Mare Nummer 19     04 februari 2010

19
Knutselen in het Leidse kinderdagverblijf De Kattekop.
FOTO: Marc de Haan
Crčche of gastouder?
Eenduidig advies over wat beter is, blijft moeilijk

Kinderen die bij gastouders zitten zijn gemiddeld iets beter af dan hun leeftijdsgenootjes in een kinderdagverblijf, stelden Leidse pedagogen vast. Wat dat betekent voor uw kind?

DOOR BART BRAUN Sandra Oorschot is al vijftien jaar gastouder. Vandaag zijn Britt (2), Laurďn (2) en Lauren (7 maanden) er. ‘Vanmiddag wordt het nog drukker’, zegt Oorschot. ‘Dan heb ik nog drie naschoolse kinderen.’ Lauren begint te huilen. Onmiddellijk loopt Oorschot naar de Maxi Cosi en pakt de baby op. ‘Je wilt erbij zitten he?’ Britt en Laurďn vragen ook vaak de aandacht. ‘Kijk’, zegt Britt terwijl ze een stukje klei omhoog houdt. De aandacht moet al snel naar Laurďn: ‘Kom maar eens beetje hierheen Laurďn’, zegt ze. ‘Straks valt die thee nog over je heen.’ Het is een drukke boel, maar wel huiselijker en gezelliger dan bij een kinderdagverblijf. Maar werkt het ook beter? Dat willen Leidse pedagogen graag weten.

Eén van hen is Marleen Groeneveld van het Centrum voor Gezinsstudies. Ze doet daar onderzoek naar kinderopvang. Eind dit jaar hoopt ze op haar resultaten te kunnen promoveren, maar binnenkort verschijnt er in Early Childhood Research Quarterly al een voorproefje. Ze vergelijkt daarin onder meer het welzijn van kinderen bij een gastouder met dat van kinderen in een kinderdagverblijf.

Samen met haar studenten ging zij langs bij 26 kinderdagverblijven en 55 gastoudergezinnen om te kijken hoe het er daar uitzag en aan toeging, en om video-opnamen te maken. Ook moesten ze ervoor zorgen dat de kinderen vier keer per dag wat speeksel afstonden voor een cortisolmeting.

Cortisol is een hormoon dat geproduceerd wordt in de bijnierschors. Feitelijk is de stof een makkelijk meetbaar topje van een hormonale ijsberg die psychologen de HPA-as noemen. De letters staan voor Hypothalamus (een klein orgaantje in de hersenen), Pituitary gland of hypofyse (een nog kleiner orgaan in de hersenen), en de Adrenal glands die in het Nederlands bijnieren heten. Het heet ‘as’ op de manier dat de ‘as van het kwaad’ een as is: een samenwerkingsverband. De hormonen die de drie organen afscheiden hebben invloed op de productie van hormonen in de andere organen, en zo ontstaat een ingewikkeld en terugkoppelend systeem.

Psychiaters, medisch biologen en farmacologen kunnen nog jaren vooruit voordat ze die HPA-as echt begrijpen, maar voor vandaag laten we het er even bij dat de HPA-as-hormonen ervoor zorgen dat het lichaam reageert op en herstelt van stress. De hoeveelheid cortisol in het kinderspeeksel is een indicatie van de hoeveelheid stress die het kind ondervindt.

Het beoordelen van de videobeelden gebeurt met cijfers: krijsende kinderen krijgen een 1, blij spelende kleintjes een 7, en voor alles ertussenin bestaat een zorgvuldig uitgewerkt protocol waarmee Groeneveld en haar collega’s het welbevinden van de kinderen konden duiden. Op een vergelijkbare manier gebruikten ze andere videobeelden om vast te stellen hoe gevoelig de gastouder of pedagogisch medewerker was voor de kinderen. ‘Ziet ze de signalen van het kind, en reageert ze daar snel en adequaat op?’

Als de kinderen een dagje thuis blijven, ligt hun cortisolspiegel lager dan op het kinderdagverblijf of bij een gastouder, zo bleek. Tussen die laatste twee zit geen significant verschil. Wel is het zo dat de kinderen bij gastouders het iets beter naar hun zin hebben dan die in kinderdagverblijven. ‘Gastouders blijken ook sensitiever te reageren dan pedagogisch medewerkers in kinderdagverblijven’, aldus Groeneveld.

Harriet Vermeer, een van Groenevelds beleiders: ‘Uit dat verschil kan niet zomaar geconcludeerd worden dat het slecht gesteld is met de kinderdagverblijven. Zowel de sensitiviteit van de medewerkers als het welbevinden van de kinderen zijn gemiddeld voldoende. Verder is er in dit onderzoek slechts naar één aspect van de sociaal-emotionele ontwikkeling gekeken; andere aspecten zijn buiten beschouwing gelaten. Uit Amerikaans onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat kinderen uit kinderdagverblijven cognitief iets hoger scoren, omdat ze meer verbale interactie en meer uitdaging krijgen, maar daar hebben we hier niet naar gekeken.’

Groeneveld: ‘Ik kan niet zeggen waarom een ouder voor het één of het ander zou moeten kiezen. Het gaat in onderzoek om gemiddelde waarden; voor een individueel kind kan best een heel goed kinderdagverblijf beschikbaar zijn, en sommige kinderen kunnen beter tegen stress dan anderen. Je moet goed kijken naar je eigen situatie, je kind en welke opvang daar het beste bij past.’

Of de verhoogde cortisolgehalten kwaad kunnen, is niet duidelijk. Groeneveld: ‘Een verhoogd cortisolgehalte kan op langere termijn schadelijke effecten hebben, maar of dat ook geldt voor de waardes die wij gemeten hebben, weten we nog niet.’

Om uit te zoeken welk effect een bepaald soort zorg heeft op de lange termijn, moeten wetenschappers een grote groep kinderen jarenlang volgen. Vermeer: ‘We willen allemaal heel graag dat soort longitudinaal onderzoek doen, maar het is helaas lastig een subsidie te krijgen voor dat type onderzoek.’ Vooralsnog hoeven ouders die hun kinderen wegbrengen zich in elk geval niet schuldig te voelen. Groeneveld: ‘Ik denk niet dat er voldoende bewijs is voor de stelling dat kinderopvang goed of slecht is. We zijn nog allerlei andere gegevens aan het bewerken die daarover wel meer uitsluitsel kunnen geven’.

Een andere bevinding: bij kinderdagverblijven is het vooral belangrijk dat de globale kwaliteit goed is; de inrichting, het programma, de activiteiten enzovoort. Bij gastouderopvang is de gevoeligheid van de verzorger belangrijker. ‘In een kinderdagverblijf kan een kind elke dag een andere opvoeder hebben, maar bij gastouders is die elke dag dezelfde. Het is logisch dat de sensitiviteit dan een grotere invloed heeft’, legt Groeneveld uit. Daarnaast werken gastouders met kleinere groepen. Het Leidse B4kids houdt een maximum van zes kinderen per gastouder aan, en niet alle gastouders zitten vol. Groeneveld: ‘Het is makkelijker om sensitief te zijn in een kleine groep.’ Wie zijn kind bij een gastouder wil plaatsen, moet dus een gastouder zoeken die sensitief is. Waar moet je op letten? ‘Ziet ze het als er iets gebeurt met het kind of kan ze haar aandacht niet goed verdelen? Reageert ze snel genoeg op beginnend verdriet en huilen van het kind?’ illustreert Groeneveld.

‘Bij die keuze is het onder andere belangrijk goed te observeren hoe de gastouder reageert op en omgaat met jouw kind en op andere kinderen die onder haar hoede vallen.’