Mare Nummer 12     26 november 2009

12
Ruud Koole neemt afscheid als voorzitter van de PvdA in 2007. Wouter Bos (links) bedankt hem.
FOTO: ANP
Eenzame strijd tegen Haagse machten
Voormalig PvdA-voorzitter Ruud Koole publiceert politieke memoires

In 2001 onderbrak Ruud Koole zijn wetenschappelijke carrière voor het partijvoorzitterschap van de PvdA. In een boek blikt hij terug op ruzies met Wouter Bos en de mogelijke comeback van Wim Kok na de moord op Fortuyn. ‘Alles werd voor u, over u, maar zonder u bedisseld.’

DOOR FRANK PROVOOST Wat er ook gebeurt, het komt in een kladblok. Ruud Koole (56), hoogleraar politicologie, pakt de laatste (van juli tot nu) erbij en begint te bladeren. Achter de data en tijdstippen staan krabbels in telegramstijl: ‘Stafgesprekken, voorzittersoverleg FSW, Wouter Bos belt, overleg over veiligheid, gesprek met Job Cohen.’

Vijfenhalf jaar was hij voorzitter van de Partij van de Arbeid. Het leverde vijfentwintig kladblokken op. Die verwerkte hij tot een boek dat gisteren in het Haagse perscentrum Nieuwspoort is gepresenteerd: Mensenwerk, herinneringen van een partijvoorzitter aan de roerige periode 2001-2007.

De PvdA moest linkser, vond hij. ‘Het tweede Paarse kabinet was te flets. Er was veel te veel technocratisch bestuur. Er klonk nauwelijks een authentiek links sociaal-democratisch geluid.’ De macht moest meer bij de partij en de leden komen te liggen en minder in Den Haag, vond hij. ‘Alles in de PvdA werd voor u, over u, maar zonder u bedisseld.’ Die boodschap sloeg aan. Met een ruime meerderheid werd hij verkozen. Nooit kreeg hij zoveel felicitaties en bloemen als toen, zegt hij. Zelfs judoka Anton Geesink stuurde gelukwensen, én zijn autobiografie. ‘Hij vond de democratie binnen het Olympisch comité niet goed. Daarom was hij zo blij dat ik had gewonnen.’

Maar de euforie van de verkiezingswinst verdampte snel. Deels door de impact van de historische gebeurtenissen (11 september, moord of Fortuyn, oorlog in Irak), maar grotendeels ook door wat Koole de ‘eenzame strijd tegen Haagse machten’ noemt. Fractie, ministers en partijbestuur gaan elkaar bij vlagen keihard te lijf. Fractiewoordvoerder Frans Timmermans krijgt te horen dat zijn ‘carrière ten einde is’ als hij zich blijft verzetten tegen aanschaf van de Joint Strike Fighter. Jeltje van Nieuwenhoven, Wouter Bos, Klaas de Vries; allemaal dreigen ze op een bepaald moment met opstappen als ze hun zin niet krijgen. ‘Ik had niet voorzien dat het zo heftig zou worden’, zegt Koole.


‘Een deerniswekkende functie. Een hondenbaan’, noemde u het een week voor uw verkiezing in Mare.

‘Het is geen hondenbaan geworden. Het was wel een zware baan en ik heb vervelende momenten meegemaakt. Maar ik heb het nooit tegen heug en meug gedaan. Het eerste jaar was heel moeilijk. De Haagse top domineerde en stond weinig open voor andere geluiden, ook niet van iemand die toch met een ruime meerderheid door het congres was gekozen om dat evenwicht juist te herstellen. Ik moest keihard knokken. De meest positieve duiding is dat men al op elkaar was ingespeeld. De negatieve duiding is dat ze me bewust buitensloten.’


U betrapte lijsttrekker Ad Melkert en zijn campagneteam waarvan u zelf deel uitmaakte terwijl ze stiekem in úw kamer vergaderden.

‘Dat was bijna lachwekkend. Ik kwam binnen en daar zaten ze, met een rooie kop. Ongelofelijk! Ik dacht: ik ga gewoon er bijzitten, dan kunnen ze het niet maken om weg te gaan. Er waren allerlei besprekingen waar ik helemaal niets van wist. Terwijl ik wel formeel verantwoordelijk was.’


Werd u van zoveel tegenstand niet moedeloos?

‘Het is eenzaam. Je moet zorgen dat je in je omgeving, zowel privé als in de partij, mensen hebt met wie je het van je af kunt praten. Dat je zegt: ben ik nu gek, of ligt het toch misschien aan iets anders? Maar de top is altijd eenzaam, iemand als Wim Kok zal daar nog tien keer meer last van hebben gehad.’


Zelf was u ook hard. Toen Melkert nog lijsttrekker was, vroeg u Kok beschikbaar te blijven als premier.

‘Er zijn twee momenten geweest. In de zomer van 2001 speelde de ESF-affaire, Melkert zou fraude hebben gepleegd met geld van het Europees Structuur Fonds. In de pers ging het er vrij ruig aan toe. Het wachten was op het rapport van commissie Konings. Melkert kon daar zwaar beschadigd uitkomen. Toen heb ik aan Kok in een paar gesprekken onder vier ogen gevraagd: “Als het niet goed gaat, ben je bereid dan nog een keer de kar te trekken?” Dat sloot hij niet uit, maar hij moest nog steeds “ja” of “nee” zeggen.

‘We moesten er absoluut zeker van zijn dat het rapport niet beschadigend zou zijn. Uiteindelijk hebben we het zo weten te plooien dat het rapport eerder kwam dan Koks besluit om wel of niet door te gaan. Die Konings moet door Kok en Willem Vermeend, toen minister van Sociale Zaken, zwaar onder druk zijn gezet om die deadline naar voren te halen.’


‘Melkert knokte voor zijn positie. Maar ik knokte ook’

Koole verankerde machtlijnen binnen PvdA

Melkert kon door, Kok kondigde zijn afscheid aan. Toch zou u hem nogmaals vragen.

‘Dat was na de moord op Fortuyn. Het ging al slecht met de partij, maar na de moord was het helemaal dramatisch. Melkert zat er helemaal doorheen. De dag van de begrafenis van Fortuyn ben ik ’s middags naar het Torentje gegaan. Het Binnenhof was helemaal leeg. In Koks werkkamer heb ik het nog eens expliciet aan de orde gesteld. Het scenario was: Melkert lijsttrekker, Kok kandidaat-premier.


‘Hij zag het niet zitten. Hij vond dat je dat nu niet kon doen, ten opzichte van Melkert en de kiezers. Het was heel heftige periode waarin werd geroepen dat “de kogel van links kwam”. Kok vond het belangrijk om de gemoederen te bedaren. Dat kon alleen als hij zelf boven de partijen stond. Daarom wilde hij niets voor de verkiezingen. Ik heb niet aangedrongen, want ik wilde dat de verhoudingen goed bleven. Het was zo turbulent. Er kon van alles gebeuren. Wie weet moest ik alsnog wel eens een beroep op hem doen.’


En na de verkiezingsnederlaag moest u Melkert wegsturen.

‘Dat vond ik het moeilijkste moment. Melkert was de verpersoonlijking geworden van De Grote Mislukking en De Arrogantie. Je wilt niet weten wat er allemaal naar zijn kop werd gesmeten: bedreigingen, toestanden. Ik vond het echt heel erg voor hem. Maar als je de helft van je zetels verliest, moet je als partij een dramatisch gebaar maken om verder te kunnen. Dat is een moeilijke boodschap. Ik zie ons nog zitten: Kok, Melkert en ik. Melkert deed alsof hij het niet begreep en knokte voor zijn positie. Maar ik knokte ook. We hadden het vooraf met een groepje doordacht. Wilden we nog aan de bak willen komen, dan moesten we een majeure interventie plegen.’


Waarom wilde u het opschrijven?

‘Ik zat in de keuken van de politiek en wilde laten zien wat een partijvoorzitter doet. Die functie is zeker bij de PvdA erg politiek en wordt vaak onderschat. Sommigen denken: die beheert de kaartenbakken, maar het is echt wel meer dan dat. Je kunt op cruciale momenten een heel belangrijke rol spelen. Je moet je je troepen goed organiseren, stevig zijn.

‘Het gaat over de macht in de partij, dat mag je niet lichtvaardig opvatten. Je moet regels hebben waardoor het goed loopt. Dat heb ik allemaal goed doorgeakkerd. De invoering van de ledenraadpleging (belangrijke politieke koerswijzigingen moeten worden voorgelegd aan het congres, red.) heb ik minutieus vormgegeven.

‘Het verhaal laat de noodzakelijke ingewikkeldheid van politiek zien: je zit midden in een web van tegengestelde wensen, belangen en inzichten. Dat leidt vanuit één perspectief tot wat in de speltheorie “suboptimaal resultaat” heet. Maar als je laat zien wat vanuit verschillende perspectieven de afwegingen waren, is dat misschien het meest haalbare. Hopelijk krijg je door te laten zien waarom het soms gaat zoals het gaat, meer begrip. Af en toe gaat het ook gewoon fout, en dan moet je dat ook zeggen. Ik heb me gebaseerd op de feiten en als die voor sommige personen niet altijd even voordelig zijn, dan is dat zo. Maar het was absoluut niet mijn doel om een natrapboek te schrijven.’


Mist u het?

‘De hijgerigheid niet. Je moet voortdurend op je woorden letten. Iedere uitspraak wordt vergeleken met die van Ad Melkert, Jeltje van Nieuwenhoven of Wouter Bos. Verschillen de twee, dan is het volgens de krant meteen “ruzie”. (zie kader). Toen ik wegging, dacht ik: nu kan ik eindelijk zeggen wat ik vind. Maar soms kriebelen mijn vingers. Zeker nu, potverdorie, het gaat niet goed met de partij. Daar maak ik me zorgen over. Dat vind ik vreselijk.’


Wat moet er gebeuren?

‘Wat je niet moet doen, is meegaan met de krachten die voor marktwerking zijn. Dat systeem kan zichzelf wel verdedigen. Wij moeten zorgen dat het voor iedereen socialer en eerlijker wordt. Dat geldt ook op andere terreinen: multiculturele samenleving, veiligheid. Er zijn genoeg rechtse krachten. Die zijn sterk genoeg zijn, dus daar hoef je niet met mee te doen. Je moet je eigen verhaal, met eigen waarden en idealen vertellen.’


‘Zo kwaad kende ik Wouter nog niet’

In augustus 2003 uit PvdA-partijvoorzitter Ruud Koole kritiek op partijleider Wouter Bos. In Het Parool zegt hij het te betreuren dat Bos serieus heeft overwogen de PvdA op te heffen en een nieuwe partij te beginnen. Ook vindt hij het jammer dat Bos Amerikaanse en Britse troepen in Irak ‘geallieerden’ heeft genoemd. De krant kopt: ‘Koole niet altijd blij met lijn Bos’.


Die zaterdag was ik net begonnen met boodschappen doen in de supermarkt, toen ik een sms’je van Wouter kreeg: ‘Ruud: zie Parool. Dat bedoel ik dus. Wouter.’ Ik belde hem meteen op. Dat leidde ertoe dat ik ongeveer een halfuur met een leeg wagentje rondjes door de winkel liep om te voorkomen dat omstanders het gesprek zouden kunnen volgen. Het moet een komisch tafereel zijn geweest, ware het niet dat de toon van het gesprek grimmig was.

Zo kwaad kende ik Wouter nog niet. Hij zei dat hij dit had voorspeld (wat juist was) en dat je ondanks de bedoelingen en de feitelijke inhoud van een interview journalisten nooit de gelegenheid mocht geven om zoiets te schrijven. Ik vroeg hem of hij nu boos was op mij of op de journalisten. Dat deed er volgens hem niet toe. Verschillende keren zei hij dat we moesten afspreken dat we elkaar niet publiekelijk zouden bekritiseren.

Daar was ik het totaal mee oneens. Ten eerste was dat voor hem heel gemakkelijk, want hem werd bijna nooit gevraagd wat hij vond van de partijvoorzitter. Andersom was dat vrijwel altijd het geval. Ermee instemmen zou betekenen dat ik mezelf feitelijk monddood zou hebben gemaakt. Ten tweede, zo zei ik hem, was het juist in het belang van de partij en van hemzelf dat er een partijvoorzitter was met een eigen profiel, die als er echt crisis zou zijn of wanneer hij een keer in het nauw zou komen, geloofwaardig steun aan hem zou kunnen geven. Dat zou onmogelijk zijn wanneer het beeld zou bestaan dat de partijvoorzitter alles wat de fractievoorzitter zei of deed altijd in alle nuances steunde. Ik kon het moeilijk als een kloon van of een ‘wethouder Hekking’ altijd ongenuanceerd met hem eens zijn. Wouter haalde daarop zijn held Steve Stevaert van de Vlaamse SP.A aan, die hem gezegd zou hebben dat de grootste vijand van een politiek leider de partij was.

Ik vond het een pijnlijk gesprek, maar bleef bij mijn standpunt. Ik wilde best nog eens publiekelijk benadrukken dat ik goed met hem kon opschieten, en wilde er zeker nog een keer met hem over doorpraten, maar dit zou nooit leiden tot een afspraak om elkaar publiekelijk nooit te bekritiseren. ‘We spreken elkaar nog’, sloot Wouter af.

Ik was er beduusd van.


Uit: Ruud Koole, Mensenwerk, herinneringen van een partijvoorzitter aan de roerige periode 2001-2007, 432 pgs. € 19,95


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook