Mare Nummer 20     11 februari 2010

20
Betogers bij de Amsterdamse rechtbank waar het proces tegen Geert Wilders wordt gehouden. Een week na de regiezitting werd het radicaliseringrapport naar de Tweede Kamer gestuurd. ‘Wij hebben niet gelekt.’
FOTO: Maarten Hartman/HH
Hard zoeken… …maakt ongelukkig
Psychologen: “Waarom heb ik er geen?” malen, is schadelijk

Hoe harder alleenstaande vrouwen op zoek zijn naar een partner, hoe ongelukkiger ze worden, ontdekten Leidse psychologen. ‘Het mag best op je verlanglijstje staan, als het maar niet als enige helemaal bovenaan staat.’

DOOR BART BRAUN Met Valentijnsdag in aantocht is het soms gemakkelijk te vergeten dat Nederland barst van de singles. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er meer dan 2,6 miljoen alleenstaanden in ons land – waarbij mensen die wel een partner hebben maar daar niet mee samenwonen overigens ook als ‘alleenstaand’ tellen. In universiteitssteden bestaat zelfs meer dan de helft van alle huishoudens uit alleenstaanden.

Het CBS verwacht dat het aantal eenpersoonshuishoudens de komende jaren nog verder zal stijgen. In 2025 zullen er 3,3 miljoen zijn, en behoren ze ook in randgemeentes als Diemen en Leiderdorp tot de meerderheid. Slechts één gemeente zal minder dan een kwart alleenstaanden hebben: Staphorst. Nederland is dan misschien een land vol singles, maar het is geen land vóór singles. Het assortiment van de supermarkt, het huizenaanbod en de reisbureaus gaan er vaak klakkeloos vanuit dat u met zijn tweeën bent, al dan niet met kinderen. ‘De samenleving is meer ingericht op de setjes dan de singles’, zoals gezondheidspsychologe Margot van der Doef het samenvat.

Dat is niet eens het grootste probleem van alleenstaanden. Amerikaans onderzoek suggereert dat alleenstaanden minder verdienen dan getrouwde collega’s in vergelijkbare functies – terwijl ze vaker moeten overwerken. Singles gaan ook nog eens eerder dood: zowel Amerikanen als Britten hebben een verhoogde kans om snel te sterven als ze geen partner hebben. In Japan ligt de levensverwachting voor singles maar liefst 15 jaar lager dan voor getrouwde stellen. Over de oorzaak lopen de meningen nog uiteen, al suggereert een blik op de doodsoorzaken dat singles gemiddeld een ongezondere levensstijl hebben.

Redenen genoeg, kortom, om als alleenstaande toch een partner te willen. Dat is waar Van der Doef en haar collega’s om de hoek komen kijken. ‘Wij willen weten hoe mensen zich doelen stellen, en hoe ze daar vervolgens mee omgaan’, legt medeonderzoekster Winnie Gebhardt uit. ‘In een bepaalde levensfase is het vinden van een partner een doel voor vrijwel iedereen. Als het niet lukt, hoe werkt dat dan op mensen in, wat gaan ze dan doen en hoe voelen ze zich daarbij? Het ging ons meer om de zelfregulatie-processen dan om het single zijn an sich.’

In het januarinummer van het Journal of Health Psychology staat een artikel van Gebhardt, Van der Doef en drie collega’s over hun onderzoek naar alleenstaanden. Ze ondervroegen 1502 single vrouwen over het alleen zijn, de mate waarin zij een partner zochten en in hoeverre ze daarmee bezig waren. Voor dat laatste gebruiken de psychologen de vakterm rumination. Letterlijk vertaald betekent het ‘herkauwen’, en een goed Nederlandse equivalent ontbreekt. ‘“Piekeren” is meer op de toekomst gericht, terwijl rumineren over nu en het verleden kan gaan’, legt Van der Doef uit.

Hoe u het ook wilt noemen; teveel ervan is slecht. Mensen die te druk zijn met niet bereikte doelen zitten psychologisch en lichamelijk minder lekker in hun vel. Gebhardt: ‘Rumineren kan functioneel zijn, bijvoorbeeld om problemen te analyseren. Dat is moeilijker bij het vinden van een partner; een strategietje heb je zo bedacht. Maar malen over “Waarom heb ik er geen? Waarom lukt het niet?”, dat is schadelijk.’ Van der Doef: ‘Het mag best op je verlanglijstje staan, als het maar niet als enige helemaal bovenaan staat.’

Hoe harder vrouwen op zoek waren naar een partner, en hoe erger zich druk daar druk over maakten, hoe ongelukkiger ze waren. Gebhardt: ‘Ook de mate van volharding is belangrijk voor dat verband, de mensen die zeggen “Ik moet en zal een partner krijgen” scoren lager op welbevinden. Het is ook geen doel waar je progressie in kunt maken; je kan niet een halve partner vinden of zo, dus daar kan je als je geen partner hebt maar er wel een zoekt niet echt tevredenheid uit halen.’

Mooi is dat. Er zijn dus allerlei redenen om geen single te willen zijn, maar als je geen single wilt zijn is dat óók slecht. Tijd voor wat goed nieuws: gemiddeld genomen zijn die alleenstaande vrouwen in het onderzoek heel gelukkig. Ze halen vergelijkbare scores als vrouwen in een relatie in andere onderzoeken. Het wel of niet single zijn heeft daarnaast maar een klein beetje invloed op hun levensgeluk. Gebhardt: ‘Binnen de gehele groep wordt 9% van de unieke variantie in het levensgeluk verklaard door het streven naar het hebben van een partner.’ Bij vrouwen onder de 30 is dat slechts 4%, maar bij vrouwen tussen de 30 en 40, waar de kinderwens een grote rol kan spelen, is dat 11%. Ter vergelijking: in die laatste groep is 15% van de variantie in levensgeluk gerelateerd aan het hebben van een baan.

Tenminste, dat is hoe het werkt voor de gemiddelde deelneemster aan het onderzoek. Van der Doef: ‘Maar in alle leeftijdsgroepen lijkt het rumineren over het ontbreken van een partner het levensgeluk het sterkst te drukken.’


Internetdaten werkt

Gebhardt, Van der Doef en hun collega’s vroegen hun deelnemers ook of ze naar partners gezocht hadden in de afgelopen zes maanden. En als ze er eentje vonden, waar hadden ze die dan vandaan?

23% van de singles had in de zes maanden na de eerste vragenlijst een partner gevonden, al was een derde van hen die ook alweer kwijt. Van der Doef: ‘De kans op succes lijkt onafhankelijk te zijn van de leeftijdsgroep, net als de kans dat het weer uit gaat.’

Mensen zoeken hun partner vooral in het uitgaansleven, maar vinden doen ze hem op Internet. 28% van de succesvolle vrouwen vond hun partner op een datingsite. Op nummer twee stonden gemeenschappelijke kennissen. Het uitgaansleven staat op drie met 19% van de succesverhalen, en één op de tien vrouwen kreeg iets met een collega op het werk.

Van der Doef: ‘Uitgaan en via-via worden door de oudere groepen minder genoemd; bij hen zijn relatiesites op Internet juist belangrijker.’

De volkswijsheid dat internetdaten wel bedpartners oplevert, maar geen relaties, blijkt dus geen stand te houden. Vooral veertigplussers vinden daar het vaakst hun partner. Gebhardt: ‘Ik denk dat er nu meer mogelijkheden zijn dan vroeger. Toen was je aangewezen op de kerk en de dansschool, en daarna was het op.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook