De cast van de Amerikaanse televisieserie Mad Man, een Amerikaanse televisieserie over een New York reclamebureau in de jaren vijftig. Seksisme op de werkvloer en graaicultuur zijn terugkerende thema’s in de serie. Uit onderzoek van Naomi Ellemers blijkt dat mensen het liefst werk doen dat niet tegen hun moraal indruist.
De psychologie van de hoop Moraliteit speelt grotere rol op werkvloer dan gedacht
Sociaal psycholoog Naomi Ellemers onderzoekt zowel de werkvloer als de werknemers. Vorige week won ze de eerste KNAW Merianprijs voor vrouwelijke wetenschappers. ‘Het is niet van: stop er maar een kwartje in.’
DOOR ARJEN VAN VEELEN Stel je mag kiezen uit twee banen: een supercontract bij een moreel niet zo jofel bedrijf of baan die minder geld en zekerheid oplevert, maar wel werk waar je je niet voor hoeft te schamen. Wat kies je? En wat vind je vervelender: dat iemand jou ongeschikt noemt voor je werk of dat iemand je oneerlijk noemt?
De twee voorbeelden komen uit het onderzoek van sociaal psycholoog Naomi Ellemers (1963). Haar onderzoek stoelt op twee poten: veldwerk (een bezoek aan de kantoorvloer, bijvoorbeeld) en laboratoriumonderzoek (bijvoorbeeld: de stress van proefpersonen meten). Die combinatie is bijzonder. In bovenstaande voorbeelden zou je kunnen beweren dat de geïnterviewden het sociaal wenselijke antwoord geven (‘natuurlijk kies ik voor die moreel hoogstaande baan!’). Maar dat valt lastig vol te houden als je de meer eerlijke ‘antwoorden’ meet van het lichaam: hartslag, bloeddruk.
Eén van haar belangrijkste vondsten is dat moraliteit een veel grotere rol speelt op het werk dan vaak werd gedacht. ‘Keer op keer bleek dat werknemers het morele aspect heel belangrijk vinden. Dat mensen bijvoorbeeld heel ongelukkig kunnen worden als ze werk doen waar ze niet achter staan. En dat prestatiebonussen vaak een averechts effect hebben. Je kunt mensen wel binden met geld, maar het is niet de manier om mensen te laten excelleren. Ze doen dan juist zo min mogelijk best, en zodra ze een hoger bod krijgen zijn ze weg. Het werk averechts.’ Daar schreef ze begin deze eeuw al over. Toen de bonussen als één van de boosdoeners van de crisis in het nieuws kwamen, zeiden Ellemers en haar man (ook psycholoog) tegen elkaar: ‘Dat dachten wij de hele tijd al.’
Het is volgens de hoogleraar ‘de meerwaarde’ van psychologen dat zij niet alleen oog hebben voor de materiële kanten van werk. Dat mag je letterlijk nemen: het levert een bedrijf geld op als de werknemers gelukkig zijn. Ellemers is nieuwsgierig naar ‘de macht van de situatie’: wat doet bijvoorbeeld een bedrijfscultuur met mensen?
Onlangs hield ze een groot onderzoek bij de ING over de work-life balance van werkende vrouwen. Sommige managers ondersteunden het als vrouwen werk en kind combineerden. Maar zodra leidinggevenden het als een knelpunt zien, ervaren vrouwen het ook als een probleem en levert het hen stress op. De les: het zit ‘m niet puur in de faciliteiten, maar ook in de subjectieve sfeer: hoe kijkt je omgeving er tegen aan? Dat was enerzijds een plezierige boodschap voor de bedrijfsleiding (er hoeft niet met geld gesmeten te worden), maar tegelijk een lastige opdracht. ‘Het is niet van: stop er maar een kwartje in.’
Een goede manager worden in tien stappen – dat is niet haar stiel, zegt Ellemers. Ze noemt haar vak de ‘psychologie van de hoop’. Ze bedoelt: op je werk zit je als het ware opgescheept met je collega’s – daar kun je weinig aan veranderen. Maar je kunt wel wat doen aan de omstandigheden van je werk: managementstijlen, bedrijfscultuur.
Voor haar oeuvre en haar inzet voor vrouwen in de wetenschap kreeg ze vorige week de eerste KNAW Merianprijs. De jury noemt haar een rolmodel. Ziet ze zich zo? ‘Dat is lastig van jezelf te zeggen. Maar toen ik zelf studeerde had ik geen vrouwelijke hoogleraren, laat staan met een gezin. Dan kun je al snel denken: blijkbaar kan dat dus niet.’
De hoogleraar traint soms jonge vrouwelijke wetenschappers, bijvoorbeeld voor een subsidie-aanvraag. Ze leert hen dat vrouwen soms anders omgaan met negatieve feedback dan mannen. Een man denkt eerder: ik zal eens laten zien dat ik het wél kan. Vrouwen zijn geneigd te denken: blijkbaar kan ik het inderdaad niet. Inzicht geven in de situatie en doel van zo’n sollicitatiegesprek kan dan helpen. Dat is nodig, want in de academische wereld doen vrouwen het minder goed dan in bijvoorbeeld politiek, recht of zorg. ‘En dat ligt niet aan lagere ambities of capaciteiten van vrouwen, blijkt uit onderzoek. Dan kom je al snel bij zoiets als bedrijfscultuur.’