Wetenschappers van de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Forensisch Instituut hebben een methode ontwikkeld die de politie kan helpen bij een misdrijf. Door middel van aangetroffen DNA op het lichaam van het slachtoffer kan een informatie gewonnen worden over uiterlijke kenmerken van de dader, dat het vooronderzoek verfijnder maakt. Prof. dr. Knijff van het LUMC werkt mee met zijn laboratorium.
Hoe werkt deze methode?
‘We hebben een subsidie van het Nederlands Genoom Initiatief van vijf jaar gekregen. Een partner in Rotterdam deed al voorspellende testen. Met dit DNA-onderzoek kunnen we de haarkleur en de oogkleur reconstrueren. Dit is onderdeel van het vooronderzoek. Het is alleen hulp bij het vinden van een verdachte. Je kunt een grote groep verkleinen met deze kenmerken. Daarna volgt het daadwerkelijke onderzoek. De politie moet dit op den duur gaan gebruiken.’
Rob ten Hove, een onafhankelijke adviseur op het gebied van DNA en opsporing, meent in de Spits dat er een grote foutenmarge in zit.
‘Dat is een volslagen misverstand. Deze man heeft geen verstand van deze test en eerdere testen waarbij gevonden DNA-profielen op willekeurige verdachten worden toegepast. De kans dat er dan overeenkomsten zijn is groot en zo ook de kans op fouten. Deze methode is alleen ter verfijning bij het vinden van verdachten, als vooronderzoek.’
Als het profiel bekend is, kan de politie oproep doen aan de bekenden van het slachtoffer vrijwillig DNA af te staan. Zal de dader dat wel doen?
‘Dit is een ander onderdeel van het vooronderzoek. In een kleine gemeenschap kan de politie vragen aan bekenden in de kring van het slachtoffer DNA af te staan. Iedereen kent elkaar, de dader zal dan onder sociale druk hier ook aan mee doen. Het is gekker als hij als enige hier niet aan meewerkt.’
Wanneer zal dit gebruikt gaan worden?
‘We zijn bezig met de laatste studies om de betrouwbaarheid nog verder te testen. Daarnaast moeten we nog een protocol doorlopen, zodat het goed genoeg is om dit wetenschappelijk te presenteren. Ook is al gestart met het juridische proces ter goedkeuring van de methode.’