Mare Nummer 18     28 januari 2010

18
Een olieraffinaderij in Abadan, Iran. Volgens hoogleraar sociale geschiedenis Touraj Atabaki is ‘de rol van de Iraanse arbeider is onderbelicht gebleven’.
FOTO: Bruno Barbey/Magnum Photos/HH
Wanted in Iran
Touraj Atabaki mag zijn geboorteland niet meer in

Hoogleraar sociale geschiedenis Touraj Atabaki kreeg een NWO-subsidie van meer dan een half miljoen euro om onderzoek te doen naar de geschiedenis van oliearbeiders in Iran. Maar hij er niet welkom. ‘Ik had een baard en een nepbril. Maar dat hielp niet veel.’

DOOR VINCENT BONGERS ‘Ik studeerde in de jaren zeventig natuurkunde in Teheran, mijn specialisme was de quantumfysica. Voor het vervolg van mijn studie vertrok ik naar Londen. Ik was activist en ging in 1978 terug naar Teheran om deel te nemen aan de revolutie. Ik was tegen het regime van Sjah Reza Pahlavi. Het had geen legitimiteit. Er was wel een betrekkelijke vrijheid voor het individu, die wilde wij behouden. Maar we wilden ook politieke en sociale vrijheid realiseren.’

Tijdens de revolutie was Touraj Atabaki op de straat in Teheran te vinden. ‘Ik heb gezien wat een grote groep mensen voor elkaar kan krijgen. Ik was soms bang voor de massa mensen die op de been was. De massa op straat was reëel en soms destructief, het was geen romantiek zoals die soms in boeken wordt beschreven. De revolutie werd helaas snel gekaapt door de mullahs. Binnen een paar maanden kwam er een theocratisch regime met de sharia als leidraad. Er was geen ruimte voor niet- en anders-gelovigen. Alleen als je de juiste vorm van de islam beleed, hoorde je erbij. En dat terwijl er een mozaïek van geloven en etnische achtergronden is te vinden in het land.’

Door de revolutie kreeg Atabaki oog voor sociale geschiedenis. Hij stapte over van de natuurkunde naar de geesteswetenschappen. ‘Ik wilde meer weten over het volk, gemarginaliseerde groepen en onderdrukten.’ Volgens hem wilde het regime dat aan de macht kwam na de revolutie ‘de ideale moslim’ creëren. Het rolmodel was en is een mannelijke, heteroseksuele sjiiet. Dan tel je mee. Als je anders bent, dan ben je een tweederangs burger. Ik scheef kritische artikelen in tijdschriften en kranten. Uiteindelijk kwam ik op de “wanted” lijst. Ik moest ondergronds activiteiten verrichten en dat werd steeds moeilijker. Ik had een baard en een ander haarstijl en een nepbril. Maar dat hielp niet veel. Er waren steeds minder adressen waar ik veilig kon verblijven.’

In 1982 vluchtte hij via de Turkse grens uit Iran en uiteindelijk kwam in Nederland terecht.

Atabaki verwachtte na een korte periode weer terug te kunnen naar Iran. ‘Maar ik woon nu al 27 jaar in mijn tweede thuisland. Tijdens het bewind van de hervormer Khatami, dat duurde van eind jaren negentig tot 2005, ben ik teruggeweest om mijn familie te bezoeken en lezingen te geven. Ik werd nota bene uitgenodigd door de regering als gastdocent. In mijn geboorteland. Het was rare situatie. Ik sprak wel dezelfde taal maar was een vreemde en een tweederangsburger in mijn eigen land.’

Toen president Ahmadinejad aan de macht kwam, kon Atabaki het land opnieuw niet meer in. ‘Zijn politieke beleid is gebaseerd op een eindloze onrust en crisis.’ Nu Ahmadinejad na frauduleuze verkiezingen voor de tweede keer aan de macht is gekomen, verzet een deel van de Iraniërs, de groene beweging, zich tegen het regime. ‘Groen is geen revolutie’, zegt Atabaki. ‘Het is een burgerbeweging die de potentie heeft om uit te groeien tot een revolutie. Ik steun hen. Ik hoop dat het leidt tot een staat die niet theocratisch is en waar ruimte is om altijd kritisch te zijn.’

In zijn nieuwe onderzoek richt Atabaki zich weer op de sociale geschiedenis van zijn geboorteland. ‘In 1908 werd er olie ontdekt in Iran. Er is veel bekend over de politieke geschiedenis met betrekking tot de olie en er is ook veel geschreven over de oliebedrijven als BP of Shell. Maar de rol van de arbeider is onderbelicht gebleven.’

Zelf kan hij niet naar de olievelden in Iran. ‘Ik ben een geboren optimist. Voor dit project heb ik drie promovendi en een postdoc tot mijn beschikking die al in Iran zijn of er naar toe gaan. Dus aan de juiste data kom ik wel.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook