Mare Nummer 16     14 januari 2010

16
Kinderen van 18 tot 80

In Leiden was zijn bijnaam Dorian Gray, naar de knappe romanheld die niet verouderde. Zijn collegezalen zaten vol, maar collega’s ontnamen zijn onderwijsplicht. Nederlands meest bekende priester Antoine Bodar (1944) biedt in het interviewboek In alle eenvoud een kijkje in ondermeer zijn tijd als Leids docent.

U was meer dan twee decennia docent kunstgeschiedenis en esthetica. Op een bepaald moment werd op aandringen van collega’s uw onderwijsopdracht ontnemen. Sommige academici zouden dan een gat in de lucht springen. Alleen maar onderzoek!

‘Daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar ik werd altijd zeer geïnspireerd door studenten. Ik heb de universiteit altijd gezien als een plaats waar –inderdaad- onderzoek moet worden verricht maar dit in functie van de vorming van studenten. Natuurlijk moet dat onderzoek op een bepaald moment te boek gesteld worden.’


Ontstond de kift met uw collega’s omdat ze jaloers waren op uw bekendheid?

‘De indruk ontstond dat het mij maar kwam aanwaaien. Ik kan efficiënt werken en dan lijkt het alsof je niet veel tijd besteedt aan je werk. Maar ik was niet de persoon om nog lang te blijven hangen in de koffiekamer.’


In het boek noemt u zichzelf een eeuwige student. U lijkt me ook iemand die beter met studenten overweg kan dan met docenten.

‘Met studenten ben ik altijd meer verwant gebleven dan met docenten. Ik leerde zelf, terwijl ik mijn ‘kinderen’ van achttien tot tachtig probeerde iets duidelijk te maken. Daarenboven behoefde ik me bij studenten nooit te bewijzen. Ik wist natuurlijk ook nooit alles en zei dat ook en kwam daarop dan de volgende week terug. Kwetsbaarheid was ook toen al mijn wapen.’


Toen u begon als docent kunstgeschiedenis was de studie vooral een studie voor vrouwen die een geschikte partner zoeken; zegt u in het boek. Dat is nu wel veranderd.

‘Bedankt voor die vraag. Want dat beeld wil ik toch nuanceren. Per slot van rekening heb ik het ook gestudeerd. Maar het is wel minder een studie voor huwbare vrouwen geworden. Ik zei altijd tegen mijn studenten: “Misschien vindt u met deze studie niet altijd even gemakkelijk een baan maar u bent wel zo gevormd dat u waar dan ook uw vaardigheden kunt inzetten”.’


Herinnert u zich de student Alexander Pechtold?

‘Ja, een vlegel. Tevreden met een zesje, zoals hij zelf vaak genoeg heeft gezegd. Ja en toen ook al bezig met het politieke spelletje.’


In de tweede helft van uw Leidse tijd was u ook priester. Zijn er studenten die zich door u tot het katholieke geloof hebben gewend?

‘Jazeker. Als kind van mijn tijd ben ik natuurlijk erg voor de scheiding van Kerk en Staat. En ik heb nooit actief studenten proberen te bekeren. Maar zo vroeg een studente mij of ze een mis van mij kon bijwonen. Later heb ik haar huwelijk ingezegend. Ze is getrouwd met een katholieke arts. En op een studiereis in Rome vroegen studenten me of ik een viering wilde doen. Er zijn verschillende van dit soort voorvallen geweest.’


Wat kan de universiteit nog leren van de Katholieke Kerk?

‘Dat je niet alles voortdurend moet veranderen. Aan de grote lijnen moet niet getornd worden en er dient plaats te zijn voor traditie.’TB


BB