Goudvissen van de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt (1862-1918), tijdgenoot van Mikhail Artsybashev. Ook zijn werk werd gekenmerkt door aandacht voor het erotische.
Evangelie van ongebreidelde liefde Grootste literair schandaal in prerevolutionair Rusland
De softerotische pulproman Sanin bepaalde jarenlang het beeld van het Rusland van vlak voor de revolutie. Slavist Otto Boele prikte de mythe door. ‘Weliswaar erg slecht geschreven zijn, maar toch heel invloedrijk.’
DOOR ARJEN VAN VEELEN In de lente van 1908 ploft er bij Leo Tolstoj een brief op de mat. Het is een noodkreet van Otiliya Tsimmerman, lerares op een privéschool in Perm. Ze schrijft Tolstoj dat haar leerlingen zich te buiten gaan aan binge-drinken en aan seks. In de stad zijn al acht tienermeisjes zwanger geraakt tijdens geheime orgieën. De juf is radeloos. Had ze niet alles gedaan om haar leerlingen op het rechte pad te houden? Had ze geen balalaika-cursussen georganiseerd, en timmermansworkshops? Had ze niet, om de perverse honger van de jongens te stillen, educatieve pamfletten van Tolstoj uitgedeeld? ‘Maar wat lezen ze tegenwoordig?’, schrijft ze, ‘Ze verdiepen zich in Sanin.’
De softerotische bestseller Sanin van Mikhail Artsybashev (1878-1927) verscheen in 1907, in de nadagen van het Russische tsarenrijk. Het is pretentieuze pulp: een curieuze mix van Nietzschiaanse Lebensbejahung (levenslust, red.), Tolstoj-imitatie en softporno. Hoofdpersoon is de gespierde en zelfverzekerde ex-student en ex-revolutionair Vladimir Petrovich Sanin. Verveeld door de revolutie, keert hij terug naar zijn provinciale geboortestad, alwaar hij de notabelen op stang jaagt met zijn evangelie van ongebreidelde liefde. Intussen verleidt hij meisjes.
De politie verbood het boek vanwege de pornografische inhoud, maar toen waren er al 35.000 exemplaren in omloop gekomen, en was er een ware Sanin-mania ontstaan. Er was zelfs een woord voor: saninisme. Kranten uit die tijd berichtten over geheime Sanin-genootschappen, de zogeheten ‘Liga’s der vrije liefde’, waar pubers bij kaarslicht samenkwamen om te drinken, Sanin te lezen, en vervolgens Sanin te praktiseren. Een invloedrijk criticus omschreef het boek als ‘een bijbel voor een hele generatie’. En het boek ging de geschiedenisboeken in als het grootste literaire schandaal in het Rusland van voor de revolutie van 1917.
Dat was ook wat de Leidse slavist Otto Boele hoorde, toen hij Russisch studeerde. ‘Toen ben ik die roman maar eens gaan lezen’, vertelt hij op zijn werkkamer. ‘Maar het is een heel langdradige, saaie roman. Je zou iets pikanters verwachten.’
Maar juist die saaiheid triggerdebij Boele een stel wetenschappelijke vragen. Het pikante van Sanin zat ‘m niet in de inhoud, maar in het bizarre onthaal. Want hoe kon een softerotische stuiverroman van een B-auteur zoveel stof doen opwaaien? Waarom werd een boek verboden waar nauwelijks seks in stond? Welke snaar raakte deze roman in de Russische ziel?
Zo begon Boele een literatuurwetenschappelijke speurtocht in Russische archieven, dagboeken en politierapporten, op zoek naar de waarheid achter de mythe van Sanin, een relatief onontgonnen terrein. Het verslag van zijn onderzoek publiceerde hij onlangs als Erotic nihilism in late imperial Russia. The case of Mikhail Artsybashev’s Sanin. Een belangrijke conclusie: de handboeken kloppen niet.
Boele pluisde meters archief na maar vond nergens een spoor van de beruchte Liga’s der vrije liefde. Zelfs geen glimp van praktiserende sanisisten. Wel enkele jongelui die koketteren met de roman. Een enkele enthousiaste kreet in de marge van een kopie van Sanin. Verder: politierapporten waarin rechercheurs melden dat ze weliswaar hebben gezocht naar Sanin-seksclubs, maar niets konden vinden. En in het archief van Tolstoj stuitte Boele op bovenstaande paniekbrief van juf Tsimmerman.
Paniek om niets, constateert de slavist na zijn speurtocht. De seksclubberichten zijn hoogstwaarschijnlijk broodje aap-verhalen. ‘Feit is wel dat het land zich zorgen maakte over de zedenverwildering. Maar je kunt ook redeneren: dat iedereen zich daar zo druk over maakte, zonder een enkel bewijs dat het echt zo erg was, getuigt juist van het morele gehalte van de maatschappij.’
Exit de mythe. Maar er bleven raadsels. Want waarom vielen juist die Sanin-roddels in zulke vruchtbare aarde? En waarom waren de autoriteiten zo bang voor het boek?
Boele vond het antwoord op die vraag in de bijzondere samenloop van politieke, demografische en literaire omstandigheden. De roman Sanin verscheen in de schemering van het tsarenrijk, tussen twee revoluties in: de mislukte van 1905 en de geslaagde van 1917.
Aan die mislukte coup zouden de linkse intellectuelen een zo grote kater hebben overgehouden, was het idee in die dagen, dat de elite zich massaal stortte in hedonistisch gezwelg. De Sanin-roddels sloten daar prima op aan.
De geruchten konden snel groeien dankzij een nieuw fenomeen: de opkomst van de boulevardpers. De tsaristen hadden precies in die jaren meer persvrijheid toegelaten. Overal doken vervolgens roddelkrantjes op die elkaar beconcurreerden met de wildste pikanterieën. Als geen ander had de roddelpers belang bij de Sanin-waanzin.
Toch denkt Boele dat het verbod op Sanin niet eens te maken heeft met het porno-imago. Dat was alleen een stok om mee te slaan. Nee, de ware angel van het boek zat veel dieper, en was gebaseerd op een literair-historisch misverstand.
De tsaristen dachten dat Sanin een politiek boek was. Eerst gaf de hoofdpersoon zich over aanpolitiek anarchisme; nu aan seksueel anarchisme, maar het was één en hetzelfde, ongewenste anarchistische fenomeen.’ Die verkeerde lezing werd versterkt door literaire trauma’s uit de negentiende eeuw. Want Sanin leek een beetje op enkele invloedrijke boeken uit die eeuw, die ook radicaal-nihilistische rebellen als hoofdpersoon hadden. Zoals de roman Wat moet er gedaan worden van Nikolay Chernyshevsky. Boele: ‘Dat boek was ook heel langdradig, maar beïnvloedde wel hele generaties linkse intellectuelen, waaronder Lenin. Van Sanin vreesde men dat dit net zo’n bijbel kon worden. Dat blijkt ook uit het censuurrapport: het belangrijkste argument was de verwantschap van de hoofdpersoon met eerdere radicaallinkse nihilistische helden.’
Die politieke lezing was een dubbel misverstand. Ten eerste omdat de schrijver Mikhail Artsybashev zijn boek juist niet als politiek zag. Hij wilde graag gezien worden als iemand die, net als Dostojewski, over levensvragen schreef. Hij bleef onbegrepen. En verder omdat Sanin allesbehalve een ideologische programma bevatte, zoals Wat moet er gedaan worden.
De Russische elite zag literatuur als de thermometer van de politieke tijdsgeest. En op de thermometer zagen ze dat een nihilistische roman een bestseller was.
Niet beseften ze dat het succes van het boek ook verklaard zou kunnen worden dankzij een simpel demografisch fenomeen. Bijvoorbeeld dat steeds meer burgers leerden lezen. En die lazen echt niet allemaal Tolstoj of Dostojevski. De behoefte aan pulp steeg. Niet omdat het moreel verval toenam, maar het aantal lezers.
Na de revolutie van 1917 ging Sanin definitief de kast in als symptoom van een verdorven tijdsgeest. Het boek toonde volgens de communisten slechts aan hoe hard die revolutie nodig was. Artsybashev, de pretentieuze pornograaf, bleef onbegrepen.
De mythe rond Sanin zou voor generaties Russen het beeld bepalen over de laatste jaren van het Tsarenrijk. Het boek zelf verscheen pas weer na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
‘De Russische literatuur’, zegt Boele, ‘heeft een reeks van boeken die weliswaar erg slecht geschreven zijn, maar toch heel invloedrijk. Sanin is daar één van.’
Amechtig hijgende boezems
De roman Sanin is geschrevenin de realistische stijl die doet denken aan Tolstoj. Het is softporno met een bemoeizuchtige alwetende verteller. Echt pikant wordt het nergens, vindt slavist Boele. ‘Dat geldt trouwens ook voor moderne Russische pornografie: je gebruikt geen onwelvoegelijk vocabulaire, maar technische uitdrukkingen zoals ‘lid’ en ‘boezem’. Artsybashev beschrijft wel heel vaak jonge meisjes die opgewonden raken en dan gaat hun boezem ‘amechtig hijgend op en neer’. Maar wij zouden dat bij lange na geen pornografie noemen.’
Het boek bevat wel een verkrachtingsscene. ‘Het is eerder een date rape, geen echte verkrachting, want de suggestie is dat het meisje uiteindelijk wel wil. Sanin zit met de knappe lerares Karsavina in een roeibootje, drukt haar neer, zij verzet zich nog even, en dan volgt een soort fade out. In de volgende scène zien we haar bij hem op schoot zitten terwijl hij haar een beetje aait.Dat is de meest aanstootgevende scène uit het boek.’
De B-schrijver Artsybashev cultiveerde graag het imago van de grote onbegrepen auteur. Boele: ‘Ik heb eigenlijk een beetje een hekel aan die man. Hij maakt een enigszins kleinzielige indruk en zag zichzelf ongetwijfeld als een schrijver die belangrijke levensvragen behandelde.’