Mare Nummer 17     21 januari 2010

17
‘Ik heb op kaas gedrumd, so what?’
Voor Han Bennink is de wereld zijn trommelvel

Nederlands beste jazzdrummer Han Bennink trommelt ook op water en vuur, blijkt uit zijn onlangs verschenen biografie. Vorige week opende hij de Leidse jazzweek.

DOOR FRANK PROVOOST Een goede roffel, die klinkt als een blikken bus met erwten erin. Die les van vader Rein knoopte drummer Han Bennink (1942) al vroeg in zijn oren. Dertig jaar later zou hij de wijze raad opvolgen: tijdens een optreden op het Loosdrechtse jazzfestival smeet hij drie pakken spliterwten het publiek in, hand voor hand.

Het was bij lange na niet het vreemdste dat hij op (en buiten) het podium uitvrat, zo blijkt uit Han Bennink, de wereld als trommel, geschreven door Volkskrant-journalist Erik van den Berg. Nederlands beste jazzdrummer gaf eerder deze maand - als opening van de Leidse jazzweek - een masterclass in de Burcht.

Bennink mag dan in zijn carrière ongeveer alle Groten der Aarde (Johnny Griffin, Ben Webster, Sonny Rollins, Dexter Gordon) hebben begeleid, hij deed dat gaandeweg - letterlijk - met steeds meer toeters en bellen.

Achter zijn naam stond op zijn platenhoezen niet langer ‘drums’ of ‘drums, etc.’, maar ‘everything/anything’. Koffers vol extra’s stouwde hij in zijn bestel-2CV: brandweerbellen, politiefluiten, ratels, een zweep (‘uit de paardenwinkel in Würzburg, met een goede knal’) maar ook de zelfgemaakte ‘hanrinet’ (een tuinslang met een mondstuk).

En het kon nog gekker: dan trommelde hij met zijn handen op water, of gooide daar enkel maar steentjes in. Voor de opnamen van Airdrumming was nog minder nodig, daar volstond alleen de lucht.

Van den Berg weet de tegendraadsheid van de drummer goed te schetsen, mede dankzij diens dagboekaantekeningen. Daaruit blijkt dat Bennink streken zijn toch eerder het gevolg van ware muzikale passie dan van aandachttrekkerij. Natuurlijk is het meegenomen dat hij CNN haalt, nadat hij op het jazzfestival in Peking door agenten van het podium is getrokken. (Reden: hij stookte een vuurtje in zijn hihat.) En als een Canadees museum een drumkit van kaas tentoonstelt, is hij niet te beroerd om daarop te komen spelen. Maar als NBC’s Tonight Show van Jay Leno hem op basis van het bijbehorende YouTube-filmpje uitnodigt het trucje voor vijf miljoen kijkers te herhalen, weigert Bennink. ‘Ik heb op kaas gedrumd, so what? Ik vond het ontzettend kinderachtig dat het zoveel aandacht kreeg.’

Even fanatiek als hij de tierlantijnen heeft verzameld, laat hij ze ook weer vallen. Wanneer hij steeds meer collega’s met overvloedige accessoires ziet zeulen, beperkt hij zich weer tot de basis. Wederom op zijn Benninks: hij versimpelt zijn kit zo drastisch nog één snaredrum overhoudt. Daar is genoeg uit te halen, vindt hij. En door zijn voet tijdens het slaan op de snaredrum te leggen en zo het vel strakker te spannen is bovendien een heel scala aan tonen mogelijk. Bijkomend logistiek voordeel: bij optredens in de buurt kan hij met de fiets komen. En desnoods drumt hij gewoon verder op wat hij op en rond het podium vindt, tot de vloer aan toe. Zolang het maar ‘swingt als een tijger’.

Dat Bennink voorafgaand aan de Leidse jazzweek een masterclass in de Burcht gaf, mag opmerkelijk heten. Hij zag al vaker verschillende aspirant-leerlingen langskomen, onder meer in de Loenense koeienstal waarin hij zich jaren als kluizenaar opsloot. ‘Maar dan ging ik liever iets anders met ze doen. Een potje schaken of zo. Aynsley Dunbar, de drummer van Frank Zappa, heb ik ook in de stal gehad. Ik wist niet wie hij was, maar hij wilde langskomen. Het ging niet echt ergens over, een beetje visite was het.’

Hopelijk hebben de Leidse drummers wel wat geleerd.


Erik van den Berg, Han Bennink, De wereld als trommel. Thomas Rap, 239 pgs. € 19,90