‘Wij dragen toch ook geen mes en vork in ons haar?’ zei een vriendin van de fotografe. Het idee voor een tentoonstelling was geboren.
FOTO: Luciënne van der Mijle
Hé, wat beginnen we toch op elkaar te lijken! Japan-Nederlandse smeltkroes wordt steeds warmer
Japanners en Nederlanders kennen elkaar al zo’n vierhonderd jaar. Vergroeiing kan niet uitblijven. Een weinig opzienbare conclusie bij een weinig opzienbare fototentoonstelling.
DOOR THOMAS BLONDEAU In 1609 kregen Nederlanders het recht om handel te drijven met Japan. Een van de eerste grote doorbraken in de relatie tussen het Oosten en het Westen. En nog vreedzaam ook. Vier eeuwen later zetten feesten en culturele evenementen deze band luister bij. Met het SieboldHuis heeft Leiden een belangrijk aandeel in deze vieringen. Ook het Museum Volkenkunde doet mee, ondermeer met de net geopende tentoonstelling Fading Borders.
Onder deze Engelstalige titel valt het werk van de Nederlandse fotografe Luciënne van der Mijle. Toen een Japanse vriendin opmerkte dat westerse vrouwen soms eetstokjes in hun haar staken, zei ze: ‘Wij dragen toch ook geen mes en vork in ons haar?’
Het idee voor een tentoonstelling was geboren. Van der Mijle fotografeerde Nederlands-Japanse koppels in beide landen. De Nederlandse ambassadeur die een praatje slaat met zijn tuinman, twee beoefenaars Japanse zwaardvechtkunst, gemengde huwelijken, een duo managers, de drummer van Golden Earring samen met een vertegenwoordiger van een drummerk. Deze foto’s zijn qua compositie of aanpak niet uitzonderlijk te noemen. Ze moeten het van hun documentaire waarde hebben.
En wat is die? Tja, mensen van verschillende komaf doen dingen samen en nemen wat van elkaar over. Nogal veel zelfs. Neem de foto van een Japanner die een mixer opbergt na de afwas. Die doet dat waarschijnlijk net zo als een Nederlandse man zou doen.
De bijschriften bij de foto geven wat uitleg. Zoals bij een plaatje van twee bloemschikkers. De bloemschikkunst van Japan is wereldvermaard. Dat zou toch vuurwerk moeten geven. Niet in de foto waar we de rug van de twee mannen zien. De begeleidende tekst: ‘Het verschil merken we in stijlen bij het maken van bloemwerk. De consequenties zijn een veelzijdige werkplaats waar heel veel dingen mogelijk zijn.’ Een opmerking van een slaapverwekkende neutraliteit.
Tweede afdeling van de tentoonstelling zijn geënsceneerde foto’s. Een meisje in Zeeuwse klederdracht en eentje in Japanse traditionele kledij. Een westerse vrouw die sierlijk op een stoel zit en een Japanse die al even elegant knielt. Een man die van een bol glaasje jenever nipt met zijn handen op zijn rug, naast een man die saké drinkt uit typisch houten blokje. Mooie reclamefoto’s maar het blijven illustraties bij een idee, geen statements die op zich zelf kunnen staan.
Voor wie de globalisering een warm hart toedraagt en de vermenging van culturen toejuicht, zal tevreden de tentoonstelling verlaten. We zijn zo op elkaar gaan lijken dat foto’s van internationale kruisverbanden geen curieuze plaatjes meer opleveren. Gelukkig biedt de vaste collectie van Volkenkunde genoeg uitzonderlijke geciseleerde exotica die de toegangsprijs meer dan waard zijn.
Fading Borders Museum Volkenkunde t/m 31 jan, di-zo, €8,50