De mogelijkheid voor universiteiten om het vaak hogere instellingsgeld te vragen aan studenten voor het volgen van een tweede studie, zal de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet verminderen. Dat schrijft minister Plasterk van onderwijs in een brief aan de Eerste Kamer.
De minister wil de duurdere tweede opleiding om de studie voor studenten die ouder zijn dan dertig goedkoper te maken. Deze groep betaalt nu nog het instellingsgeld. Dat wordt in de nieuwe wet voor het onderwijs het wettelijke collegegeld. De Tweede Kamer is al akkoord met deze wet.
Een meerderheid in de Eerste Kamer was kritisch op de plannen van Plasterk. Een aantal fracties, waaronder Plasterks eigen PvdA, vindt dat ambitieuze en talentvolle studenten door de wetsbepaling gehinderd worden in plaats van gestimuleerd. Omdat zij door de maatregel op hogere kosten zouden worden gejaagd.
Volgens Plasterk is die vrees ongegrond. Studenten die twee bachelors tegelijkertijd doen betalen slechts eenmaal het wettelijke collegegeld. Dat blijft zo. Hij stelt verder dat er een bestuursakkoord gesloten tussen de vereniging van universiteiten (VSNU), de HBO-raad en studentenorganisatie LSVb en ISO over de betaling van het wettelijke collegegeld voor de gehele verdere verloop van de tweede studie.
Het probleem met dit akkoord is dat de VSNU het niet kan opleggen aan de universiteiten, mocht de vereniging dat al willen. Het blijft aan de instellingen zelf om het collegegeld te bepalen. Volgens studentenvakbond LSVb is het akkoord dan ook niets waard zolang het niet in de nieuwe onderwijswet wordt opgenomen.
Op 22 december zal Plasterk met de Eerste Kamer debatteren over de plannen.