Nieuwe studies moeten meer studenten trekken. Van een circus-bachelor tot een master in pijpleidingtechnologie. ‘Soms ben ik verbijsterd.’
DOOR ARJEN VAN VEELEN Eind jaren negentig zag scheikundige Jaap Brouwer het licht. In die tijd trok scheikunde nauwelijks studenten, maar als Brouwer proefcollege gaf op middelbare scholen, zaten de lokalen stampvol. Waarom kwamen die niet scheikunde studeren?
Omdat het vak biochemie, dat de scholieren met name fascineerde, geen prominente plek had in het curriculum van scheikunde. Die studie had het wat suffe imago van het schoolvak. Biochemie zat pas ergens in het derde of vierde jaar verstopt. Een student begon bij het molecuul, en kwam pas jaren later bij de cel uit.
Zonde, vond Brouwer. Samen met een aantal gelijkgestemden uit Leiden en Delft bedacht Brouwer een nieuwe scheikunde-studie: life science and technology (LST). Die studie begint met de cel, en eindigt met het molecuul.
De eerste lichting trok vijfendertig eerstejaars. Nu zijn het er honderd.
Dit kunstje proberen vele universiteiten en hogescholen na te doen: het opnieuw uitvinden van een studie. In de Middeleeuwen bestond het opleidingenaanbod nog uit zeven, brede vakken; nu komen er jaarlijks ruim honderd nieuwe opleidingen bij, volgens cijfers van vergunningenverlener NVAO.
Nieuw in de afgelopen vijf jaar: game architecture and design, gemeentepredikant, bachelor circus and performance arts, integraal leiderschap voor schoolleiders, management van cultuur en verandering, city developer, criminal investigation, master of pipeline technology, philosophy and economics, letterkunde en literatuurwetenschap: nieuwe filologie, watermanagement en bachelor pop- en rockmuziek.
Karl Dittrich, NVAO-voorzitter, vraagt zich wel eens af of dat ‘niet wat erg veel is’, maar constateert ook dat vooral universiteiten doorgaans erg goed nadenken wat ze met een nieuwe opleiding willen. ‘Het vergt natuurlijk ook een behoorlijke investering’.
Die investering is hard nodig: de universiteiten krijgen geld op basis van marktaandeel. Ook de Universiteit Leiden mengde zich in de strijd om de student. Dat leverde succesverhalen op (zoals life science and technology) maar ook flops (zoals de Leiden University School of Management, een melkkoe gericht op de lucratieve, internationale student, die echter niet kwam).
Omdat de concurrerende universiteiten met hits kwamen als cultuurwetenschap en de University Colleges, moet Leiden die nu ook introduceren. Dat staat in het instellingsplan ‘Inspiratie en Groei’ (2010-2014). Elke faculteit kreeg van de rector het huiswerk om nieuwe studies te verzinnen. Per 2011 gaan als het goed is, draaien de studies International Business Law (Rechten), Internationale Betrekkingen en organisaties (FSW), International Studies en Cultuurwetenschap (Geesteswetenschappen).
Maar hoe zorg je dat een nieuwe studie een succes wordt? Wat is het verschil tussen een Buckler en een Senseo?
1. Verzin iets nieuws
‘Wij zijn voor market driven innovatie’, zegt Renée Merkx, hoofd strategische communicatie & marketing van de Universiteit Leiden. ‘meer dan voor studies die voortkomen uit het interessegebied van bepaalde professoren. Als universiteit willen we naar buiten kijken, niet te veel navelstaren.’ Het Leiden University College is een goed voorbeeld, vindt ze. Dat Amsterdam, Utrecht en Maastricht er ook een hebben, is geen bezwaar, vindt ook Karl Dittrich: het Leidse college heeft met de nadruk op recht en bestuur ‘een heel specifieke’ invulling. En soms is er plaats voor meerderen op de markt. Zoals bij de Bachelor Internationale Betrekkingen en Organisaties. In Groningen heb je een vergelijkbare studie, zegt professor politicologie Ruud Koole, maar daar is een studentenstop. ‘Een sterke aanwijzing dat er nog capaciteit is’.
Einstein is sexy maar teveel uitleg
2. Verzin iets ouds
‘Expertise die je zelf niet in huis hebt, kun je niet zomaar inkopen’, vindt Jaap Brouwer van LST. ‘Je moet de taart zelf kunnen bakken.’ Ga bijvoorbeeld geen onderwijs geven in een vakgebied waar je geen onderzoek naar doet, vindt hij. Want academisch onderwijs kan niet zonder die verstrengeling. Studies die nul op het rekest krijgen bij een vergunningaanvraag, zijn volgens Dittrich van de NVAO vaak studies ‘die zich willen uitbreiden op terrein waar ze de deskundigheid niet voor hebben of onder een prachtige naam iets volstrekt bestaands in markt willen zetten.’ ‘Het is echt gepuzzel’, zegt professor Henk Vording, die de opleiding International Business Law helpt ontwerpen, ‘Om met de bestaande capaciteit iets nieuws te bedenken. Maar Leidse juristen werken van oudsher bij grote ondernemingen. Onze nieuwe studie sluit aan bij ons traditionele merk; en je ziet volume liggen. Als je dat niet ziet, moet je het natuurlijk niet doen.’
3. Combineer creatief
Professor Joost Kok, informatica, startte samen met de Erasmus Universiteit een track informatica en economie, die uit moet groeien tot een hele bachelor samen met Rotterdam. De studie zit in Den Haag. ‘Onze strategie is het aanboren van nieuwe doelgroepen’.
4. Faciliteer de twijfelaar
Scholieren hebben bindingsangst. Verzin dus een opleiding die breed begint. Bij rechten hoef je pas na enige tijd te kiezen voor bijvoorbeeld notarieel, of International Business Law. De afdeling marketing beschikt over een testpanel van studenten en scholieren om (namen van) nieuwe studies op uit te testen.
5. Wat wil Shell?
Professor Vording sprak een avondje met Leidse alumni die nu in de raad van bestuur zitten van grote ondernemingen. De juristen weten wat nu nodig is in het bedrijfsleven.
‘Zorg dat je niet opleidt voor de WW’, zegt professor Brouwer. ‘Bedenk geen studie die alleen qua naam mooi klinkt. Is er bijvoorbeeld plaats voor honderden forensisch onderzoekers? Er is maar één instituut in Nederland en dat zit al vol.’
6. Verzin een merknaam
Dittrich: ‘Een tijdje terug had je drie woorden die steeds terug kwamen: internationaal, communicatie of management. In willekeurige volgorde. Management van internationale communicatie, communicatie van internationaal management, enzovoorts.’ Jaap Brouwer vergaderde ‘verschrikkelijk lang’ over de naam van life science and technology. Want moest het nu ‘science’ of ‘sciences’ zijn? Wat vaststond: ‘We wilden af van het imago van scheikunde.’ Het Leiden University College The Hague is ‘geen sexy naam’, zegt Renée Merkx, ‘maar drukt wel precies uit waar het voor staat. ‘We hadden het ook Einstein College kunnen noemen, maar dan moet je nog veel uitleggen. Toen Philips en Douwe Egberts de samen de Senseo introduceerden hadden ze reclamebudget om die merknaam bekendheid te geven. Kijk, dan penetreer je wel in de markt. Maar wij steken het geld liever in de inhoud van de opleiding.’
7.Kies een stad: Leiden of Den Haag
Profiteer van het imago en de faciliteiten van de hofstad, zoals informatica en economie doet: handig vanwege de link met de Haagse Hogeschool en de IT-bedrijven die er zitten. Wees snel, want de Huisvesting begint een beetje een probleem te worden.
8. Kies een taal
Met een (gedeeltelijk) Engelse bachelor boor je ook de markt van internationals aan. De bachelor Internationale Betrekkingen en Organisaties, bijvoorbeeld, begint in het Nederlands, maar eindigt in het Engels.
9. Bel je concurrent
Nieuw: sinds een half jaar moet je kunnen aantonen dat jouw nieuwe studie de markt niet verstoort. Minister Plasterk kwam met de ‘Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs’. Een speciale commissie toetst bijvoorbeeld of er niet twee dezelfde studies naast elkaar worden opgestart. ‘De hobbel is aanmerkelijk groter geworden’, zegt Henk Vording. De bewijslast dat je een gat in de markt hebt ligt nu helemaal bij de instelling. Je moet ook aantonen dat je concurrenten jouw plan ook goed vinden. ‘Het is een wonderlijke markt aan het worden’.
10. Vraag een vergunning
Bij de NVAO, die controleert of de kwaliteit van je plan goed is. Dit is een ‘gigantische klus’, zegt Jaap Brouwer, die adviseert om op het juiste moment een organisatorisch wonder aan te trekken die zorgt dat je plan ‘ook aan de achterkant klopt.’
11. And now we wait
Jackpot? Reken je niet rijk, zegt Henk Vording. ‘Zelfs als je er in slaagt erg veel nieuwe studenten te trekken, blijft je financiële basis tamelijk bescheiden, en zul je manieren moeten zoeken om aan grote groepen tegelijk, toch uitdagend college te geven.’
12. Vorm een warme gemeenschap
‘In september ben ik soms verbijsterd’, zegt Karl Dittrich, ‘Door al die prachtige persberichten over hoeveel nieuwe studenten universiteiten hebben weten binnen te halen; Maar als later de rendementscijfers komen, blijft het vaak ontzettend stil.’ Volgens Dittrich moeten opleidingen communities of learners vormen. Zoals in Utrecht waar, studenten van massastudies als rechten en psychologie worden opgesplitst in kleinere groepen. Vroeger was niet alles beter, weet Dittrich: ‘Ik herinner me mijn eigen eerstejaars rechten in Leiden, zat ik in de tweede zaal te kijken naar de videoprojectie van een docent die voorlas uit eigen werk - niet echt stimulerend.’