De Europese Unie wil een nieuwe mondiale ranking ontwikkelen voor het hoger onderwijs. Voor de nieuwe ranglijst is 1,1 miljoen euro beschikbaar gesteld. Het Centrum voor Wetenschap en Technologische Studies (CWTS) van de universiteit Leiden is een van de vier instituten die meewerkt aan het opzetten van de nieuwe lijst.
Professor Ton van Raan, directeur van het CWTS, wat voegt een nieuwe lijst toe?
‘Bij de al bestaande ranglijsten, waarvan Times Higher Education Supplement en de Shanghai Ranking de bekendste zijn, ligt de nadruk op de geneeskunde en de natuurwetenschappen. Dat zijn de vakgebieden die veruit de meeste internationale tijdschriftpublicaties en citaties opleveren. Dat de citaties zwaar tellen, dat is op zich terecht. Maar de sociale en geesteswetenschappen worden veel minder gedreven door citaties. Terwijl er ook belangwekkend wetenschappelijk werk wordt verricht. Bij geesteswetenschappen is het bijvoorbeeld belangrijk dat er boeken worden gepubliceerd. Dat zie je nauwelijks terug in de huidige rankings. Universiteiten die geen natuurwetenschappen in huis hebben, worden dus ook benadeeld.
‘Verder staat het onderzoekselement op de voorgrond bij het samenstellen van deze ranglijsten. Terwijl de kwaliteit van onderwijs die op universiteiten wordt gegeven ook van belang is.’
Wat gaat het CWTS doen?
‘We gaan indicatoren ontwikkelingen die het mogelijk maken om dit soort zaken wel te meten. Eind dit jaar moeten die af zijn. Uiteindelijk willen we zo tot een classificatie van universiteiten komen, die bijvoorbeeld meer op onderzoek of onderwijs is gericht, en daarbij horende nieuwe indicatoren. Er zijn allerlei factoren die mee kunnen tellen. Ik noem bijvoorbeeld octrooien. Een Amerikaanse universiteit kan bijvoorbeeld een octrooi op een uitvinding vastleggen. Maar wellicht heeft de universiteit Leiden onderzoek gedaan dat de basis vormt voor het octrooi. Het is interessant om dit soort verbanden ook terug te zien in nieuwe indicatoren.’
Wordt het belang van rankings niet overschat?
‘Het is een gegeven ze nu eenmaal belangrijk zijn geworden. Er zijn zelfs al bestuurders hun baan kwijtgeraakt omdat zij er niet in slaagden hun instelling hoger op de ranglijsten te krijgen of terugval niet wisten te verkomen. Je kunt dus maar beter meebuigen maar tegelijkertijd en een zo goed en verfijnd mogelijke ranking ontwikkelen.’