Criminologiestudenten ontmoeten hun studieobject. Ex-inbreker Paul hield een lezing over zijn autoritaire vader, het genot van een Lacoste-shirt en het slapen in ingebroken huizen.
Op het Kamerlingh Onnes Gebouw staat een horde studenten te wachten voor de collegezaal. Ze komen voor een lezing georganiseerd door Corpus Delicti (CoDe), de studievereniging van criminologie. Geen hoogleraar deze keer, maar een ex-gedetineerde.
De opkomst is groot. Hier en daar wordt gespeculeerd over wat voor delicten de ex - gedetineerde zou hebben gepleegd. ‘Hij komt vanuit een reclasseringsproject’, weet een student te vertellen. ‘Hij zal vast geen moord hebben gepleegd.’
De man die zijn verhaal komt doen heet Paul en kreeg zijn eerste gevangenisstraf na 28 inbraken. Twee maanden jeugddetentie. ‘Het ging mis in vier havo’, aldus Paul. ‘Mijn vader was erg autoritair. Als iets niet goed ging werd ik geslagen.’ Op zijn vijftiende besloot hij van huis weg te lopen. Wat volgde was plaatsing in verschillende pleeggezinnen. Eenmaal 18 viel de jeugdzorg weg en werd hij geplaatst in een tehuis. ‘Hier kwam ik in een groepje, waar je vooral cool wilde zijn’, zegt Paul. ‘Door het inbreken had je altijd veel geld op zak. Ik was blij mijn eigen Lacoste-shirt te kunnen kopen.’
Tussen zijn verhaal door worden er vragen gesteld, zoals wat er gebeurde na de gevangenisstraf. ‘Ik kreeg een meisje, op een of andere manier vond ze mij leuk’, aldus Paul. ‘Het is vervolgens tot 1995 goed gegaan. Toen mijn ouders stierven ging ik aan de harddrugs.’
Vanwege de harddrugs moest hij bedelen en verviel hij weer in stelen. Paul: ‘Het interesseerde me niet of ik gepakt werd. Soms sliep ik zelfs in de huizen.’
Zijn laatste detentie van 2,5 jaar eindigde in 2006. ‘Het gaat nu al drie jaar goed’, zegt Paul, terwijl hij dat meteen even afklopt. ‘Ik kan alleen niet aan een fatsoenlijk betaalde baan komen en mag van geluk spreken dat ik in Nederland woon.’