Aantal proefdieren gaat omlaag, maar niet in Leiden
In 2008 zijn minder dierproeven verricht dan in 2007, blijkt uit het jaarlijkse proefdierrapport van de Voedings- en Warenauthoriteit dat eind oktober verscheen.
In totaal deden wetenschappers op 578.123 gewervelde dieren een proef; ongeveer twintigduizend minder dan het voorgaande jaar. Het werkelijke aantal dierproeven ligt veel hoger, maar populaire proefdieren als fruitvliegjes of het wormpje C. elegans hebben geen ruggengraat en hoeven daarom niet bijgehouden te worden.
Het percentage van de gewervelde proefdieren dat genetisch gemanipuleerd is, steeg wel, van 13% naar 14,4% van alle proefdieren.
Het Leids Universitair Medisch Centrum volgt de landelijke trend niet, en gebruikte iets meer proefdieren dan in 2007: 21.989 in plaats van 21.062. Dat zijn vrijwel uitsluitend muizen en ratten.
Aan de Universiteit Leiden daalde het aantal proefdieren wel, van 5.956 in 2007 naar 5.611 in 2008. Ook daarvan is een groot gedeelte muis, maar ook vogels, vissen en amfibieën komen in de Leidse proeven voor. Opmerkelijk is de categorie ‘Andere zoogdieren’; dieren die geen knaagdier, aap, fret, landbouwhuisdier of gewoon huisdier zijn. Daarvan zijn er verleden jaar180 ingezet voor proeven voor ‘het bestuderen van diergedrag’.