Mare Nummer 16     14 januari 2010

16
De grote sfinx in Gizeh, foto genomen op 9 december 1849.
FOTO: Maxime Du Camp
Flaubert bij de kannibalen
Reis van schrijver had een vleugje Indiana Jones

De fotografie bestond naar maar net, het land was vijandig maar dat weerhield een fotograaf en de Franse schrijver Flaubert er niet van Egypte te doorkruisen. Een tentoonstelling over vleermuiskeutels, mummies en ijzingwekkende sfinxen.

DOOR VINCENT BONGERS ‘Oh, hoe graag zou ik alle vrouwen van de wereld opgeven om een nacht de mummie van Cleopatra te bezitten,’ schreef de Franse schrijver Gustave Flaubert (1821-1880) in zijn dagboek aan het begin van de reis door de Oriënt die bijna twee jaar zou duren.

Flaubert vergezelde zijn vriend Maxime Du Camp die in opdracht van een ministerie een fotoreportage maakt over Egypte. Ze bezochten een groot deel van de monumentale bouwwerken in het land. De reis verliep van Alexandrië in het noorden, langs de piramides van Gizeh bij Cairo tot aan de tempels van Aboe Simbel in het zuiden.

In de tentoonstelling Het Egypte van Gustave Flaubert in het Rijksmuseum van Oudheden wordt aan de hand van 35 foto’s en fragmenten uit het dagboek een beeld gegeven van de reis.

Naast deze documenten zijn er kunstvoorwerpen, papyri en delen van mummies te zien die de twee reizigers konden aantreffen op hun soms moeizame tocht langs piramiden en tempels. Zo is er bijvoorbeeld een granieten beeld te zien van koning Amenhotep III , Nieuwe Rijk, (ca. 1391-1353 v. Chr.) en een sfinx met ramkop uit 19de-20ste Dynastie (1307-1070 v.Chr.). Verder een opvallend reliëf met de afbeelding van de godin Hathor uit de Ptolemaeische tijd (derde- tweede eeuw voor Christus).

Als Flaubert vertrekt naar het Oosten staat hij nog aan het begin van zijn schrijfcarrière. Sterker nog een aantal aanzetten tot een roman worden door vrienden naar de prullenbak verwezen. De reis lijkt echter louterend te werken. Kort nadat hij terugkomt in Frankrijk begint hij te schrijven aan de roman Madame Bovary, die uiteindelijk in 1857 zou verschijnen en als een literair meesterwerk wordt gezien.

Er zit een tintje Indiana Jones aan de tocht van de twee mannen in een landschap dat volgens Flaubert haast ‘kannibalistisch’ aandoet. De reizigers trotseren in klein bootje hevige stroomversnellingen die een priester zelfs aanzetten tot het continu prevelen van een gebed. De Fransman beschrijft verder hoe hij in een put duikt en op zoek gaat naar mummies van ibissen en in een piramide uitglijdt in de keutels van vleermuizen.

Ondanks de hitte en de rudimentaire apparatuur - de fotografie bestond nog maar een jaar of tien - maakte Du Camp meer dan 125 foto’s. Het koele bijna klinische werk van Du Camp contrasteert scherp met de ronkende beschrijvingen van Flaubert. Maar ze geven een prachtig beeld van een Egypte, dat nog betrekkelijk ongerept is. Uit een foto van de beroemde grote sfinx bij Gizeh blijkt bijvoorbeeld dat het bouwwerk nog bij lange na niet geheel is uitgegraven.

Het monument maakte grote indruk op Flaubert: ‘We maken halt voor de sfinx, hij laat zijn ijzingwekkende blik op ons rusten; Maxime ziet wit als een doek, ik vrees te gaan duizelen en tracht mezelf weer meester te worden’, schrijft hij.

De foto’s en teksten geven ook een mooi beeld van de negentiende-eeuwse mores rond het behoud van cultureel erfgoed. Zo is op een van de foto’s duidelijk te zien dat een 22 meter hoog beeld van Ramses II bij het tempelcomplex Aboe Simbel wit is uitgeslagen door het gips die is gebruikt om een afdruk van de façade te maken. In 1871 zou getracht worden om de witte plekken met koffie te verwijderen.

Dat de reis niet alleen plezierig was, blijkt wel uit een dagboek bijdrage waarin Flaubert schrijft dat de Egyptische tempels hem grondig de keel uithangen. Maar als hij vertrekt richting Frankrijk mist hij het land al. ‘Wanneer zal ik ooit een palmboom zien? Wanneer zal ik ooit weer een dromedaris bestijgen?’vraagt de schrijver zich af.


Het Egypte van Gustave Flaubert
Rijksmuseum van Oudheden
t/m 4 april, gratis voor studenten van bepaalde studierichtingen, zie www.rmo.nl










Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook