Mare Nummer 06     08 oktober 2009

06
De flatgebouwen in de Bijlmer die getroffen werden door het vrachtvliegtuig. De nazorg is 17 jaar na dato nog steeds actief.
FOTO: HH
De pijn van het oprakelen
Medisch onderzoek Bijlmerramp moest zorgen wegnemen, maar bereikte het tegendeel

Een onderzoek dat getroffenen van de Bijlmerramp gerust moest stellen, miste doel. Maar de lessen zijn getrokken. ‘Als dit allemaal onderzocht wordt, moet ik wel iets ernstigs hebben.’

DOOR THOMAS BLONDEAU Zondag vlogen er tussen zes en zeven geen vliegtuigen over de Bijlmer. De burgemeester en nabestaanden legden kransen neer bij ‘de boom die alles zag’. De grauwe abeel doorstond de brand die in 1992 opflakkerde toen een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al neerstortte op de flats Groeneveen en Klein-Kruitberg in de Amsterdamse Bijlmermeer. 43 Mensen lieten het leven.

Twee maanden geleden nog werd psychologiepromovenda Margot Verschuur opgebeld door een mevrouw die lichamelijke klachten had die ze toeschreef aan de ramp. ‘Bij het doorzoeken van haar papieren was ze mijn telefoonnummer tegengekomen. Ze vertelde over haar problemen, over dat ze nooit gehoord heeft wat er uit het onderzoek is gekomen.’ Een onderzoek dat al vijf jaar geleden is afgesloten. Verschuur hoorde haar verhaal aan en stuurde haar door naar de nazorg. Nazorg die zeventien jaar na de ramp nog steeds actief is. Hele levens heeft Verschuur al voorbij horen komen.

De bellende mevrouw staat symbool voor het lot van verschillende getroffenen van de ramp. Acht jaar nadat vlucht 1862 zijn koers moest verlaten, werd het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer (MOVB) opgezet. Dat moest deelnemers geruststellen omtrent hun gezondheid en uitsluitsel geven over de medische gevolgen van de ramp in het algemeen. Het MOVB bestond uit twee delen. Er was een epidemiologische studie waarbij gekeken werd naar de relatie tussen de gezondheidsklachten en de betrokkenheid bij de ramp. En een individueel medisch onderzoek voor iedereen die aangaf gevolgen van de ramp te hebben ondervonden. Psychologe Verschuur onderzocht op haar beurt dan weer wat het effect was van deelname aan beide onderzoeken. Ze hoopt volgende week op de bevindingen te promoveren. Wat doet het met je als je acht jaar na een ramp weer alles moet oprakelen?

‘Ik heb getwijfeld of ik interviews moest geven’, begint ze. ‘Want als ik iets niet wil, is dat er weer een mediahype ontstaat, zo van “Zie je wel, het heeft allemaal niets geholpen!”. Ik wil niet dat er opnieuw onrust ontstaat onder mensen die erbij betrokken waren. Aan de andere kant: als je gezondheidsonderzoek doet naar mensen die zoiets ingrijpends hebben meegemaakt, moet je heel goed nadenken hoe je dat precies opzet en wat de mogelijke onbedoelde gevolgen ervan kunnen zijn.’

Want de conclusie van Verschuurs onderzoek luidt dat deelname aan het MOVB over het algemeen een negatief effect heeft gehad, op zowel de bewoners als hulpverleners. Ze verzamelde haar informatie op verschillende meetmomenten: tijdens het medisch onderzoek, zes weken later bij de nabespreking van de resultaten met een arts, twaalf weken na het eerste meetmoment tot ten minste een jaar na de eerste deelname aan het onderzoek.

Een paar bevindingen. Hulpverleners en bewoners meldden tijdens het onderzoek verhoogde gezondheidsangst en een grotere gevoeligheid voor lichamelijke klachten. Bewoners rapporteerden meer posttraumatische stresssymptomen. Deelnemers die de arts hadden geconsulteerd lieten meer geruststelling zien na zes weken, maar bij de follow-up maakten ze zich weer meer zorgen. Zes weken na bekendmaking van de resultaten van het epidemiologisch onderzoek onder hulpverleners rapporteerden alle deelnemers verhoogde niveaus van psychopathologie en vermoeidheid, en meer angst en zorgen over hun gezondheid. Dat gebeurde onafhankelijk van de mate van betrokkenheid bij de ramp.

Het MOVB-onderzoek deed dus net het omgekeerde van wat het beoogde, namelijk mensen geruststellen. Had het allicht beter nooit plaatsgevonden? Verschuur is het daar niet mee eens. ‘Er was een enorme druk vanuit de politiek en de publieke opinie. De ramp en de gezondheidsklachten bleven maar opgerakeld worden. Bij de opzet van het onderzoek is er van alles aan gedaan om het zo zorgvuldig mogelijk te doen en echt vanuit de intentie om de zorgen weg te nemen.’

Factoren die deze ongunstige uitkomst lijken te verklaren, zijn de excessieve media-aandacht voor de vermeende aanwezigheid van toxische stoffen, het voortijdig stoppen van het epidemiologische onderzoek onder bewoners (het benodigde aantal van 70 procent van de betrokken niet werd gehaald) en de individuele verschillen in kwetsbaarheid tussen de deelnemers. Wie een lage opleiding had, geen betaald werk verrichtte, nog niet lang in Nederland verbleef en meer klachten rapporteerde, had meer kans op een verslechterde gezondheidsbeleving. Of iemand een westerse of niet-westerse achtergrond had, bleek los van deze factoren niet van belang te zijn voor de voorspelling van veranderingen van de gezondheidsbeleving.

De acht jaar tussen de ramp en het onderzoek werkte ook nadelig. Wie na al die jaren wéér testen en vragen krijgt te verwerken, is geneigd te denken dat er wel iets aan de hand moet zijn.

Er moet nu wel iets aan de hand zijn

Dat gebeurde onafhankelijk van de mate van betrokkenheid bij de ramp.

Het MOVB-onderzoek deed dus net het omgekeerde van wat het beoogde, namelijk mensen geruststellen. Had het allicht beter nooit plaatsgevonden? Verschuur is het daar niet mee eens. ‘Er was een enorme druk vanuit de politiek en de publieke opinie. De ramp en de gezondheidsklachten bleven maar opgerakeld worden. Bij de opzet van het onderzoek is er van alles aan gedaan om het zo zorgvuldig mogelijk te doen en echt vanuit de intentie om de zorgen weg te nemen.’

Factoren die deze ongunstige uitkomst lijken te verklaren, zijn de excessieve media-aandacht voor de vermeende aanwezigheid van toxische stoffen, het voortijdig stoppen van het epidemiologische onderzoek onder bewoners (het benodigde aantal van 70 procent van de betrokken niet werd gehaald) en de individuele verschillen in kwetsbaarheid tussen de deelnemers. Wie een lage opleiding had, geen betaald werk verrichtte, nog niet lang in Nederland verbleef en meer klachten rapporteerde, had meer kans op een verslechterde gezondheidsbeleving. Of iemand een westerse of niet-westerse achtergrond had, bleek los van deze factoren niet van belang te zijn voor de voorspelling van veranderingen van de gezondheidsbeleving.

De acht jaar tussen de ramp en het onderzoek werkte ook nadelig. Wie na al die jaren wéér testen en vragen krijgt te verwerken, is geneigd te denken dat er wel iets aan de hand moet zijn.

En ook voor een onderzoeker is zo’n lange tijd een struikelblok. Het gepubliceerd krijgen van Verschuurs verschillende deelonderzoeken was een werk van lange adem. ‘Er lijkt geen referentiekader te zijn voor hoe je een effectonderzoek moet beoordelen na al die tijd. En wat me ook parten speelde, was het ontbreken van een controlegroep. Ik kreeg dit vaak als kritiek te horen van een tijdschrift. Maar je kunt niet iemand niet laten deelnemen aan een onderzoek om die vervolgens in je onderzoek te betrekken.’ Het is een belangrijke reden waarom dit onderzoek dat al in 2004 was afgerond, nu pas als proefschrift verdedigd kan worden. Niet voor niets luidde de tiende stelling ‘Hoe vaker een artikel afgewezen wordt, hoe meer lezers er kennis van genomen hebben.’

Toch is er, benadrukt ze, mede op grond van de ervaringen met het MOVB ook sprake van verbetering van de opvang na rampen. Na de vuurwerkramp in Enschede is er sneller en adequater gereageerd, bijvoorbeeld door het opzetten van een informatie- en adviescentrum. Het vermoeden dat bij de ontploffing giftige stoffen waren vrijgekomen kon al snel de kop worden ingedrukt.

‘Men leert nog voortdurend bij en let goed op wat voor zorg men moet aanbieden. Bij de aanslagen in Londen in juli 2005 is er een nieuw soort methode ontwikkeld. Daarbij wachten hulpverleners niet tot mensen komen. Er wordt breed verspreid waar iedereen terecht kan. En als mensen dan komen, wordt er niet meteen een enorm onderzoek op hen losgelaten. Er is veel meer aandacht voor wat ze op dat moment nodig hebben, zodat ze niet gaan denken: “Als dit allemaal onderzocht wordt, dan moet ik wel iets heel ernstigs hebben.”’

De eeuwige terugkeer van de mannen in witte pakken

In augustus van dit jaar doken ze weer op in de media: de mannen in witte pakken. Ze werden voor het eerst gesignaleerd op vijf oktober 1992. Een dag na de vliegtuigcrash berichtte Trouw dat er op plaats van onheil een twintigtal mannen in witte pakken onderzoek deden. Ze zouden geen Nederlands spreken en omzichtig omgaan met het materiaal dat ze verzamelden. Het vermoeden dat er giftige stoffen waren vrijgekomen, kreeg spookachtige contouren.

Tijdens de parlementaire enquête werden de mysterieuze mannen een bron van hevige speculatie. Hoewel zowel de parlementaire commissie als de Rijksrecherche al in een vroeg stadium plausibele verklaringen hadden afgegeven (medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst, veel puinruimers in lichte kledij), bleven geruchten de ronde doen. Het zouden Israëli’s zijn die materialen moesten bergen voor de Mossad, ze kwamen uit een auto met buitenlands kenteken of een helikopter.

En twee maanden geleden berichtte Trouw dat het om medewerkers ging van de dienst Milieu- en Bouwtoezicht die te werk gingen in een banale, witte wegwerpoveralls. Slecht nieuws voor wie geruchten graag gesmoord ziet. Wie ‘Bijlmerramp’ intikt op Wikipedia, zal al snel lezen dat deze zoveelste ontmaskering nog steeds niet iedereen tevreden stelt.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook