Mare Nummer 07     15 oktober 2009

07
Kies nu eindelijk eens wat je wilt zijn
Toekomst geesteswetenschappen: óf kleinschalige opleidingen óf brede basis zonder pretenties

Door te pretenderen dat brede bachelors ook specialistisch kunnen zijn, verkoopt de faculteit Geesteswetenschap knollen voor citroenen, betoogt Erik Jan Zürcher. Leiden moet kiezen: ‘Leonidas of Jamin. Beide kan niet.’

Meer dan een jaar geleden schreef ik een ingezonden brief naar Mare. De aanleiding was de geplande reorganisatie bij de Letterenfaculteit. Die faculteit was in grote problemen gekomen door financieel wanbeheer en doordat er veel meer onderwijs werd aangeboden dan op basis van de instroom van studenten betaald kon worden. Inmiddels is de faculteit Letteren opgegaan in de faculteit Geesteswetenschappen en zijn we twee reorganisaties verder.

In mijn stuk uit 2008 stelde ik drie vragen: zou de nieuwe bestuurlijke structuur van de faculteit met onderzoeksinstituten en een graduate school (en de bijbehorende dure en vaak in schaal verhoogde bestuurders en managers) wel helpen om het financiële probleem op te lossen? Zouden de plannen voor nieuw onderwijs, die nergens zichtbaar op marktonderzoek waren gebaseerd, wel meer studenten opleveren? En was het wel verstandig het profiel van de faculteit te kopiëren van grote broers Amsterdam en Utrecht in plaats van te bouwen op wat Leiden bijzonder maakt?

Op die vragen is natuurlijk nooit geantwoord. De communicatiestrategie van de nieuwe faculteit is niet gebaseerd op discussie en debat, maar op het regelmatig versturen van goednieuwsboodschappen.

Intussen is het landelijke marktaandeel van de faculteit verder gedaald en is het financiële overleven afhankelijk geworden van het extra geld dat kan worden opgehaald bij het regieorgaan ‘Duurzame Geesteswetenschappen’, dat onder leiding staat van Frits van Oostrom. Dat heeft jaarlijks 15 miljoen te verdelen over alle Nederlandse faculteiten. De financiële positie van de Leidse faculteit is zo kritiek en het onvermogen zelf orde op zaken te stellen zo groot dat het faculteitsbestuur nu gedwongen is naar de pijpen van het regieorgaan te dansen en aan alle voorwaarden te voldoen die Van Oostrom c.s. bedenken. Als het geld maar komt.

Het eerste resultaat daarvan zien we nu. Het regieorgaan vindt dat Leiden radicalere keuzes moet maken voor het geld krijgt (zie Mare van afgelopen week). En - hoe treurig het ook is dat een orgaan, waarvan de bijdrage straks misschien 5 procent van de begroting dekt, in Leiden de dienst uitmaakt - daar heeft van Oostrom wel gelijk in.

Onder het mom van een reorganisatie is in Leiden in feite gekozen voor bezuinigen met de kaasschaaf, waarbij alle kleine opleidingen gedwongen zijn steeds grotere delen van het bachelorprogramma in te vullen met gezamenlijke vakken, waar geen student op zit te wachten, maar die door hun massaliteit goedkoop zijn. Het resultaat is dat in vakken met een hoge moeilijkheidsdrempel, zoals de Midden-Oosterse en Aziatische talen, studenten worden afgeleverd met een taalvaardigheid die lager ligt dan die van het oude kandidaats. Iemand die in mijn vak, Turks, na drie jaar een kandidaats haalde, had verplicht twintig Turkse boeken gelezen en als tweede taal ook nog Arabisch geleerd. Wie nu na drie jaar met een Leids bachelors Turks ‘uitstroomt’ kan goed nog nooit een hele Turkse roman gelezen hebben. We verkopen, kortom, knollen voor citroenen door te blijven pretenderen dat we studenten een echte opleiding in een van de oosterse talen bieden.

Er is nu al te voorspellen wat het gevolg van de eisen van het regieorgaan zal zijn: nieuwe druk op de opleidingen om nog verder te ‘verbreden’, bijvoorbeeld door het hele eerste jaar voor alle kleine area-studies samen te voegen. Resultaat: monstercolleges over ‘de nieuwe opkomende landen’ of ‘culturele interactie’. Tweede resultaat: slechter onderwijs, want het onderwijs dat de docenten onder deze druk moeten geven, ligt steeds verder weg van hun eigen specialisatie en zal dus minder goed en geïnspireerd zijn. Derde resultaat: studenten houden anderhalf jaar over voor de studie van de taal en cultuur waarvoor ze eigenlijk gekomen zijn (want de minor moet natuurlijk ook blijven bestaan). Welk niveau is daar nog mee te halen?

Dus ja, Frits van Oostrom heeft gelijk. Leiden moet kiezen: ofwel voor de hoogwaardige, kleinschalige en in Nederland unieke opleidingen waar de internationale reputatie van de Leidse letteren sinds een eeuw of vier voor een belangrijk deel op is gebaseerd, of voor een liberal arts-achtige aanpak waarin we een brede academische basisopleiding bieden zonder pretenties van specialisatie . Dat kan ook best, als je daarnaast maar inzet op uitstekende gespecialiseerde masterprogramma’s en zorgt dat studenten ergens, bijvoorbeeld in een aparte taalschool, intensief taalonderwijs kunnen krijgen. Maar kies nu eindelijk eens wat je wilt zijn: Society Shop of H&M, Leonidas of Jamin. Beide kan niet. Dan zitten we over twee jaar in onze volgende reorganisatie.


Erik-Jan Zürcher
Hoogleraar Turkse talen en culturen, Algemeen directeur Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (KNAW)

Specialisatie komt pas later


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook