Wetenschappelijk Europa moet zichzelf heruitvinden of anders wordt het een sterfhuis. Dat is de boodschap van het eerste rapport van de Raad voor Europees Onderzoeksgebied (ERAB).
De EU-commissaris voor wetenschap en onderzoek, Janez Potocnik, had de ERAB in het leven geroepen om hem te adviseren over het Europees wetenschapsbeleid. Als Europa het advies opvolgt, gaat er een hoop veranderen. Het rapport spreekt ambitieus van een ‘Renaissance’
Een verdrievoudiging van de uitgaven aan hoger onderwijs, vijf procent van het bruto binnenlands product moet uitgegeven worden aan onderzoek. Van het Europese budget moet zelfs procent naar onderzoek gaan, de helft daarvan naar ‘grensverleggend en risicovol onderzoek.’
In 2030 moet Europa één groot onderzoeksgebied worden waarin wetenschappers vrijelijk rondtrekken en een vijfde van hen buiten het geboorteland werkt. De helft van alle Europeanen heeft dan hoger onderwijs gevolgd; twee keer zoveel als nu. In dat jaar is de helft van alle onderzoekers, onderzoeksleiders en beleidsmakers vrouw, hoopt de ERAB.
Over hoe dat allemaal bereikt moet worden, gaat het rapport niet, en het roept dan ook vragen op over de haalbaarheid. In het jaar 2000 spraken de Europese landen met elkaar af dat ze drie procent van hun budget aan onderzoek uit zouden geven, en die zogeheten Lissabon-doelstelling is vrijwel nergens gehaald. Dan is vijf procent, in tijden van crisis, wel heel erg veel.
‘Als het de Europese politiek menens is, dan is dit wat me moeten doen’, stelde ERAB-voorzitter prof John Wood van het Londense Imperial College bij de presentatie. ‘En zo niet, Europe is pretty much dead.’