Wetenschappers op weg naar WW Ontslagen medewerkers stappen naar rechter
Decennia in dienst van de Universiteit Leiden en dan opeens ontslagen. Bezwaarschriften worden door het bestuur terzijde gelegd. Dan rest alleen nog de gang naar de rechter. ‘Onrechtvaardigheid telt niet, alleen juridische fouten.’
DOOR ARJEN VAN VEELEN Vandaag, donderdag 21 januari, hoopt dr. Marion Boers (54) van de rechter te horen dat ze niet ontslagen had mogen worden door de Universiteit Leiden. Boers werkt als docente kunstgeschiedenis bij Dutch Studies. Ze kreeg vorig jaar te horen dat ze per 1 februari 2010 ontslagen is. Dit najaar spande ze een rechtzaak aan tegen de werkgever waar ze al drieëntwintig jaar met veel plezier voor werkt. Naar eigen zeggen inmiddels vijftienduizend euro stak ze in juridische bijstand en advocatenkosten.
Ook voor sanskritist dr. Herman Tieken (58) is het een spannende week. Morgen heeft hij voor het eerst van zijn leven een afspraak bij het arbeidsbureau. Per 1 februari zit hij waarschijnlijk in de WW, en zal hij wekelijks een sollicitatiebrief moeten schrijven. Op zijn curriculum vitae: vierendertig jaar in dienst van de Universiteit Leiden. Tieken doceerde Sanskriet en Tamil en publiceerde een plank vol aan wetenschappelijk onderzoek en vertalingen. Ruim een jaar geleden haalde hij met een vertaling van de erotische klassieker Kamasoetra nog de voorpagina van NRC Handelsblad. Ook op de wervingssite Studereninleiden.nl staat dat succesverhaal nog vermeld. De onderzoeker zelf is inmiddels ontslagen.
De twee docenten horen bij een groep van in totaal achttien voltijdsbanen aan wetenschappelijk medewerkers die hun baan verloren bij de grote bezuinigingsoperatie van Geesteswetenschappen, afgelopen jaar. Die operatie heeft bij een aantal medewerkers gezorgd voor frustratie – niet eens zozeer vanwege de bezuinigingen an sich, als wel vanwege de afwikkeling daarvan.
Enkele tientallen medewerkers bevochten het ontslag bij de commissie voor beroep- en bezwaarschriften van de universiteit. Die commissie adviseert het college van bestuur, maar het college kan dat advies naast zich neerleggen. Wie gelijk krijgt van de commissie, staat wel sterk bij de rechter. Ook zijn er –voor zover bekend - zes medewerkers die de gang naar de rechter hebben gemaakt.
Voor Boers kreeg de academie het afgelopen jaar soms kafkaëske trekjes. Ruim een jaar geleden kreeg ze officieel te horen dat haar functie werd bedreigd. Boers diende daarop een bezwaarschrift in bij de commissie voor beroep- en bezwaarschriften. Daarin betoogde ze ondermeer dat de grond voor ontslag ontbreekt.
De commissie nam de zaak in april 2009 in behandeling. Boers is zeer content over de zorgvuldige beoordeling van haar zaak door de commissie die bestaat uit een aantal medewerkers van de Universiteit Leiden, plus een externe voorzitter. Binnen zes weken zou ze de uitslag moeten krijgen. De geschillencommissie vroeg echter enkele malen uitstel. Waarschijnlijk omdat ze overstelpt zijn vanwege de toeloop van bezwaarschriften door de verschillende reorganisaties. Uiteindelijk hoorde Boers een half jaar later dat de commissie met een advies was gekomen. Welk advies, bleef in het ongewisse. Wel kreeg Boers intussen iets anders: haar ontslagbrief.
Haar advocaat was verbijsterd over die gang van zaken, zegt Boers, en stelde de universiteit een ultimatum: binnen twee weken moest de werkgever komen met een ‘besluit op advies’, anders zou dat via de rechter worden afgedwongen.
Op de ochtend van het verstrijken van de deadline kreeg Boers een brief van de vice-rector waarin zowel het heugelijke nieuws stond dat de commissie van beroep haar gelijk had gegeven (onder andere omdat de grond voor haar ontslag inderdaad ontbrak), als ook de mededeling dat de universiteit het advies van de commissie naast zich neerlegde.
Toen stapte Boers naar de rechter. ‘De trein reed maar door’, vertelt ze. ‘En de enige manier om zand in wielen te strooien was via een voorlopige voorziening.’
Afgelopen donderdag diende de besloten zitting in de rechtbank in Den Haag. Daar waren ook de directeur van het Onderwijsinstituut en twee bedrijfsjuristen van de Universiteit Leiden. Haar advocaat heeft goede hoop dat de rechter Boers gelijk geeft.
Herman Tieken begint binnenkort met het ontruimen van de twintig meter boeken die nog op zijn werkkamer staan. Het afgelopen jaar zou hij graag vergeten. Liever vertelt hij over de twee nieuwe wetenschappelijke projecten waar hij mee bezig is.
Hij laat post zien die hij kreeg van Sir Christopher Ondaatje, de broer van de bekende schrijver Michael (bekend van The English Patient). De Ondaatje-familie is geïntereseerd in het project waar Tieken mee bezig is: het vertalen en uitgeven van de achtiende eeuwse privécorrespondentie van Nicolaas Ondaatje, een verre voorouder, die in het Tamil schreef. Ook is Tieken bezig met een boek over de Ashoka-inscripties, de oudste inscripties van India, geschreven in een Sanskriet-dialect.
Het liefst zou Tieken dit onderzoek blijven voortzetten voor de Universiteit Leiden. Ook hij stapte naar de rechter. Dat is frustrerend, je oude werkgever aan klagen. ‘Je voelt je De Roy van Zuydewijn die naar de nationale Ombusman stapt.’ Hij verwacht weinig heil van de procedures. ‘Onrechtvaardigheid alleen telt niet. Het enige dat telt zijn juridische fouten.’
‘Het is allemaal onkunde’
Zijn ontslag zal de universiteit weinig geld opleveren, verwacht Tieken. Zo lang hij geen werk vindt is de universiteit door afspraken verplicht een soort wachtgeld te betalen (WW plus een bovenwettelijke uitkering). Dat ‘wachtgeld’ is bijna even veel als zijn salariskosten. En de kans dat hij als sanskritist een baan vindt, is niet zo groot.
Volgens Tieken is er het afgelopen jaar niet met hem gesproken over alternatieven, zoals de laatste jaren tot zijn pensioen in deeltijd gaan werken. ‘Wat mij eigenlijk het meeste stoort is dat men, nadat de aantallen ontslagen waren vast gesteld, geen pas op de plaats heeft gemaakt en naar creatieve oplossingen is gaan zoeken. In plaats daarvan heeft men toegelaten dat er allerlei spelletjes werden gespeeld.’
Na zijn ontslag kreeg de studie India & Tibet wel een nieuwe hoogleraar Sanskriet. De vierde hoogleraar voor de kleine opleiding. Dat bevreemdt hem, zacht gezegd. ‘Ik moest kennelijk weg omdat er een hoogleraar moest komen.’
Afgelopen kerst kreeg Tieken geen kerstpakket. Doorgaans gaf hij niet zo veel om dit cadeautje, maar ditmaal wel: het zou zijn laatste zijn. Dus mailde hij de decaan. Twee dagen later kreeg hij het cadeautje alsnog, met zijn naam verkeerd gespeld. Een onbeduidend voorval wellicht, maar volgens Tieken illustreert het hoe onverschillig de universiteit het afgelopen jaar is omgegaan met een aantal trouwe medewerkers. Een ander voorbeeld: toen Tieken afgelopen september na een verblijf in India naar Leiden terugkeerde om zijn colleges te geven (hij was immers nog ruim een half jaar in dienst) bleek iemand anders te zijn aangenomen, een tijdelijke medewerker, die de colleges Sanskriet had overgenomen. ‘Ik gun het hem van harte, daar niet van. Maar erg vreemd blijft het wel.’
Ook Marion Boers ziet niet in wat haar ontslag de universiteit oplevert. Bij Dutch Studies gaf ze onder meer het college Highlights of Dutch Art History. Daarmee haalde ze voldoende docentpunten binnen voor 1 fte, zegt ze, en maakte ze feitelijk ‘winst’ voor de universiteit. Ook in haar geval zal de universiteit wachtgeld moeten betalen als ze in de WW komt. ‘Ze kunnen me beter laten werken. Dat is ook wat ik het liefste wil.’
Dat een reorganisatie noodzakelijk was, betwijfelt Boers niet. Maar de manier waarop had anders gekund. Er heerste een regentencultuur, vindt ze. Bij de inspraakprocedure werd de faculteitsraad voor het blok gesteld door het bestuur; en vervolgens werden getroffen medewerkers nauwelijks bij het proces betrokken. De gesprekken die er waren, waren grotendeels voor de bühne volgens Boers. ‘Met de suggesties is vrijwel niets gedaan.’
Dat haar bezwaarprocedure zo eindeloos werd gerekt – Boers weet niet wat ze er van moet vinden. Was het onverschilligheid? ‘Ik heb heel lang gedacht: de universiteit doet dit allemaal heel doortrapt en geslepen. Maar mijn advocaat en andere juristen zeggen: “het is allemaal onkunde, amateurisme”. Ik kan het me toevallig veroorloven een jaarsalaris aan advocatenkosten op te brengen. Dat geldt niet voor andere medewerkers.’
Reactie decaan: ‘Niet voor iedereen een oplossing’
In maart komt het bestuur van Geesteswetenschappen met een evaluatie van de reorganisatie. Volgens decaan Wim van der Doel ligt de bezuinigingsoperatie op schema.
Het klopt dat volgens hem dat ontslagen medewerkers die in de WW terecht komen de universiteit geld kosten. ‘Wij hopen allereerst natuurlijk dat de ontslagen medewerkers aan de slag komen. Als dat niet lukt, en ze in de WW terecht komen, geldt voor hen een sollicitatieplicht. Als ze geen baan vinden, heeft dat inderdaad financiële gevolgen voor de universiteit. Op basis van het sociaal plan en vrijwilligheid zijn in individuele gevallen regelingen getroffen. Voor de mogelijke reorganisatiekosten is in 2008 in één keer een voorziening getroffen ten laste van het universitaire resultaat. Die drukken de komende jaren niet direct op de exploitatie van de faculteit.’
Van der Doel meent dat er zeer actief gezocht is naar alternatieve oplossingen voor de ontslagen medewerkers. Sommigen konden ander werk vinden als instituutsmanager of studiecoördinator; anderen werden geplaatst buiten de faculteit. ‘Maar niet voor iedereen hebben we een oplossing kunnen vinden.’
Waarom is niet eerst geprobeerd te bezuinigen via het aanbieden van bijvoorbeeld vrijwillige vertrekregelingen? De decaan zegt daar bewust niet voor te hebben gekozen. Dan zou je kunnen krijgen dat er juist in die hoeken van de faculteit mensen vertrekken waar je ze juist niet weg wilt hebben.’
De reorganisatie ligt op schema, aldus de decaan. ‘Wij voeren het personeelsplan zoals dat is vastgesteld volledig uit. We zijn op koers. De nieuwe benoemingen die er zijn geweest, zoals een hoogleraar Sanskriet, waren al voorzien in het personeelsplan, waar de faculteitsraad destijds inspraak over heeft gehad.’
De operatie blijft ‘altijd een pijnlijk proces’ volgens de decaan. ‘Dit grijpt in het leven van de mensen en in de organisatie. Maar de reorganisatie is noodzakelijk geweest en ik vind dat de juiste beslissingen zijn genomen. Hier en daar zijn in de loop van het proces aanpassingen geweest. Zoals bij het inspraakproces rond het personeelsplan van bijvoorbeeld Dutch Studies en Boekwetenschap. Mijn indruk is dat iedereen zijn rol goed heeft gespeeld: faculteitsraad, vakbonden, medewerkers en bestuur.’