Mare Nummer 11     19 november 2009

11
‘Er zijn beslist kansen gemist’
Decaan Carel Stolker over de verzoening met Wouter Buikhuisen

De decaan van rechten vloog in juni naar Spanje voor een gesprek met Wouter Buikhuisen. ‘Hij zei meteen: “Ik hoef geen eredoctoraat of excuses. Ik vind het ontzettend prettig dat je er bent.”’

Hoe keek u tegen de affaire aan?

Carel Stolker:‘Ik kende Buikhuisen als persoon helemaal niet. Het was van voor mijn tijd. Ik kende alleen de kwestie. Als decaan ben ik met enige regelmaat benaderd door mensen die aan mij vroegen: “Moeten we niet wat doen met Buikhuisen?” Twee zaken waren duidelijk: wat er bijna dertig jaar geleden gebeurde, was ellendig voor Buikhuisen. Dat bevestigt iedereen. Ook is het onderzoek dat hij toen voorstelde nu volstrekt geaccepteerd.

‘Maar ik zag eigenlijk nooit een rol voor onze faculteit om zelf iets te doen. Er waren ook geen nadrukkelijke verzoeken van zijn kant gekomen. Hij is na zijn Leidse tijd een succesvolle antiquair geworden en uiteindelijk vertrokken naar Spanje. Er was een houding ontstaan van: laat maar zitten, laten we maar geen oude wonden meer openrijten. Dat gevoel overheerste trouwens ook bij het college van bestuur. Totdat het interview in Mare verscheen.’


Waarom besloot u hem op te zoeken?

‘Hij had dus nooit meer iets gehoord van de universiteit en de faculteit. Ik weet als bestuurder dat als er een probleem is tussen een grote organisatie en een individueel personeelslid, het altijd veel moeilijker is voor het individu dan voor de organisatie. Bij de organisatie ontstaat veel eerder het gevoel: “Het is voorbij”. Maar als jij zélf de affaire of “het dossier” bent, is dat zoveel zwaarder.

‘Daarom ben ik naar Spanje gegaan om hem op te zoeken. Ik ben daar een weekend geweest. We hebben heel lang en prettig gesproken.’


Wat vond hij van uw bezoek?

‘Hij stelde het enorm op prijs dat zijn oude faculteit op deze manier contact met hem opnam. Hij accepteert dat de dingen zijn gegaan, zoals ze zijn gegaan. Hij is uiteraard wel teleurgesteld in hoe het is gelopen. Maar hij neemt Leiden niets kwalijk. Een van de eerste dingen die hij tegen mij zei toen ik hem ontmoette was: “Ik hoef geen eredoctoraat of excuses. Ik vind het ontzettend prettig dat je er bent.”

‘Hij had heel bijzonder onderzoek op het oog. Dat heeft hij helaas nooit kunnen doen. Hij werd al afgeschoten voordat hij was begonnen. De vlek die sindsdien rustte op de verhouding tussen de faculteit en hem is nu weg. Het is voor ons nu in elk geval niet langer “de affaire Buikhuisen” maar “Wouter Buikhuisen”.’


Waarom brengt u deze informatie nu pas naar buiten?

‘Het bezoek was in juni, maar we zijn contact blijven houden. Ik wil graag dat hij naar Leiden komt. Het leek ons dan wel zo mooi als er een congres aan is verbonden waar hij een van de sprekers is. Dat congres gaat er medio april komen en het wordt georganiseerd door studenten criminologie en strafrecht – de nieuwe generatie. Het thema wordt iets in de trant van “De dader van de 21ste eeuw”.’


Hadden uw voorgangers het anders moeten aanpakken?

‘Ik vind het moeilijk om daar over te oordelen. De maatschappelijke onrust was zo sterk in die tijd en de druk op de faculteit en universiteit groot, daar moet je ook rekening mee houden. Ik denk niet: “Dat had ik anders gedaan.” Maar er zijn beslist kansen gemist. Je hoopt in ieder geval dat de universiteit en de faculteit in de toekomst bij controversieel onderzoek de rug recht houden. Daar horen we van te leven.’


Wat vond het college van bestuur van uw bezoek? De rector zei na Buikhuisen-interview in Mare dat hij ‘de kans zeer klein achtte dat we daadwerkelijk iets gaan doen’.

‘Ik heb met rector magnificus Paul van der Heijden en de raad van decanen gesproken over mijn plannen. Van der Heijden vond het een uitstekend idee. Ik kreeg zijn volledige steun.’

Zie ook: Decaan legt geschil met Buikhuisen bij, bedreigde criminoloog heeft nu ‘peace of mind’

VB
Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook