Viroloog Diana van den Wollenberg in het laboratorium: ‘Je weet niet wat er bij de mutanten veranderd is.’
FOTO: Taco van der Eb
Nieuw huisdiertje geeft hoop Leidse virologen positief over kankervermoordend virus
Virologen van het Leids Universitair Medisch Centrum proberen al jaren om met behulp van virussen kanker te genezen. Sinds kort zijn ze overstapt op een ander soort virus. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
DOOR BART BRAUN Een virus, dat is in principe tien keer niks. Een propje eiwit met wat erfelijk materiaal erin, zo klein dat je het zelfs met een microscoop niet kan zien. De meeste biologen vinden het niet eens levende wezens, want zich voortplanten kunnen ze niet. Ze moeten een levende cel binnendringen, en vervolgens laten ze die cel nieuwe eiwitpropjes en sliertjes erfelijk materiaal maken.
Medici vinden dat om twee redenen interessant. Allereerst omdat sommige virussen de eigenaar van die cel heel erg ziek kunnen maken. De andere reden is dat virussen blijkbaar een manier zijn om eiwitten in een cel te krijgen. Bijvoorbeeld een gezonde versie van het spiereiwit dat Duchenne-patiënten zelf niet kunnen aanmaken, een dopingeiwit voor topsporters, of een speciaal antikanker-eiwit dat alleen tumorcellen doodt. In theorie kan je met een beetje biochemisch knutselwerk virussen maken waar iemand beter van wordt, in plaats van ziek.
In de praktijk valt dat behoorlijk tegen, vertelt Prof. Dr. Rob Hoeben, hoogleraar gentherapie aan het Leids Universitair Medisch Centrum. ‘Virologen zijn daar nu zo’n tien jaar mee bezig. Wereldwijd zijn er zo’n 1500 artikelen over geschreven, maar het aantal virussen dat vervolgens de kliniek inkomt is zeer beperkt. De resultaten zijn goed genoeg om te publiceren, maar patiënten worden er nog niet beter van.’
Voor Hoeben en zijn groep was het een reden om over te stappen van de gebruikelijke adenovirussen naar een ander virustype, de zogeheten reovirussen. ‘Ons nieuwe huisdiertje’, noemen ze het liefkozend. ‘Reo’ is een afkorting voor respiratory enteric orphan. De eerste twee woorden betekenen dat de virussen voorkomen in de longen en het spijsverteringsstelsel, en het derde betekent dat niemand weet waarom ze daar nou eigenlijk zitten. Het zijn orphans: wezen - een virus dat het vooralsnog zonder bijbehorende ziekte moet stellen.
Op het eerste gezicht hebben reo-virussen een groot nadeel ten opzichte van adenovirussen. Hun erfelijk materiaal bestaat niet uit DNA, maar uit het chemisch verwante RNA; daardoor zijn ze veel moeilijker genetisch te manipuleren. Het zorgt er ook voor dat ze veel sneller muteren, dus als je er eenmaal met veel pijn en moeite toch een anti-tumor eiwit in hebt gebouwd zijn ze het al snel weer kwijt.
Daar staat tegenover dat ze van zichzelf al kankercellen doodmaken. Ze kunnen zowel in gezonde als in kankercellen binnendringen, maar kankercellen plegen om onduidelijke redenen zelfmoord als er een reovirus inzit. Dat roept de vraag op wat er gebeurt als je kankerpatiënten opzettelijk met die virussen besmet.
Inmiddels is er een handjevol klinische studies gedaan. ‘Het goede nieuws is dat het veilig is’, aldus Hoeben. ‘Het slechte nieuws is: het doet nog niet zo veel.’ In een overzichtsartikel in het vakblad Expert Opinion in Biological Therapy vatten Hoeben en zijn collega’s de studies kort samen, en kijken ze naar de toekomst.
Reovirussen werken goed bij sommige kankercellen, zo blijkt. Normaal gesproken glippen ze cellen binnen via een zogeheten receptormolecuul aan de buitenkant van de cel; een toegangspoortje voor bepaalde stoffen van het immuunsysteem. Niet elke kankercel heeft die receptoren.
Dat is waar de eigenschap van reovirussen om razendsnel te muteren om de hoek komt kijken. Hoebens medewerkster Diana van den Wollenberg nam een kweekje kankercellen zonder de klassieke toegangspoort, en gooide daar net zo lang reovirussen tegenaan tot de kankercellen dood gingen. Als dat gebeurt, hebben ze blijkbaar een andere route naar binnen gevonden.
‘We waren heel verbaasd dat het zo makkelijk gaat om zulke mutanten te vinden’, vertelt Hoeben, ‘want eigenlijk was het alleen een pilot-studie. Wat Diana nu in haar pilots vindt, is zoveel beter dan wat we de afgelopen tien jaar gedaan hebben, dat we duidelijk op de juiste weg zitten. We laten de genetisch gemodificeerde virussen even voor wat ze zijn, en gaan via de klassieke genetica aan de gang.’ Virussen selecteren, kortom, in plaats van ze zelf in elkaar te knutselen.
‘We halen er leuke mutanten uit’, aldus Hoeben. Van den Wollenberg: ‘Je weet alleen niet wat er veranderd is.’ Hoe het virus dan wel de kankercellen inkomt is onduidelijk, net als de vraag wat er precies veranderd is aan de mutant.
Ironisch genoeg bestaat er heel veel wetgeving over het werken met gentech-virussen, maar niet over geselecteerde virussen. ‘Bij genetische manipulatie wordt je gestraft voor het feit dat je weet wat je aan het doen bent’, grapt Hoeben. ‘Ambtenaren van VROM hebben hier formeel niets over te vinden. We hebben ze over de vloer gehad, en bespeurden een lichte onzekerheid. Onze hoop is dat er hierdoor uiteindelijk meer realisme komt in het beleid rond gentechnologie.’