Joris Deelen, voorzitter van de basketbalvereniging vindt dat de sporters ‘niet krijgen waar ze voor betaald hebben.’
FOTO: Taco van der Eb
Krom, kapot, lek en te duur Studenten zijn ontevreden over verwaarloosd sportcentrum
Het college van bestuur besloot vorige week geen nieuw sportcentrum te bouwen, maar het oude voor drie miljoen euro renoveren. Studenten klagen al langer over de voorzieningen. ‘Er moet iets gebeuren voordat het plafond naar beneden komt.’
DOOR VINCENT BONGERS ‘De prijs gaat flink omhoog maar de faciliteiten worden niet beter, eerder slechter.’Fahad Ziabutt, was afgelopen jaar voorzitter van tennisvereniging Qravel. Hij is niet tevreden over de ontwikkelingen bij het sportcentrum. ‘De sportkaart is dit collegejaar 22 euro duurder geworden. De prijs is nu 130 euro. We zijn daar van te voren niet van op de hoogte gebracht. We moesten het lezen in de nieuwsbrief van het sportcentrum.’
Een prijsstijging zou volgens Ziabutt nog zijn te verdedigen als er extra faciliteiten bij zouden komen. Maar dat is niet het geval. ‘De fitnessapparaten worden bijvoorbeeld alleen gerepareerd. Er komt geen nieuw materiaal.’
Joris Deelen, voorzitter van basketbalvereniging LUSV heeft het nodige aan te merken op de tekortschietende faciliteiten. ‘De vloeren van de zalen zijn versleten en moeten echt worden vervangen’, aldus Deelen. Sommige baskets zijn krom en worden niet hersteld. Er zitten gaten in de muur en in de zalen boven zijn al de nodige lekkages geweest. Deelen vindt dat de sporters ‘niet krijgen waar ze voor hebben betaald’.
Het gebouw is volgens Deelen ook te klein. ‘We hebben een goede Elcid gedraaid. We kunnen de nieuwe leden nu nog net kwijt. Maar we kunnen zo eigenlijk niet verder groeien.’
Als Qravel een toernooi speelt bij een ander universitair sportcentrum, valt het Ziabutt op hoe goed daar de voorzieningen zijn. ‘Ook liggen de prijzen van de sportkaart er lager. In Groningen betalen studenten bijvoorbeeld 47 euro.’ Ook de universiteit van Nijmegen is aanzienlijk goedkoper. Daar kost een sportkaart 72 euro. Een student in Delft is 90 euro kwijt.
Directeur van het sportcentrum, Anton Jongeneelen, wil niet reageren en verwijst naar universiteitsvoorlichter Renée Merkx. ‘De stap van 108 naar 130 euro is vrij groot’, erkent zij. ‘Maar er moet universiteitsbreed bezuinigd worden. Dat is helaas nu eenmaal zo. ‘In 2007 ging er nog 167.000 euro naar het sportcentrum. In 2010 zal die bijdrage tot nul moeten zijn gereduceerd. Het sportcentrum moet dan zijn eigen broek ophouden.’
Ziabutt is ook niet tevreden over het functioneren van de sportraad. Deze raad bestaande uit studenten en medewerkers van het sportcentrum slaagt er volgens hem niet voldoende in om op te komen voor het belang van de sporters. ‘Op dit moment is er zelfs helemaal geen sportraad. Maar toen die er nog wel was, waren er problemen. Astrid Zweistra was in het collegejaar 2008 en 2009 lid van de sportraad Volgens haar ontving de raad in verhouding relatief weinig klachten. ‘Maar ik denk als sporters ons beter wisten te vinden, wij meer klachten hadden ontvangen.’ Ze begrijpt de kritiek op de sportraad goed. ‘Al is het wel zo dat de raad niet helemaal vergeleken kan worden met die van andere studentensteden. Sport neemt hier niet zo’n belangrijke plaats in. In andere studentensteden is de sportraad veel bekender. De samenwerking tussen de verenigingen en de raad is daar ook veel beter.’ Er ligt volgens Zweistra al een plan klaar. De directie van het sportcentrum zoekt drie studentleden voor een nieuwe sportraad. ‘Het is de bedoeling dat door vier tot vijf keer per jaar vergaderingen worden georganiseerd waarbij elke sportvereniging zal worden betrokken.’
Nina Hoette, de voorzitter van volleybalvereniging SKC, is niet blij met het gebruik van de faciliteiten van het centrum voor andere zaken dan sport. ‘Het is wel vervelend dat er tentamens worden gehouden in het sportcentrum. Er zijn in totaal vier avonden waarop wij niet kunnen trainen. Als je zoveel geld betaalt, verwacht je altijd gebruik te kunnen maken van de faciliteiten. De tentamens op trainingsavonden zijn gepland zonder dat van te voren met ons te bespreken.’
Het sportcentrum wordt overdag gebruikt door scholieren van de ROC-opleiding ‘sport en bewegen’. ‘Op zich is dit niet eens zo erg’, zegt Ziabutt. ‘Maar het is een universitair sportcentrum. Geen sportzaal van een scholengemeenschap.’
Ook de communicatie met de directie van het sportcentrum verloopt volgens Ziabutt niet goed . ‘We hebben ook een brief gestuurd aan Anton Jongeneelen over de duurdere sportkaarten. Daarin schrijven we dat de sportende student door de komst van het ROC wordt beperkt in zijn mogelijkheden om gebruik te maken van de faciliteiten van het sportcentrum. Deze beperking staat totaal niet in verhouding met de prijsstijging van de sportkaarten.’
‘Op de brief is nooit een reactie op gekomen’, zegt Ziabutt. ‘Dan is de communicatie niet moeizaam, maar non-existent. Nogmaals, Jongeneelen wilde niet reageren.
Ziabuut: ‘Het verhuren van zaalruimte aan deze partijen is een symptoom van het tekort aan financiën. En wat gebeurt er met al dat geld dat binnenkomt? Het wordt hopelijk niet verbrast.’ Hij vindt het onbegrijpelijk dat het college van bestuur de geldkraan heeft dichtgedraaid, zegt hij. Helemaal omdat volgens het nieuwe Instellingsplan van de universiteit: waarin het college schrijft: ‘De universiteit ziet in de vele studie, sport en studentenverenigingen een belangrijke uitingsvorm van hoe een deel van haar academische gemeenschap zich organiseert; zij stimuleert studenten lid te worden van deze verenigingen of actief te participeren in andere bestuurlijke of georganiseerde verbanden.’
Ziabutt: ‘Dat klinkt goed. Maar in de praktijk wordt er gewoon op sport bezuinigd.’
Hoette: ‘De universiteit zou eigenlijk moeten laten zien dat sporten belangrijk is. Dat is nu niet het geval. En dat is jammer.’ ‘Het ziet er niet naar uit dat ik nog zal sporten in een nieuw sportcentrum’, zegt Deelen. ‘Zeker niet nu het oude complex nog gerenoveerd gaat worden. Maar het is wel echt nodig dat er iets gebeurt voordat het plafond echt naar beneden komt.’
Gezakt op de prioriteitenlijst
In 2005 werd door het college van bestuur het besluit genomen om voor ruim elf miljoen euro een nieuw sportcentrum te bouwen. Het project had in 2009 klaar moeten zijn. Het complex moest naast het de Gorlaeus gebouw van de faculteit W&N verschijnen.
Het project loopt veel vertraging op door de aanwezigheid van een te hoge hoeveelheid fijnstof in de omgeving van de Plesmanlaan. Dat verhindert dat er bestemmingsplannen worden vastgesteld voor dat gebied. Er moet eerst een ongelijkvloerse kruising worden aangelegd bij de Plesmanlaan en de Haagsche Schouwweg om de problemen in het gebied op te lossen. Begin dit jaar wordt het viaduct gefinancierd. Het is onduidelijk wanneer het viaduct gerealiseerd zal zijn.
Om het nieuwe sportcentrum te kunnen financieren is het nodig om de grond waar het oude complex op staat, te verkopen. Door de economische crisis is het moeilijker geworden om kopers te vinden die de prijs willen betalen die nodig is om het nieuwe centrum te kunnen betalen.
Het college besluit begin november 2009 om drie miljoen uit te trekken voor een renovatie van het oude sportcentrum. Het nieuwe sportcentrum is gezakt op de prioriteitenlijst van het college. Eerst zal het Gorlaeus worden verbouwd.
Een nieuw sportcentrum is volgens het college nog niet geheel van de baan. Wel zal er op een ander locatie dan gepland gebouwd gaan worden. Het nieuwe complex zal nu verrijzen aan de oostkant van Gorlaeus. Er zal op zijn vroegst in 2016 worden begonnen aan de bouw.