Mare Nummer 13     03 december 2009

13
De March on Washington op 28 augustus 1963, met in het midden Martin Luther King. Roy Wilkins is de tweede van rechts.
FOTO: HH
De house nigger van het Witte Huis
Ondanks zijn strijd voor gelijke rechten bleef activist Roy Wilkins onbekend en onbemind

Hij was een saaie Martin Luther King die slecht sprak en weinig charisma had. Maar op de achtergrond was burgerrechtenactivist Roy Wilkins wellicht even belangrijk, bijvoorbeeld door zijn goede relatie met president Johnson.

DOOR VINCENT BONGERS Martin Luther King gaf tijdens the de March on Washington for Jobs and Freedom een toespraak die de geschiedenis in zou gaan als een van de bepalende momenten in de strijd voor gelijke rechten voor zwarte Amerikanen. Vrijwel iedereen kent zijn ‘I have a dream’.

Roy Wilkins, de voorzitter van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP), de grootste burgerrechtenbeweging in het land, hield die dag, 28 augustus 1963, ook een toespraak. Het contrast tussen de twee leiders kon haast niet groter zijn. Toch speelden ze beiden een bepalende rol in de burgerrechtenbeweging.

‘Hij was geen charismatische man die met vurige redes zijn publiek opzweepte’, zegt Dr.Yvonne Ryan, die vorige week promoveerde op een proefschrift over Wilkins. Hij was zelfs een saaie spreker. Maar achter de schermen was hij een van de vormgevers van de March.

Wilkins gaf van 1955 tot 1977 leiding aan de NAACP. ‘Dat was een heel belangrijke periode in de burgerrechtenbeweging’, aldus Ryan. ‘Maar hij wordt vrijwel genegeerd, ook door de organisatie zelf. Een frappant voorbeeld: de NAACP heeft ter ere van haar honderdjarige bestaan een aantal postzegels uitgegeven met daarop twaalf kopstukken uit haar eigen geschiedenis. Wilkins heeft geen postzegel gekregen.’

Zonder acties en demonstraties was er geen verandering gekomen in de positie van zwarten in Amerika, stelt Ryan. ‘Maar wat er op straat gebeurde, is maar de helft van het verhaal. Er moest ook een groep mensen zijn die in staat was om al die maatschappelijke onrust om te zetten in wetgeving. Wilkins was goed in “The nuts and bolts of politics”. Heel saai voor veel mensen, maar hij hield er van. Hij wist welke politici hij moest benaderen en bewerken om daadwerkelijk iets te veranderen.’

Met aantal van collega’s slaagde hij erin invloed uit te oefenen op de blanke machtsstructuur. Uiteindelijk leverde dat ook resultaten op. Tijdens het presidentschap van Lyndon Johnson werd onder andere de Civil Rights Act van 1964 doorgevoerd. Deze wet maakte officieel een einde aan de segregatie van zwarten.

De NAACP was in de jaren zestig al geïnstitutionaliseerd en werd in de publiciteit overschaduwd door allerlei meer dynamische bewegingen met leiders die jongeren beter wisten aan te spreken: in de jaren vijftig de Southern Christian Leadership Conference van Martin Luther King en in de jaren zestig Malcolm X en de Black Panthers.

De NAACP was eigenlijk de achtervanger van de gehele burgerrechtenbeweging. ‘Terwijl King en zijn beweging in de schijnwerpers stonden, betaalde de NAACP de borgtocht van de arrestanten’, zegt Ryan. ‘Wilkins was jaloers op King en een beetje verbitterd door het gebrek aan aandacht voor zijn werk. Iemand zei ooit over hem: “Met bureaucraten verkoop je geen kranten.” Toch is hij lange tijd hoofdredacteur geweest van The Crisis, het blad van de NAACP, zegt Ryan. Hij is in zijn carrière ook vaak geïnterviewd. Maar toch slaagde hij er niet in om echt indruk te maken op het publiek.’

Er was spanning tussen hem en King, zegt de onderzoekster, ‘al deden ze allebei hun best om kleinzielige persoonlijke vetes zo veel mogelijk te verbergen. Er was natuurlijk een gemeenschappelijk doel.’

Wilkins had wel een bijzonder goede relatie met president Johnson. Ze spraken elkaar regelmatig over de meest uiteenlopende zaken. Het kwam hem op kritiek te staan uit zwarte hoek, vooral bij de jonge radicalen. Zij zagen op het op het platteland, vooral in het zuiden, namelijk weinig terug van Johnsons wetten. Wilkins werd een Uncle Tom of zelfs de ‘house nigger’ van het Witte Huis genoemd.

‘Hij wilde er eigenlijk niet echt bij horen’, aldus Ryan. ‘Ik heb beelden van een paneldiscussie in een televisieprogramma over black power gezien. Wilkins’ lichaamtaal was een beetje vijandig. Hij leek neer te kijken op de ander gasten. Ik kan me best voorstellen dat de producenten van het programma hem niet opnieuw hebben uitgenodigd. Hij had een hekel aan de black power-beweging, omdat zij voor een autonome zwarte staat waren. Separatisme was volgens Wilkins “a reverse Hitler, a reverse Ku Klux Klan. Black Power can mean in the end only black death.” Hij schuwde de pittige uitspraken dus niet. Daar kan het niet aan hebben gelegen.’