Mare Nummer 14     10 december 2009

14
Kookles op een vmbo-school. Jongeren die vaker in etnisch gemengde klaslokalen zitten hebben een meer positieve houding ten opzichte van multiculturaliteit.
FOTO: Marc de Haan
Aanpassen aan het slechte
Tweede generatie migrantenjongere verliest voorsprong op voorgangers

Migrantenjongeren op het vmbo uit de eerste generatie hebben minder psychologische problemen dan hun autochtone klasgenoten. Bij de tweede generatie is die voorsprong verdwenen. ‘Niet elke aanpassing aan de Nederlandse cultuur is positief.’

De multiculturele droom ligt al een tijdje aan diggelen in Nederland. Het heersende idee lijkt te zijn dat migranten zich dienen aan te passen aan de Nederlandse cultuur.Maar niet volgens het onderzoek van pedagoog Mitch van Geel (27) die gisteren promoveerde op een onderzoek naar de aanpassingsproblemen die migrantenjongeren (12-17 jaar) op het vmbo ervaren. Uit zijn onderzoek blijkt dat migrantenjongeren uit de eerste generatie, met een lage sociaal-economische status, minder psychologische problemen en een hoger gevoel van eigenwaarde hebben dan hun autochtone leeftijds- en klasgenoten. Het aantal gerapporteerde gedragsproblemen lag op hetzelfde niveau. Opvallend is dat migrantenjongeren van de tweede generatie op hetzelfde niveau zaten als de autochtone jongeren. De voorsprong die kennelijk bestond is dan verdwenen. En dat, terwijl migrantenjongeren van de tweede generatie over het algemeen beter geïntegreerd zijn.

Het wordt de migrantenparadox genoemd. Volgens de pedagoog kan het vasthouden aan enkele etnische waarden en bestaande familiestructuren soms juist goed uitpakken. Van Geel: ‘Je moet je afvragen waar immigranten terecht komen in Nederland. Sommigen in een goede omgeving vol kansen. Passen zij zich snel aan, dan komt dat wel goed. Maar de meeste hebben dat voorrecht niet. Ze komen terecht in armere buurten met veel meer risicofactoren en leven onder relatief moeilijke omstandigheden. Passen zij zich aan, dan betekent dat dus aanpassing aan de omgeving en dus ook vaker aan slechte aspecten als drugsgebruik of delinquentie.’

Juist de eigen waarden en normen kunnen dan belangrijk zijn, legt hij uit. ‘De eerste generatie migrantenjongeren heeft een sterke band met de familie die hen beschermt en die er ook voor kan zorgen dat ze niet met foute vrienden omgaan. Ze voorkomen dat de jongeren opgaan in een verkeerde context. Bij die eerste generatie bestaat ook nog een sterke identificatie met het land van herkomst. Ze denken vaker: ‘Ik ben hier om mijn familie te helpen, ik moet succesvol zijn.’ De tweede generatie heeft dit sterke gevoel voor richting veel minder. Die is ook al meer opgegroeid binnen een foute context.’

Het is niet zo dat die eerste generatie totaal niet assimileert. Maar juist de aspecten van de Nederlandse cultuur die belangrijk zijn om economisch vooruit te gaan worden overgenomen, legt Van Geel uit.

De inspiratie voor het onderzoek haalde de pedagoog uit soortgelijke studies in de Verenigde Staten. Van Geel: ‘Daar betekent arm ook een stuk armer dan hier.’ Daar bleek al dat vooral de eerste generatie migranten het goed doen, vaak beter dan de autochtone Amerikanen. Het is volgens Van Geel eerste keer dat een dergelijk effect nu ook in Nederland aangetoond is.

‘Het behouden van de eigen cultuur helpt’

Biedt het vasthouden aan de eigen cultuur dan een oplossing? Van Geel vertelt dat in de VS de verwachting bestaat dat als immigranten de eigen etnische waarden vasthouden, de weg omhoog ingeslagen wordt. Op die manier kan er op een later moment wel geassimileerd worden, maar dan wel in een omgeving die meer kansen biedt, legt hij uit.

Dus ook bij die tweede generatie migranten zouden die familiebanden in tact gehouden moeten worden, zegt hij. ‘Zij hebben minder binding met het land van herkomst. Zij vergelijken zich juist sneller met de sociaal-economische status van Nederlanders en ze zien het verschil. Ze krijgen dan ook sneller het gevoel dat hoe hard ze ook knokken, ze toch niet hogerop komen. Ze hebben het idee dat discriminatie optreedt.’

Maar dat juist nu een roep om het behoud van eigen cultuur van migranten tegen de stroom in is, ziet Van Geel wel in. ‘Assimilatie is tegenwoordig de favoriet van veel Nederlanders. Dat bleek ook voor autochtone jongeren in ons onderzoek te gelden. De PVV is groot in de peilingen en dit gebeurt met harde standpunten over integratie. Andere partijen lijken bang ingehaald te worden en gaan er in mee. Het lijkt me dat dit alles contraproductief werkt. Bij jongeren ontstaat dan weer het idee van: ‘Zie je wel, ze moeten ons toch niet.’ Zo wordt het moeilijker om naast elkaar te wonen.’

Maar jongeren die vaker in etnisch gemengde klaslokalen zitten en allochtone vrienden hebben, hebben ook een meer positieve houding ten opzichte van multiculturaliteit, zo vertelt Van Geel. ‘Als mensen op basis van gelijkwaardigheid met elkaar in contact treden vermindert dit vooroordelen.’ Maar dat heeft tijd nodig, beseft hij ook.

Hij mag wat hem betreft vooral wat genuanceerder. ‘Mijn hoop is dat het besef komt dat etniciteit niet altijd negatief is, zoals ook niet elke aanpassing aan de Nederlandse cultuur positief is. Het zou mooi zijn als men zou zeggen: ‘Het behouden van de eigen cultuur helpt, dus laat het maar even zo.’ Maar voorlopig zie ik dat helaas niet gebeuren.’


Hebben Turken meer stress?

Laten peuters in Turkse migrantengezinnen net zoveel gedragsproblemen zien als hun soortgenoten in Nederlandse gezinnen? Ervaren Nederlandse en Turkse moeders evenveel stress?

Pedagoge Ayse Yaman zocht antwoorden op deze vragen. Vragen die van belang zijn omdat Turken, de grootste etnische minderheid in Nederland zijn en gemiddeld een slechtere sociaal-economische positie hebben dan autochtone gezinnen. Informatie over de Turken kan dan ook relevant zijn voor de jeugdhulpverlening.

Uit het onderzoek bleek dat tweede-generatie Turkse moeders meer stress ervaren dan Nederlandse moeders. Ook maken zij minder gebruik van opvoedstrategieën zoals uitleg geven of begrip tonen. Maar de uitwerking van deze kenmerken op de ontwikkeling van gedagsproblemen bij peuters is vergelijkbaar in beide groepen. Ook kwam naar voren dat het behoud van de eigen cultuur een voordeel is voor het welbevinden van Turkse moeders.

Aan het onderzoek hebben 230 gezinnen deelgenomen. De moeders van deze gezinnen waren in Nederland geboren en had minstens één ouder die in Turkije geboren was. Yaman promoveert vandaag op haar bevindingen.



Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook