‘Uiteindelijk wil iedereen hier regelen. De belangrijkste afspraak is: wat gebeurt op carnaval, blijft op carnaval.’
FOTO: Joyce van Belkom
‘Ik heb een zachte G’ Tijdens carnaval is het jachtseizoen geopend: op pad met het ‘Brabants gezelligschap’
‘Op veel studentenfeestjes moet je eerst zuipen voor de sfeer er in zit. Met carnaval is de sfeer er al en komt het zuipen later pas.’ Quinten aan het feesten onder de rivieren. Een impressie.
DOOR DERU SCHELHAES Het was een flinke rel. Inwoners van Breda hadden de weken voor carnaval her en der stickers geplakt met de tekst ‘Rotterdammer Vrije Zone’. De Westerlingen zouden hun feest verpesten.
Als ze bijvoorbeeld een dronken Brabander om hun nek hebben hangen, willen mensen van boven de grote rivieren er al snel op los slaan. Die begrijpen de Brabantse gemoedelijkheid niet. De burgemeester van Breda was woedend over de stickeractie. ‘Niemand heeft het patent op carnaval vieren’, zei hij in de krant.
Gemoedelijkheid; de leden van het ‘Brabantse Gezelligschap’ van studentenvereniging Quintus schijnen te weten wat het is. De club van Quinten uit Brabant telt zo’n vijfentwintig leden. Vijf van hen zullen vandaag in Breda samen carnaval doorbrengen.
Vorig jaar vierde Sander Petit (23) het feest met jongens van zijn dispuut AquaVite. Ze gingen ‘vrij lullig’ gekleed. Dat zat zo. ‘Voorafgaand aan de VAP, de periode waarin de disputen van Quintus zich voorstellen, hebben we een act. We blokfluiten Una Paloma Blanca van George Baker, de beschermheer van AquaVite, in een geruit overhemd, een korte broek, lange kousen, dom brilletje. In dat outfit zijn we gaan carnavallen. Maar het was ook wel tof hoor, iedereen hetzelfde.’
Een korte broek, het leek Sander dit jaar veel te koud. De GGD waarschuwt carnavalgangers inderdaad voor bevriezing van oren, vingers en tenen. Sander is daarom professor-vampier-aap. Het professor zit ‘m in zijn nette pak, het vampier komt van een plastic bitje met twee scherpe hoektanden en voor het aap draagt hij een bruine bivakmuts met twee oortjes bovenop. ‘Hier is over nagedacht,’ zegt Sander.
Hij staat met Daphne van Unen (25) op het plein voor het oude stadhuis van Breda. De rest komt later. Om 15.11 precies draagt burgemeester Van Der Velden hier de sleutel van de stad over aan Prins Carnaval. Prins Carnaval is tot dinsdag de baas in Breda, vanaf nu: Kielegat.
Na de officiële sleuteloverdracht schaffen Sander en Daphne muntjes aan. Die zijn in de hele binnenstad inwisselbaar voor bier en kosten twee euro per stuk. Voor de duidelijkheid staat het nog even op een briefje: ‘vijftig muntjes = honderd euro’. Kroegen halen een behoorlijk percentage van hun jaaromzet dit weekend.
Carnaval luidt de vastentijd in. Voor Sander en Daphne draait het om andere dingen. Voor hen begint het met hun eerste biertje in de eerste kroeg van de dag. De tent is afgeladen vol met jongens in konijnenpakken en meisjes in strakke ballettutu’s. Voor veel mannen blijkt carnaval bovendien een excuus om vrouwenkleren aan te trekken. Eigenlijk ziet Daphne er in dit gezelschap keurig uit. Ze is volledig in het rood-wit. Wat dat te betekenen heeft? ‘De vlag van Noord-Brabant, het Brabants Bontje, is rood met wit geblokt, als een schaakbord. Ik ben als het Brabants Bontje.’
Er komen drie bananen binnen. En Veerle en Marijke, ook van Quintus. Ze zijn dispuutsgenoten. ‘Het jachtseizoen is geopend,’ staat op hun groene shirts. Marijke draagt een plastic speelgoedgeweer op haar rug. Accessoires zijn handig. Je maakt makkelijker contact. Altijd een goede openingszin.
Ook Quint Kevin Moerkens is ondertussen gearriveerd. Kevin vindt carnaval ‘mooi’. ‘Op veel studentenfeestjes moet je eerst zuipen voor de sfeer er in zit. Met carnaval is de sfeer er al en komt het zuipen later pas.’
Het is halfvijf. De Leidse delegatie is compleet. Tijd voor een andere kroeg, Café Bruxelles. Het klinkt deftig, maar binnen klinkt Jos van Oss. Elke carnaval weer is het zoeken naar een hit. In 2010 heeft Jos gewonnen. De belangrijkste tekst van zijn lied is: ‘Ik heb een zachte G, maar ook een harde L.’ Het is misschien een dom nummer, maar de meeste carnavalsgangers slikken dat gewoon. Ze zingen ook mee.
‘Een kwestie van eelt op je ballen’
Het Brabants Gezelligschap installeert zich in de buurt van de kapstok. Een Roodkapje komt er bij staan. Ze is minstens vijfendertig, geblondeerd en ze pakt het notitieboekje van de Mare-verslaggever af. Ze schrijft er in. ‘Wat zie je er mooi uit. Bel me es. 06-18853...’
Is dat normaal carnavalsgedrag? Ja en nee, zegt Kevin: ‘Je kunt een vrouw best knijpen, maar handel het af met een glimlach. Uiteindelijk wil iedereen hier regelen. De belangrijkste afspraak is: wat gebeurt op carnaval, blijft op carnaval.’
Vreemdgaan heeft deze dagen dus geen nare consequenties. Maar neem Daphne: zij doet geen rare dingen. Ze heeft een vriend die niet uit Brabant komt. Hij zou dat niet begrijpen.
Toch maakt een knappe Jack Sparrow (piraat uit een bekende Disney-film) indruk. De haren van zijn lange zwarte pruik plakken tegen zijn voorhoofd. Het is heet hier. Sander zegt: ‘Snacken?’
Buiten wordt een min één geconstateerd: een lid van het Gezelligschap is in het café achtergebleven. ‘Die staat vast te regelen,’ zegt Kevin. ‘Nou ja. Eerst eten.’ Op tijd eten is belangrijk, volgens Sander. Als je dronken bent, ben je te laat. ‘Je krijgt geen hap meer door je keel. Ik weet dat soort dingen. Een kwestie van eelt op je ballen.’
Vorig jaar met AquaVite liep het bijna mis. Ze hadden al vanaf het einde van de ochtend gedronken, vooral rum. Om vijf uur ‘s middags was iedereen de weg kwijt. Sander: ‘Met veel junkfood en koffie hebben we geprobeerd het nog te herstellen. Gedeeltelijk gelukt.’
Vandaag voorziet de eetkraam in voldoende vettigheid: kadetje met braadworst, kadetje met hamburger en voor de vegetariërs is er friet. Sander wil de friet en regelt saus: mayo en mosterd. ‘Net als in Frankrijk,’ zegt hij. Veerle, Daphne en Kevin nemen hamburger.
Na een kwartier bunkeren gaat de groep naar café De Drie Gezusters, tegenover het oude stadhuis. Het telt drie verdiepingen en is een combinatie van een luxueus grand café met het partygevoel van een feestkroeg, volgens een affiche bij de ingang.
De Leidenaren beklimmen alle trappen van de feestfabriek. Boven zijn nog meer Jack Sparrows en nog meer Roodkapjes. Ze hossen. Iedereen is blij. Hier en daar wordt geregeld.
Is dit de Brabantse gemoedelijkheid? Volgens Veerle wel. Is ze al dronken? Nou, Veerle voelt zich vooral een beetje voorgelogen door het Gezelligschap. Haar roots liggen in Brabant, maar ze is er niet geboren. ‘Ik voel me Brabander in hart en nieren en mocht wel met het Gezelligschap mee doen, maar ik had altijd begrepen dat je voor een volwaardig lidmaatschap een officiële geboorteakte moest kunnen overleggen. Die heb ik niet. Nu schijnt het toch niet nodig te zijn.’
Veerle wordt onderbroken. Ze wordt bijna tegen één van de zeventien bars van de Gezusters gedrukt. Twee grote donkere mannen van de beveiliging proberen de mensenstroom in goede banen te leiden. Het lukt, en ook weer niet.
Bijna niemand wil meer naar boven, en iedereen naar beneden, naar buiten. Er wordt wat geduwd. Maar de professor, de jaagster, het schaakbord en Kevin, allemaal komen ze uiteindelijk veilig de trap af.
Het is ondertussen tegen tienen in de avond. Voor de Drie Gezusters wordt nog wat nagepraat. Kevin, Veerle, Daphne en Sander maken alle vier een stabiele indruk. Toch hebben ze het gehad. Laf? Ach, vinden ze. Dat krijg je als je zo vroeg begint.
Sander legt nog uit dat het geval Veerle op een misverstand berust. ‘Die geboorteakte, kijk: dat is een mythe. Iedereen die Brabant een warm hart toedraagt is welkom bij het Brabants Gezelligschap. Brabants bloed kan wel helpen, ja.’
Daphne onderschrijft dit. ‘Sommige mensen begrijpen Brabanders niet. Ze vinden ze stom. Ik noem dat jaloezie.’