Ontsnapt met een keukentrapje Nederlandse en Britse politiek reageerde anders op gevluchte gevangenen
Na geruchtmakende ontsnappingen bouwde Nederland een Extra Beveiligde Inrichting, maar Engeland niet. De Leidse bestuurskundige Sandra Resodihardjo zocht uit waarom.
DOOR BART BRAUN Op 21 oktober 1990 worden op de binnenplaats van het huis van bewaring aan de Amsterdamse Havenstraat veertig gevangenen gelucht onder toezicht van twee bewakers. Plotseling gooit iemand van buitenaf een touwladder over de muur. Dan blijkt dat de bewakers wel heel erg in de minderheid zijn. Terwijl ze met messen worden bedreigd, weten acht gevangenen te ontsnappen.
Op oudejaarsdag van dat jaar klimt op klaarlichte dag een gewapende man met behulp van een keukentrapje over de muur van een gevangenis in Arnhem. Hij houdt de bewaking onder schot, zodat de Colombiaanse drugsbaron Ruben Garzon Londoño kan ontsnappen. Hij neemt echter per ongeluk de verkeerde Colombiaan mee, en Londoño blijft zitten.
Op 19 februari 1991 ontsnapt een 42-jarige drugshandelaar met behulp van een helikopter uit gevangenis De Marwei in Leeuwarden. Het is de eerste helikopterontsnapping in Nederland. Een woordvoerder van Justitie stelt dat je met zoiets geen rekening kan houden. ‘Er is bewust gekozen luchtplaatsen niet in kooien te plaatsen; dan kom je op bunkers uit.’
Diezelfde maand klimmen vier mannen over de muur van het huis van bewaring in Arnhem-Zuid. Met behulp van snijbranders halen ze de tralies voor de cel van Ruben Londoño weg. Ze slaan met een moker op het kogelvrije glas in, maar dan horen ze op hun politiescanner dat de politie onderweg is. Ze vluchten, en Londoño wordt overgeplaatst naar een gevangenis in Sittard.
In januari 1992 lukt het hem eindelijk om te ontsnappen, wederom omdat er handlangers over de muur klimmen met trapjes. In zijn kielzog vlucht ook de Ierse afperser Q. B. mee. Die wordt later gearresteerd als hij vijftien mensen gijzelt in een supermarkt. De pers komt erachter dat hij al twee keer eerder uit een gevangenis is ontsnapt.
Dit alles speelde zich af tegen een achtergrond van nog meer ontsnappingen. Sommigen knoopten lakens aan elkaar, anderen gebruikten vuurwapens of helikopters. Tegelijkertijd was er in Nederland een groot cellentekort. De overheid stuurde steeds zwaardere verdachten naar huis. ‘Er ontstond een beeld van de gevangenis als lekke zeef’, vertelt bestuurskundige Sandra Resodihardjo. ‘Je kon er niet inkomen, als je erin zat, werd je weggestuurd om plaats te maken voor de volgende gedetineerde. En anders kon je altijd nog ontsnappen.’
Staatssecretaris Aad Kosto van Justitie reageerde voorspelbaar: hij stelde een commissie in. Normaal gesproken is dat een heel verstandige oplossing: je laat de commissie vergaderen en tegen de tijd dat iedereen het probleem vergeten is komt de commissie met een advies. Jij belooft plechtig het rapport te zullen lezen en vervolgens probeer je binnen de beperkte ruimte die je als beleidsmaker hebt wat dingetjes te veranderen. ‘Alleen kwam dit keer het rapport uit terwijl de incidenten alleen maar erger werden. Terwijl Kosto zei dat hij erover na ging denken, ontsnapten er weer een aantal gedetineerden.’
Resodihardjo promoveerde op gevangenisbeleid. Deze maand verscheen een artikel van haar en een Britse collega in het vakblad Punishment & Society, waarin ze terugblikken op de jaren negentig in Nederland en Engeland. ‘Crises zijn bestuurskundig interessant omdat zij mogelijk kunnen verklaren hoe beleidsveranderingen tot stand komen. De literatuur zegt namelijk dat hervormingen heel moeilijk tot stand kunnen komen. Je zit met krappe begrotingen, beleidserfenissen, bestuurders komen vaak voort uit de structuur die het huidige beleid tot stand heeft gebracht waardoor zij niet snel voorstander zullen zijn om die structuur drastisch te veranderen, enzovoort.’
De beleidssector heeft net als de wetenschap een paradigma; een verzameling opvattingen en modellen over het vakgebied. En net als in de wetenschap gaat de meeste verandering met piepkleine beetjes. Resodihardjo: ‘Wanneer kan een grote verandering dan toch? Als er een sterke leider is. Als het beleid incrementeel wordt opgeschoven; telkens kleine stapjes zodat je pas bij het terugkijken ziet hoe erg iets veranderd is. De huidige ingrepen in privacy zouden daar een voorbeeld van kunnen zijn. De derde verklaring is een crisis; dan wordt alles op zijn kop gezet.’
Kosto zat in een crisis, en hij moest dingen op de kop gaan zetten. Een bunker bij Vught werd omgebouwd tot Tijdelijke Extra Beveiligde Inrichting zodat gedetineerden daar alvast geplaatst konden worden in afwachting van het afbouwen van de eigenlijke EBI op datzelfde terrein. Tot dat moment hadden gewone gevangenissen een EBI-vleugel, maar voor allerlei activiteiten (recreatie, tandarts) werden gedetineerden naar de minder goed beveiligde, gewone afdeling verplaatst – waardoor zij alsnog konden ontsnappen. ‘Het idee was goed, maar het schortte aan de uitvoering’, aldus Resodihardjo.
De huidige EBI in Vught is wel gebouwd zoals dat oorspronkelijk de bedoeling was: een gevangenis in een gevangenis. Helikopter-werende draden op de binnenplaats, glazen wanden tussen de gevangenen en de bewakers. Als de bewakers al met gevangenen in dezelfde ruimte zijn, zijn er twee bewakers op elke gedetineerde. Er is nog nooit iemand ontsnapt. De Ier Q. B. was één van de eersten die erin ging, en klaagde net als zijn navolgers Mohammed B. en Willem H. over de omstandigheden.
Engeland kende in dezelfde periode ook een aantal ontsnappingen, onder meer van B’s landgenoten die lid waren van de terreurorganisatie IRA. De Britse pers rook bloed, zeker toen bleek dat het hoofd van het gevangeniswezen net een grote bonus had ontvangen. Ook daar gingen stemmen op om een supergevangenis te bouwen, maar hij kwam er niet.
Resodihardjo: ‘Het belangrijkste verschil met de Nederlandse situatie was dat er vervolgens geen nieuwe ontsnappingen meer kwamen. De beveiliging was al eerder aangepast na de eerste grote ontsnapping, dus dat kon niet meer. Bovendien kwamen er verkiezingen aan; de besluitvorming werd uitgesteld en na de verkiezingen was het van de agenda.’ osto had daarentegen geen keuze meer, omdat de crisis werd verergerd door nog meer ontsnappingen.
En Londoño? Die werd in 2005 in Colombia gearresteerd als lid van een bende die cocaïne exporteerde naar de VS. Uit zijn Colombiaanse gevangenis is hij vooralsnog niet ontsnapt.