De kunst van de verblokte koeien Lakenhal eert Theo van Doesburg en zijn ‘bombardement door ééndimensionaal stijlgeschut’
Theo van Doesburg veroverde vanuit zijn atelier aan het Leidse Galgewater de wereld. Eerst met De Stijl, later als dadaïst I.K. Bonset. De Lakenhal en Tate Modern herdenken hem.
DOOR FRANK PROVOOST DE STIJL. DE STIJL. DE STIJL. DE STIJL. DE STIJL. Hij heeft het hele gebouw ermee besmeurd. De gevel, de pilaren: niets is onbeklad gebleven. Zelfs de hemel niet. Achter de wolken schijnt een zon met het opschrift: DE STIJL.
Theo van Doesburg (1883-1931) was misschien wel Nederlands eerste graffiti-artiest. Hij bezat in ieder geval dezelfde gretigheid en gebruikte hetzelfde jargon als hedendaagse straatkunstenaars. Als zij iets onderspuiten, heet dat bomben. Van Doesburg schreef onder het door hem onder handen genomen Bauhaus, de befaamde kunstacademie in het Duitse Weimar: ‘voor de ineenstorting gebombardeerd door n’dimensionaal stijlgeschut’.
Het verschil: hij was geen vandaal. Van Doesburg voerde zijn stijlbombardement slechts uit met vulpeninkt op een ansichtkaart die hij in 1921 naar Nederland verstuurde. De kaart hangt momenteel in Stedelijk Museum De Lakenhal, samen met meer dan 300 kunstwerken door Van Doesburg en nog zo’n tachtig kunstenaars, onder wie Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld, El Lissitzky, Hans Richter, Vilmos Huszár en Alexander Archipenko. Dankzij een samenwerking van De Lakenhal met Tate Modern is veel van het werk voor het eerst in Nederland te zien.
Fysieke schade had Van Doesburg weliswaar niet uitgericht in Weimar, maar toch zou ook Bauhaus niet meer hetzelfde zijn na bezoek van de schilder, architect, vormgever, typograaf, kunstcriticus, dichter, redacteur en uitgever. In Leiden had an Doesburg het tijdschrift De Stijl opgericht. Vanuit zijn atelier aan het Leidse Galgewater (waar het logo van De Stijl nog steeds voor de deur in zwarte en witte straatstenen ligt) wierp hij zich op als belangrijke aanvoerder van de internationale avant garde, de verzamelterm voor ongeveer alle nieuwe kunststromingen die aan het begin van de twintigste eeuw Europa overspoelden.
In De Stijl zette hij met zielsgenoten als Mondriaan en Rietveld een nieuwe filosofie uiteenzette, de zogeheten Nieuwe Beelding. In het kort: de kunst moest bevrijd worden van begrenzingen. Perspectief en diepte was niet langer nodig. Om de echte essentie uit te beelden moesten platte vlakken genoeg zijn.
Dat dit ogenschijnlijk soortgelijke ingekleurde schaakborden oplevert waarvan de vakken in de loop der tijd langzaam uit elkaar drijven, wil niet zeggen dat de kunstenaars unaniem waren in hun opvattingen over hoe elementair hun kunst moest zijn. Zo was Mondriaan het volstrekt oneens met Van Doesburg omdat de afzonderlijke doeken van diens Compositie XVIII in drie delen werden opgehangen in piramidevorm. Daardoor ontstond volgens Mondriaan een te duidelijk midden.
Aanhangers van het standaardargument ‘dat ook een kleuter vakjes kan inkleuren’, moeten Compositie IX, Opus 18 gaan bekijken. Wie wat langer in de blokkenbrij staart, ontwaart namelijk wel degelijk een tafereel uit de werkelijkheid, in dit geval een wirwar van kaartspelende handen.
Van Compositie VIII (De koe) hangen ook de schetsen en voorlopige versies. Zo is de kunst van het verblokken stap voor stap te volgen. Een realistische schets van een ronde, oer-Hollandse en zwartbonte koe, wordt gaandeweg hoekiger en verandert uiteindelijk in een veelkleurige blokkendoos, waarin een eerste blik niet snel een grazende herkauwer had herkend.
Toch blijft de kunst niet beperkt tot doeken en zijn er evenveel praktische toepassingen te zien: affiches, meubels, tegelvloeren, glas-in-loodramen, een kleurontwerp voor een Rotterdamse universiteitshal, de complete inrichting van een vakantiewoning in Noordwijk.
Zijn internationale drift en hang naar interdisciplinariteit brengt hem in contact met het dadaïsme. Om een conflict met Mondriaan te voorkomen, kiest hij het pseudoniem I.K. Bonset (anagram van ‘ik ben sot’). In die hoedanigheid verklaart hij dada de liefde, eerst in De Stijl, later ook in andere tijdschriften waaronder het door hem opgerichte Mécano: ‘Dada ist das Bekenntnis zur Stillosigkeit. Dada ist der Stil unserer Zeit, die keinen Stil hat. Begrijpt U dat?’
In plaats van platte vlakken schildert hij nu even gemakkelijk vijf bolletjes wol. De tijd van hoekige koeien is dan voorbij. En nog meer dieren merken de gevolgen: zelfs de hond in huize Doesburg wordt omgedoopt. Tot Dada.
Constructing a new world, Van Doesburg and the international avant-garde
De Lakenhal t/m 3 januari 2010, di-zo, € 10
Zo 8 november geeft K. Schippers de lezing ‘Van Dada tot Meudon’. Meer activiteiten op www.lakenhal.nl
Studium Generale: Rondom Doesburg elke dinsdagavond (tot 1 dec.) 19.30, Lipsius, zaal 011