‘Kennelijk De Hoop Scheffer iemand die er in een uiterst serieuze context voor kiest zich van een wetenschappelijk fundamenteel onverantwoorde denktrant te bedienen.’
FOTO: Taco van der Eb
Ontsla Jaap de Hoop Scheffer
Nu de conclusies van de commissie-Davids bekend zijn gemaakt, is de positie van Jaap de Hoop Scheffer als hoogleraar aan Universiteit Leiden onhoudbaar geworden, schrijft student Matthijs Wibier. De Hoop Scheffer steunde als minister van Buitenlandse Zaken de inval in Irak.
DOOR MATTHIJS WIBIER Hoewel de meeste bevindingen van het inmiddels breed en vurig bediscussieerde Irak-rapport niet direct relevant zijn voor de universitaire gemeenschap, moet toch worden geconcludeerd dat de universiteit Jaap de Hoop Scheffer niet aan kan houden als hoogleraar zonder ernstige schade aan te richten. Het belangrijkste argument hiervoor is niet zozeer ethisch – ‘Hij heeft een oorlog gesteund zonder “goede” grondslag’- als wel wetenschapsfilosofisch.
Al in 2002, zo noteren Davids en gezellen, besloot de minister van Buitenlandse Zaken een inval in Irak te steunen. Laten we zo’n beleidsvoornemen gemakshalve even een hypothese noemen, al was het alleen maar omdat de houdbaarheid van beide met bewijs moet worden ondersteund. Het gevolg van het op voorhand genomen besluit was dat Buitenlandse Zaken selectief met bewijsmateriaal omging: alleen materiaal dat de hypothese ondersteunde, werd aan de Tweede Kamer gerapporteerd, terwijl onwelgevallig (‘falsificerend’) materiaal als onbruikbaar terzijde werd geschoven.
Er werd, met andere woorden, bewijs gezocht bij een onwrikbare conclusie, in plaats van te kijken of de hypothetische conclusie verworpen moest worden op basis van het bewijs. Er vond, om het nog anders te zeggen, geen afweging plaats, maar er werd naar een doel toe geredeneerd.
In de politiek staat dit verschijnsel bekend als tunnelvisie; in de wetenschap is dit een vorm van de – met plagiaat om de koppositie strijdende – doodzonde die teleologie heet. Eerstejaarsstudenten die hierop betrapt worden, krijgen op zijn minst een corrigerende tik. Omdat er bij selectieve bewijsvoering door het bewust verzwijgen van tegenbewijs bedrog in het spel is, is deze variant van teleologie bovendien kwalijker dan die van de historicus die zich in al zijn onnozelheid afvraagt of Cicero rechtser was dan het kabinet-Van Agt II.
De vraag is nu of we dit mogen accepteren van een hoogleraar – iemand die in niet onbelangrijke mate als leermeester functioneert. Als we met z’n allen vinden dat de Middeleeuwen voorbij zijn, zou ik zeggen: ‘Nee’. Bedenk dat het deze hoogleraar aan wetenschappelijke kwalificaties ontbreekt. Hierdoor moeten we ons een beeld vormen van zijn wetenschappelijk kaliber op basis van de glimpen die we op kunnen vangen van de manier waarop hij onderzoek doet. En kennelijk is hij iemand die er in een uiterst serieuze context voor kiest zich van een wetenschappelijk fundamenteel onverantwoorde denktrant en handelwijze te bedienen.
De universiteit dient zich dus zo spoedig mogelijk van deze smet op het blazoen te ontdoen. Een hoogleraarschap is nu eenmaal geen snuffelstage, maar eerder een basisplek in Oranje. Het weigeren of negeren van deze oproep is een schoffering van alle medewerkers, alle studenten en alle alumni.
Matthijs Wibier is student Griekse en Latijnse Talen en Culturen en Politieke Wetenschappen