Het Nederlandse wetenschapssysteem is toe aan vernieuwing. Dit blijkt uit een vergelijkende studie tussen zes Europese landen, uitgevoerd door het Rathenau Instituut, een onafhankelijke organisatie die zich bezighoudt met wetenschap en de samenleving.
Volgens het rapport presteert de Nederlandse wetenschap nog steeds goed op het gebied van aantallen publicaties en het aantal citaten, maar is op een aantal gebieden verbetering nodig om niet achterop te raken bij het buitenland. Het rapport werd opgesteld in opdracht van het ministerie van Onderwijs.
Volgens het onderzoek zou de concurrentie tussen Nederlandse universiteiten moeten toenemen. Deze scoren internationaal goed, maar een echte topuniversiteit ontbreekt. In het buitenland neemt concurrentie tussen universiteiten juist toe. Ook zou de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die wetenschappelijk onderzoek financiert, enkele taken moeten overdragen aan andere organisaties. Financiering zou beter moeten gaan aansluiten bij de ontwikkeling van onderzoeksdisciplines.
Verder meldt het rapport dat het evaluatiesysteem aangepast zou moeten worden. Te veel beoordelingen zouden zeer goed tot uitmuntend zijn, waardoor het lastig wordt om het echte toponderzoek te onderscheiden.
Het rapport bepleit dat de Nederlandse overheid weer meer de regie over het beleid in handen moet krijgen. De overheid heeft nu juist te weinig middelen om in te grijpen en prioriteiten te stellen, zo melden de onderzoekers.
In de jaren ’90 had Nederland door het nemen van maatregelen op het gebied van de zelfstandigheid van universiteiten en het beoordelingsysteem een voorloperrol op het gebied van hervorming van het wetenschappelijke systeem. Dit zorgde ondermeer voor meer kansen voor jonge onderzoekers en er kwam meer nadruk op excellent onderzoek. Maar ook in andere landen zijn inmiddels veel succesvolle maatregelen genomen, waardoor Nederland inmiddels niet meer voorop loopt.
In Nederland zijn de uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek relatief laag: 1,7 % van het Bruto Nationaal Product. In drie van de zes onderzochte landen wordt relatief meer uitgetrokken voor onderzoek. In Engeland ligt het percentage ongeveer op gelijke hoogte.