Mare Nummer 05     01 oktober 2009

05
Omdat de pater haar liefde niet beantwoordde, hing Antje zich op op de zolder van Augustinus
‘Ik heb nooit koude handen in mijn nek gevoeld’

DOOR HANS KLIS Het is dinsdagavond even voor twaalven. Bestuursleden Tina Janssen en Emma van Bree sluiten de sociëteit Augustinus af voor de nacht. Ze doen een laatste ronde om de vele deuren en ramen te sluiten in het pand. Op weg naar de zolder klinken hun stemmen en voetstappen bijna oorverdovend in de verlaten vereniging. ‘Er zijn mensen die liever niet op de zolder komen bij het afsluiten’, vertelt Emma. ‘Maar je raakt eraan gewend’, vult Tina haar aan.

In de jaren twintig van de vorige eeuw - niemand weet precies wanneer – pleegde een dienstmeisje genaamd Antje zelfmoord op deze zolder. De derde dwarsbalk waaraan zij zichzelf ophing is er nog altijd te vinden. Deze zwarte houten balk is sindsdien beklad met leuzen van commissies die in de zolder hebben vergaderd of geklust. Niets herinnert er nog aan dat hier een klein maar fataal liefdesdrama plaatsvond. Behalve misschien de onaangename tinteling onderaan de rug van Augustijnen die de boel moeten afsluiten.

‘Het gerucht gaat dat Antje een heimelijke relatie met één van de paters op de vereniging onderhield. En dat zij in verwachting raakte’, vertelt conciërge Paul van Gent die al ruim 14 jaar in het pand rondloopt. Hoewel Augustinus tegenwoordig een plek is waar menig romance opbloeit, was er voor deze liefde overduidelijk geen plek. ‘De pater liet weten dat het natuurlijk niet van hem kon zijn. Met als gevolg dat het meisje zich verhangen heeft. Het is heel goed mogelijk dat het zo gebeurd is. Zo gingen die dingen vroeger.’

Maar doolt de geest van de dienstmeid echt nog steeds door het pand aan het Rapenburg 24?

‘Ik geloof dat er mensen zijn die gevoelig zijn voor dit soort indrukken’, legt van Gent uit. ‘Maar ik heb zelf nooit koude handen in mijn nek gevoeld. Dit is natuurlijk typisch een pand waar ‘iets’ aanwezig zou kunnen zijn; de bewoning dateert al uit de 16e eeuw. Maar ik werk hier alleen van twaalf tot vier uur ´s middags. En je weet dat zulke dingen pas gebeuren als het licht een beetje gedempt wordt.’

Van Gent houdt er niet van als mensen de spot drijven met het spookverhaal: ‘In mijn eigen studententijd heb ik meegemaakt dat mensen glaasje gingen draaien’. Dat raakt bepaalde dingen in je bewustzijn, je onderbewustzijn. Iets waar sommige mensen niet mee om kunnen gaan. Je moet hier geen spelletjes mee gaan spelen. Want je weet niet wat er gebeurt. Ik vind dat je respectvol met de traditie moet omgaan, ook met het verhaal van Antje. Als het verhaal klopt, dan is dat namelijk een hele tragische gebeurtenis.’

Dat het bestaan van de ronddolende dienstmeid serieus genomen wordt door de vereniging is te zien in de bestuurskamer: aan de gouden kroonluchter hangt een bos sleutels speciaal voor de geest van Antje. ‘Zodat ze overal binnen kan komen’, legt Tina uit. Gek genoeg staat al jaren de klok stil in diezelfde bestuurskamer, ook al werkt hij naar behoren. Het is daar altijd veertien voor elf. Het tijdstip waarop Antje zichzelf volgens de overlevering ophing in de zolder. Men kijkt er hier niet raar meer van op, het went kennelijk.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook