hij later verdient.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook