Vorige week stelden het CDA Kamervragen over de vermeende activiteiten van Al-Qaida in het hoger onderwijs. Volgens de veiligheidsmanager van de Universiteit Leiden neigt dit naar stemmingmakerij.
Het CDA stelde deze vragen naar aanleiding van een bericht op wetenschapsnieuwssite Science Guide. Deze meldde dat terreurorganisatie actief bleef in het hoger onderwijs. Dit mede omdat de Nigeriaan die eind december in Detroit probeerde een vliegtuig op te blazen mogelijk in zijn Londense studietijd door terroristen zou zijn benaderd.
Ook verwees Science Guide naar een rapport uit 2004 van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement. Dat pleitte voor een verhoogde aandacht voor internationale contacten met potentieel gevaarlijke wetenschappers of studenten.
Eind oktober vorig jaar bracht NRC Handelsblad het bericht naar buiten dat vierhonderd rechercheurs, de helft van de Nationale Recherche, zich focuste op Akeel A., een hogeschoolstudent uit Breda. Hij werd ervan verdacht in contact te staan met een Spaans terreurnetwerk dat ondermeer een zelfmoordaanslag in Barcelona zou voorbereiden. Hij werd in maart 2008 gearresteerd en uitgeleverd aan Spanje.
De Kamerleden vroegen aan de hoofden van de ministeries van Onderwijs en Justitie of Europese hogeronderwijsinstellingen specifiek beleid voeren om te letten op mogelijk terroristische aanwezigheid. De veiligheidsmanager van de Leidse universiteit, André Morsman kwalificeert de Kamervragen als ‘neigend naar stemmingmakerij’ en ‘prematuur’. ‘Voor je beleid maakt, moet je een goede analyse hebben. Dat is aan de AIVD en de Nationaal Coördinator Terrorisme. Als die vervolgens tot de conclusie komen dat er het een en ander moet gebeuren, moeten zij de universiteit benaderen.’ En daar is nog geen sprake van geweest, aldus Morsman.
In 2005 meldde Trouw dat Jason W., lid van de Hofstadgroep en momenteel een gevangenisstraf van 15 jaar uitzittend, tijdens zijn studietijd in Leiden een radicaal boekje onder zijn medestudenten had verspreid. De opleiding Arabisch waarbij W. enkele weken was ingeschreven, zei toentertijd in reactie hierop, bij monde van prof. dr. Remke Kruk, geen sporen van radicalisering te merken.