Mare Nummer 04     24 september 2009

04
Een repetitie van het Leidse studentenorkest, Collegium Musicum in 2007.
‘Geen gezeik, spelen!’
Psychiater wil het taboe op psychische klachten onder musici doorbreken

De orkestbak zit vol verzwegen psychische nood. Psychiater en profviolist Esther van Fenema wil de muzikanten helpen. ‘Soms is het óf pillen, óf niet meer optreden.’

DOOR ARJEN VAN VEELEN De viool en de psychiatrie. Dat zijn de twee liefdes van Esther van Fenema, die zowel geneeskunde als conservatorium studeerde. De liefde voor de viool onderhoudt ze onder meer door regelmatig mee te spelen in Het kamergezelschap Young London Opera. En de liefde voor de psychiatrie kan ze sinds enige tijd kwijt in de door haarzelf opgerichte muziekpoli – een kliniek op het Leids Universitair Medisch Centrum voor muzikanten met psychische klachten. Voor lichamelijke klachten bij musici is de laatste jaren veel aandacht. Maar dat musici het geestelijk zeer zwaar hebben, is nog niet goed doorgedrongen, meent Van Fenema. De psychiater wil in de orkestbak het taboe op psychische klachten - variërend van podiumvrees tot zelfmoordneigingen - doorbreken.


Een symfonieorkest: honderd hoogopgeleiden die naar de pijpen moeten dansen van één eigenzinnig dirigeerstokje. Logisch dat sommigen daar gek van worden.

‘Ik had daar zelf ook wel eens last mee, maar niet iedereen kan of wil uitsluitend als solist optreden; sommige mensen vinden de structuur van een orkest juist fijn. Ja, maar zou je een alternatief kunnen verzinnen? Je kunt moeilijk aan een dirigent vragen: wilt u wat liever zijn en wat minder eisen dat het zuiver klinkt? Misschien zou je op managementgebied moeten ingrijpen, bijvoorbeeld door de orkestmanagers te coachen. Arbodiensten zijn er nu mee bezig om de musici ook andere taken te geven, zoals onderwijs. De vraag is echter of iedereen daar blij van wordt.’


Uit onderzoek blijkt dat musici significant meer psychische problemen hebben dan andere beroepsgroepen. Moet de muziekwereld niet op de schop?

‘Het is een kip-en-ei-probleem: gaan mensen die gevoelig zijn voor psychische problemen misschien eerder de muziek in? Het is nu nog een toekomstfantasie, maar je zou bijvoorbeeld op gen-niveau kunnen kijken. Cliënten worden hier routinematig gemeten met psychiatrisch gevalideerde vragenlijsten waarmee ook persoonlijkheidsstructuren in kaart worden gebracht. Met uitspraken als “musici zitten qua problematiek vaak in die hoek” - moet je heel voorzichtig zijn.’


Wat maakt de orkestbak stressvol?

‘De concurrentie en continue eis tot perfectie. Sterke controle en kritiek vanuit collega’s. Je kunt niet een avond denken: ik speel even wat minder, daar word je keihard op afgerekend. Onvoldoende ontplooiingsmogelijkheden. De hectische combinatie van verschillende banen – ’s avonds laat optreden in Groningen en de volgende ochtend vroeg lesgeven in Brabant. De geringe beloning - je studeert je helemaal de tandjes en je krijgt voor al die uren studeren, dat reizen en gedoe een paar honderd euro, als je geluk hebt. Verder: slechte recensies of afkeurende publieksreacties.’


Het vak is dus intrinsiek zwaarder dan, zeg, advocaat of wetenschapper?

‘Dat kan ik moeilijk beoordelen. Maar wat mij altijd opvalt: musici zijn vaak van kinds af aan al bezig zijn met hun instrument; dat is verweven geraakt met hun identiteit. Dat maakt ze kwetsbaar. Ik vroeg een patiënt laatst: “Wat betekent muziek voor je?” “Tja”, zei hij, “daar heb ik niet echt iets interessants over te zeggen. Het is gewoon mijn moedertaal.”’


Waarom slikken zoveel musici bètablokkers?

‘Soms is het óf pillen, óf niet meer optreden. Bètablokkers blokkeren het autonome zenuwstelsel dat maakt dat je trilt en zweet. Als het nodig is schrijf ik ze wel eens voor. Ik vraag dan wel: wat maakt het dat je dit nodig hebt en hoe kun je afbouwen? Het kan ook zijn dat musici op een gegeven moment aan die pillen gewend zijn en niet meer zonder durven te spelen.

‘Je moet je voorstellen: je hebt dat hele drukke bestaan, verdient weinig, hebt kinderen, hebt wellicht relatieproblemen, en toch moet je ’s avonds strak in het pak op het podium zitten om een waanzinnig moeilijke Mozart-symfonie perfect te spelen. Zonder te trillen, zonder valse noten, met absolute focus en concentratie. Om dat avond aan avond vol te houden, moeten de omstandigheden goed zijn.

‘Maar vergeet niet dat er ook heel veel musici zijn die het enorm naar hun zin hebben.’


Waarom zijn psychische klachten taboe?

‘Musici zijn opgevoed met een mentaliteit die erg perfectionistisch en soms bijna obsessief is: geen gezeik, spelen! Die mentaliteit heb je ook nodig, hoor, om het hoge niveau te bereiken. Verder zorgt de concurrentie er voor dat je niet makkelijk over je zwakheden praat. En psychiatrie is sowieso nog behoorlijk taboe. Er is een hoop eenzaam geworstel. Mijn collega-musici reageren opgelucht en enthousiast: iedereen weet wel iemand voor wie het een goed idee zou zijn om eens langs te komen.’


Je zou kunnen zeggen: wie podiumvrees heeft moet geen artiest worden.

‘Zo simpel is het niet. Als muziek van kinds af onderdeel is van je identiteit, kun je daar niet zomaar mee stoppen. En economisch gedacht: mensen die ziek thuiszitten kosten de maatschappij ook geld. De mensen die ik behandel hebben psychiatrische klachten die hun functioneren belemmeren. Mijn meerwaarde is dat ik hun problemen herken. Ik zal niet zo snel zeggen: “Dan stop je toch gewoon met spelen?” Ik heb zelf ook periodes met stress gekend waardoor ik het lastiger vond om op te treden. Ik romantiseer het vak niet.’


Is het ene instrument stressvoller dan het andere?

‘Daar heb ik geen wetenschappelijk antwoord op. Wel een anekdotisch: op het conservatorium viel al op dat violisten bijvoorbeeld wat obsessiever waren; zangers en zangeressen wat meer divagedrag vertoonden; koperblazers altijd wel relaxed. Feit is natuurlijk dat bijvoorbeeld een klarinettist met een enorme solo meer stress heeft dan iemand die bij de tweede violen speelt. Op het conservatorium vroegen we in de pauze voor de grap wel eens aan de klarinettist: wat ging er nou toch mís? Er ging natuurlijk helemaal niks mis, maar dan zag je diegene helemaal ineenkrimpen, heel gemeen.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook