Leden van Het Duivelsei aan het wargamen. ‘Als een nerd iemand is die het gezellig heeft met spelletjes, dan zijn wij dat!’
FOTO: Marc de Haan
Sommige potjes duren zestien uur
DOOR EILEEN BOSMA ‘Mijn langste potje duurde 16 uur’, zegt Johannes van der Horst. ‘Dat was inclusief eetpauzes.’ De negendejaars wiskundestudent heeft het over Advanced Civilization, een strategisch bordspel waar de speler uitvindingen, zoals pijl en boog, kan verdienen om vooruitgang binnen zijn rijk te boeken. Maar vandaag speelt Johannes met drie jongens het kaartspel Jungle Speed. Tijdens het kaarten opgooien springen twee van hen opeens overeind. Tegelijkertijd trekken ze aan een houten paaltje, de zogeheten ‘heilige totem’. Wie het uit de handen van de tegenstander weet te trekken wint de ronde.
Deze dinsdagavond hebben de leden van gezelligheidsvereniging Het Duivelsei zich verzameld naast de Pelibar, in het studentencomplex de Pelikaanhof. De zaal is schel verlicht. Elk groepje gamers speelt iets anders. De sfeer is gemoedelijk, iedereen kan aanschuiven en weglopen. Het wordt steeds drukker. Stefan Meertens is er vanavond voor het eerst, hij is via een vriend meegenomen en overweegt lid te worden. ‘Of je nu thuis speelt of binnen een vereniging, dat maakt niet uit.’
‘Tot twee jaar geleden waren we nog een vrij obscure vereniging, maar ik zie een stijgende lijn’, zegt voorzitter Berend Boer. Zijn leden bezetten een avond in de week de zaal, maar organiseren ook weekenden waarbij de spellen uiteraard meegaan.
Sven de Jong vraagt aan Berend wat hij wil drinken: ‘Een sapje graag’, antwoordt deze. ‘Nee, de Mare zit erbij man! Neem bier!’ Tien minuten later komt hij terug met een dienblad vol appelsap en chocomel. ‘Je moet scherp zijn als je wilt winnen!’ Johannes: ‘Het is de bedoeling om spelletjes te spelen, niet om dronken te worden.’
‘Er werd geklaagd dat Magic (kaartspel, red.) te veel spelers trok’, aldus Berend. ‘Andere spellen kwamen te weinig aan bod en daarom is het “vrije” avond: alle spellen zijn geoorloofd.’
In een apart zaaltje wordt er een Role Play Game gespeeld. ‘Iemand speelt de wereldheerser’, legt Berend uit. ‘Je kunt alles zijn en doen, als graaf op een queeste gaan of monsters en orks bevechten. Het helpt als je fantasie hebt.’
Opvallend is de grote hoeveelheid mannen. ‘Een derde van de vereniging is vrouw’, zegt hij ter verdediging. ‘Maar we zijn wel een nerd-vereniging van origine, dan trek je toch meer mannen.’
Dit vooroordeel roept verschillende gevoelens op bij de aanwezigen. ‘We zijn allemaal individuen, het is een label dat de maatschappij erop plakt’, zegt rechtenstudent Ilse-Marie Zwakenberg, Een discussie komt op gang, de één vindt zichzelf stiekem een nerd, de ander totaal niet. Wargames-fanaat (‘In mijn eerste jaar ging dat wel ten koste van mijn studie’) Jorke Grotenhuis: ‘Iedereen krijgt een stempel. Ik geef ze ook, dat is wat mensen doen.’ Tom Sassen, student Life Science and Technology weet het treffend te omschrijven: ‘Als een nerd iemand is die het ouderwets gezellig heeft met spelletjes, dan zijn wij dat!’