‘Zodra de mond opengaat, wordt het verleidelijk’ Schilder Casper Faassen schildert naakten maar begint niet aan tepels
De Leidse schilder Casper Faassen heeft geen moeite met de woorden ‘schoonheid’ en ‘vergankelijkheid’. ‘Hoe traditioneler, hoe beter.’
DOOR THOMAS BLONDEAU Wie de Albert Heijn op de Hooigracht aan doet, moet het al eens zijn opgevallen. De verstilde vrouwengezichten die maar uit een paar lijnen bestaan. Of de naakte lichamen waarvan de achtergronden lijken te verschuiven als je er langs loopt. De heupen en borsten zijn maanlandschappen van goud en zwart. In een sobere etalage schuin tegenover de supermarkt hangen soms werken van de Leidse schilder Casper Faassen (1975). ‘Er stopt wel eens een auto voor’, aldus de kunstenaar die vlakbij woont.
De schilderijen zijn dit weekend te zien tijdens de Kunstroute. Op zo’n zeventig locaties tonen Leidse beeldende kunstenaars hun werk. Een belangrijk knooppunt op deze tour, is het voormalige schoolgebouw op de Haagweg. De vroegere gymzaal wordt nu gedeeld door drie kunstenaars onder wie Faassen. Twee muren worden in beslag genomen door gigantische vrouwengezichten. Schilderijen van vrouwen die hun hemd openen op achtergrond van verfdruipers of craquelé. Naaktfoto’s op glasplaat, ontlokken de opmerking ‘dat er dan wel een straalkacheltje aan gaat voor de modellen’.
Vrouwen en bloemen, een nogal traditionele onderwerpskeuze. ‘Ja, nogal. Het zijn oude onderwerpen. Misschien geldt voor mij wel: hoe traditioneler, hoe beter. Ik probeer me op het schilderen te concentreren, op de techniek. Ik houd me bezig met schoonheid. Daar zit onvermijdelijk vanitas, verval aan gekoppeld. Op de achtergronden zie je daarom vaak craquelé, roest, verweerd hout. Maar ook bladgoud. Dat kom door mijn fascinatie met de iconografie.’
Waarom zijn het vooral jonge, vaak naakte vrouwen? ‘Het begon ermee dat ik op school een O’Neill-agenda kreeg met een vrouw in badpak erop. Daar moest ik iets mee. Op het moment dat ik het getekend had, had ik een plaats gegeven. Ik had de schoonheid weten te verwerken. Mijn vriendin was ook wel eens bang dat – omdat ik haar te vaak schilderde- de romantiek er opeens af zou zijn. Maar daar hoeft ze niet bang voor te zijn.’
Eén van de grote schilderijen toont haar tegen een gouden achtergrond vol met wat lijkt op cyrillisch schrift. Wat fascineert hem aan de strenge regels van de iconografie? ‘Mijn naakten zijn nooit naakt. Ik schilder geen tepels, of pubic hair. Die mate van abstractie laat toe dat mensen daar hun eigen idee van schoonheid op kunnen projecteren. Mijn schilderijen zijn niet seksueel. Zodra ik een vrouw schilder met de mond al een beetje open, dan begint de verleiding. En dat soort vrouwenbeelden, hoe prachtig ook, zien we al vaak genoeg om ons heen.’
Faassens werk vindt gretig aftrek. Zou hij het icoonschilderij van zijn vriendin ooit verkopen? ‘Ja, zeker, ik hoef niet alles meer bij te houden. Maar door het formaat kan het alleen bij bedrijven terechtkomen. En die hebben dan weer minder met de religieuze kant dan dit werk.’
Tijdens zijn communicatiestudie in Amsterdam, had Faassen een atelier in de hoofdstad. Wil hij niet dichter bij Nederlandse enige metropool zitten, met al zijn galerieën en kunsthandelaars? ‘Ach, dat is een overgeromantiseerd beeld. En ze kunnen daar nogal een de kunstenaar uithangen.’
Kunstroute 2009 Za 26 & zo 28 september, 12-18 uur, gratis Start route: Scheltema, Marktsteeg 1, op hoek Oude Singel, Routeboekje gratis verkrijgbaar www.kunstrouteleiden.nl