Vogelverkoper Gorgon Bellekens op de Antwerpse Vogeltjesmarkt. ‘Een uitstervend ras, dat ben ik.’
FOTO: HH/Lex Verspeek
Buren, geen familie meer Leidse en Leuvense hoogleraar trekken contouren van de Lage Landen
In Het geheugen van de Lage Landen zoeken wetenschappers naar Nederlandse en Vlaamse herinnerplaatsen. Mare zocht mee, van Leids-Belgisch biercafé tot de Antwerpse Vogeltjesmarkt. ‘Hebben ze dat hier ook: Nieuwe Belgen?’
DOOR THOMAS BLONDEAUAchter het grijze hoofd van Gorgon Bellekens hippen beo’s, sijsjes, putters, kakariki’s, dwergpapegaaien en roodkuifkardinalen. ‘Alle vogels zijn met MET DE PAPFLES OPGEVOED en dus HANDTAM!!!’ staat te lezen op een kartonnen bordje. Veel kijkers, geen kopers. Bellekens, tevens handelaar in brievenbussen, tuindecoraties en onfeilbare muizenvallen, is één van de laatste. ‘Een uitstervend ras, dat ben ik’, grimlacht hij. ‘Vogeltjes kopen, dat is voor oude mensen. De jonge mensen moeten nu allemaal computers.’
Nog een handvol dierenverkopers staan erop de Graanmarkt, onderdeel van de zondagse Vogelenmarkt. ‘Vogeltjesmarkt’ zeggen de grote getallen Nederlanders die al decennia naar Antwerpen komen. De markt is een lieu de mémoire, een plaats van herinnering die opgevoerd wordt in het geschiedkundige werk Het geheugen van de Lage Landen. De redactie van het boek werd gevoerd door de Leidse hoogleraar Henk te Velde en zijn Leuvense collega Jo Tollebeek. In een dertigtal hoofdstukken behandelen wetenschappers en schrijvers plaatsen of concepten die Nederland en Vlaanderen (soms België) met elkaar delen. Dat kan de voetbalderby België-Nederland zijn, het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het schilderij Het Lam Gods, de Schelde en de bijhorende conflicten, de schrijver Willem Elsschot, de Pacificatie van Gent enzovoorts.
Een gemeenschappelijke taal, een overlappende geschiedenis maar een echte vereniging was nooit een lang leven beschoren. De XVII Provinciën zongen het in de zestiende eeuw nog geen veertig jaar uit. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden hield het maar van 1815 tot 1830 vol. Toch zijn er altijd plaatsen geweest die verenigden, verdeelden en inspireerden. Toen in 1585 de katholieke orde hersteld werd in Zuid-Nederland, vluchtten grote groepen protestantse Zuid-Nederlanders (die nu Vlamingen genoemd zouden worden) naar het noorden.
In die tijd was de helft van de Leidenaren zo’n immigrant. Het meest in het oog springende ‘Belgische’ in het Leiden van vandaag is het franchisecafé Olivier aan de Hooigracht. Sanseveria’s, donkerbruine lambrisering, en foto’s van Boudewijn en Fabiola moeten de benedenrivierse gemoedelijkheid oproepen.
Terwijl het Vlaamse popidool Novastar zijn best doet op de achtergrond, becommentarieert Te Velde de relatielijnen in de ‘Lage Landen’. ‘Sinds de negentiende eeuw ontstond in Vlaanderen een hang naar een sterkere band met Nederland of vereniging met Nederland. Al is de verhouding wel veranderd afgelopen jaren; ergens tussen Marc Dutroux en 2002 zou ik het omslagpunt plaatsen. Het Nederlandse beeld van Vlaanderen was dat van een soort Italië waar van alles mis was of van een landje waar je goed bier kunt drinken en beter eten. En dat ze er een min of meer verstaanbaar Nederlands praten.’ In het jaar dat Fortuyn en Van Gogh vermoord werden, ontstond een kentering. ‘Nederland wil bijvoorbeeld degelijker onderwijs en kijkt daarvoor nu naar Vlaanderen dat op sommige gebieden een voorbeeldfunctie heeft. Vroeger was dat vaak andersom.’ Ook zou de relatie vrijblijvender zijn geworden. ‘Eerder buren dan familieleden.’
Meneer en mevrouw van Schie uit Voorburg zakken soms wel drie keer per jaar af naar de Vogeltjesmarkt. Ze houden van de weids opgezette markt en de beleefde vriendelijkheid die er heerst. Meneer van Schie: ‘In Nederland is het al snel van “Wat mot je?” En met die… nieuwe Nederlanders word je voor je het weet aangeraakt met een mes. Hebben ze dat hier ook, Nieuwe Belgen?’ De Vlamingen kunnen op hun beurt dan weer wat leren van het Nederlandse wegennet. ‘Wat een zootje die snelwegen hier’, aldus mevrouw van Schie.
Nederlandse cafés zijn er niet in Leuven. Wel een dreunende kerstmarkt met aan de rand daarvan café Commerce. Daar moet Jo Tollebeek zijn best doen om boven de vrolijkheid uit te komen. ‘De Lage Landen was natuurlijk altijd een kwestie van grote broer-kleine broer. Samenwerking met Nederland was voor Vlamingen heel lang een noodzaak. Je moest naar Nederland om bij een goede uitgever te zitten of om aan het Belgische establishment te ontsnappen. Voor Nederlanders was samenwerking een prettige bijeenkomst, een schaalvergroting. Nu is de relatie minder sterk. Nederland heeft een sterk Angelsaksische oriëntatie en Vlaanderen heeft ondertussen stevig aan zijn emancipatie weten te werken. En het politiek-progressieve Nederland is natuurlijk al lang verdwenen. Je zou bijna blij zijn dat je hier een Vlaams Belang hebt en geen… nu ja, enzovoorts. Maar op cultureel vlak is Vlaanderen ook verzelfstandigd. In mijn studententijd las iedereen Vrij Nederland. Nu is dat blad ook ten prooi gevallen aan commercie en weegt dat veel minder zwaar.’
Snoepverkoper Erik Nuyts profiteert van de culturele verschillen door zijn waar aan te prijzen met namen als congolaiskes, rotte petatten en neuskes. ‘Dan vragen ze u rapper iets.’ Het zal een Nederlandse klant worst wezen: ‘Doet maar van die chocolaatjes. En ook wat van die gekleurde shit. Als er maar vier keer puur in zit.’
Begin deze week berichtte de Gazet van Antwerpen dat een SP-senator tegen Zeeuwse boeren had gezegd dat de ontpoldering van Hedwigepolder nog niet vanzelfsprekend is. De uitdieping van de Schelde zorgde de afgelopen jaren voor grensoverschrijdend tumult. Stel dat Antwerpse burgemeester de samenstellers als historische adviseurs had ingehuurd. Hoe had hun raad geklonken? Te Velde: ‘Het verleden determineert niet maar geeft een aantal mogelijkheden. Ook om uit te leggen dat de buren niet deugen. En er is een traditie van contacten rond de Schelde, die aangeeft dat als het botst, het lang kan gaan duren. Historisch nationalisme speelt nu bijna geen rol in het conflict. En je moet erkennen dat een beroep doen op een soort stamverwantschap niet meer werkt.’
Tollebeek: ‘Het is een oud conflict; het dateert uit de zestiende eeuw. Het moet dan ook op zakelijke manier opgelost, met kleine stapjes. En ik zou de burgemeester aanraden geen grote uitspraken te doen, bijvoorbeeld over het karakter van de Nederlanders. En hij moet zich op de hoogte stellen dat Nederland naast een economische zuil ook een goed uitgewerkte en invloedrijke milieuzuil heeft.’
Een groepje vrienden uit Wieringemeer is voor het eerst op de Antwerpse markt. Ze prijzen de rustige sfeer, het wat afzijdige winkelpersoneel vinden ze maar vreemd. Daan: ‘Nou, ik vind het wel fijn dat ze niet meteen aan je broek hangen.’ Veel samenwerking tussen Nederland en België vinden ze niet nodig. Niek: ‘Het Nederlands voetbalfelftal zou er niet op vooruitgaan.’ Anne-Marie: ‘Je hebt nu wel Benelux’ Next Topmodel. Maar de Benelux, leeft dat?’
Hoe zien de samenstellers de toekomst van de Lage Landen? Tollebeek: ‘Politieke samenwerking zal natuurlijk blijven, we zijn buurlanden. Daarnaast heb je cultuurpolitieke aangelegenheden, zoals het statuut van de Nederlandse taal in Europa. Politici zien daar ook wel het nut van in. Zeker gezien de politieke families in beide landen grote affiniteit met elkaar hebben. Ook de literatuur is gebaat bij deze constructie. Maar de globalisering is niet te stoppen. Samenwerking op wetenschappelijk vlak wordt minder voor de hand liggend, minder nodig ook. Het is goed dat Leiden en Leuven dingen samen doen maar tegelijkertijd moet er ook naar grote Amerikaanse universiteiten gekeken worden.’
Te Velde: ‘ De term ‘Lage Landen’ is minder beladen nu. Dat geeft ook nieuwe mogelijkheden. Het is een spel dat je kunt blijven spelen als naties, zonder een al te grote inzet. Als de relaties nu zouden blijven verzwakken, zou ik daar geen traan om laten. Maar jammer is het wel. Wat die relaties tussen beide zijn er; je kunt ze activeren en ervan profiteren. Waarom zou je er niets iets mee doen?’
Een zwarte mevrouw uit Amsterdam wil niet met haar naam in de krant. ‘Ik ben niet van hier. Ik kan toch niet zo maar dingen gaan beweren over een land?’. Wel wil ze graag kwijt dat ze de markten in het noorden toch een stuk kleurrijker vindt. ‘En het is heel belangrijk dat Nederland en Vlaanderen hun eigen identiteit behouden. Ja toch?’
Het geheugen van de Lage Landen, Jo Tollebeek & Henk te Velde (red.), Ons erfdeel vzw, pgs. 272, € 25,50, kopen kan via adm@onserfdeel.be.