De motivatie om zelf na te denken is nihil Onderwijs bij Rechten moet niet strenger worden, maar wetenschappelijker
Studentenverenigingen krijgen onterecht de schuld van het lage studierendement bij Rechten. Maar in plaats van de opleiding schoolser te maken, moet de faculteit het onderwijs verbeteren, betoogt Guido Marchena. Dat is er nu namelijk enkel op gericht om studenten ‘het maar te laten halen’.
In het Leidsch Dagblad van 15 september presenteerde decaan Carel Stolker trots de nieuwe maatregelen die rechtenstudenten sneller moeten laten afstuderen. Voor elk door een student behaald punt ontvangt de universiteit geld van de overheid met twee extra grote beloningen voor het behalen van de bachelor en de master. Door studenten sneller door het traject te helpen krijgt de universiteit sneller haar beloning. Vandaar dat een taskforce de opdracht kreeg het college van bestuur te adviseren omtrent het studierendement. Alleen bleek die term niet bepaald de gewenste positieve ‘vibe’ te communiceren. De ‘taskforce studierendement’ werd omgedoopt tot ‘taskforce studiesucces’.
Een wolf in schaapskleding, zo blijkt. Voor het nieuwe regime (zie kader) bestaat geen enkel draagvlak onder studenten. Het zijn geesteloze plannen die hebzucht en gebrek aan zelfreflectie van bestuurders verraden en een aanslag zijn op de identiteit van het Leids studentenleven.
In het LD beweert Stolker dat de vrijblijvendheid van het systeem ervoor heeft gezorgd dat studenten ambitieloos zijn. De kwaliteit van het onderwijs zou hier niets mee te maken hebben, want de faculteit biedt ‘inspirerende docenten, goede vakken en studiematerialen’. De decaan durft zelfs Oxford te noemen als het gaat om het verplichtende karakter van de maatregelen. Maar om meteen klaar te zijn met slogans als ‘Leiden: het Oxford/Cambridge aan de Rijn’: de ratio professor-student toont daarvoor een te pijnlijk contrast. In Oxford is die verhouding ruim genomen één op tien, in Leiden nog niet eens één op honderd. Verder betaalt de student in Oxford en Cambridge gigantisch veel meer. Dankzij die grote financiële armslag kunnen de instellingen ook hoge eisen aan studenten stellen. Hun faciliteiten en docenten behoren tot de beste van de wereld.
Niets ten nadele van hen die roeien met de riemen die ze hebben: aan de Leidse universiteit zijn genoeg bijzondere wetenschappers en inspirerende docenten werkzaam. Verder kan ik de faculteit niet verwijten dat zij veel minder geld hebben, maar de vergelijking met Britse universiteiten getuigt van regelrechte naïviteit.
De verantwoordelijkheid voor het eerdere falen van zijn opleiding schuift Stolker iets te graag af op partijen die juist de afgelopen jaren hard bezig zijn geweest met een cultuuromslag: de studentenverenigingen. Zij hebben hun jaarplanning allang aangepast aan die van de diverse faculteiten. De opkomst bij activiteiten gedurende tentamenperiodes is aanzienlijk gedaald. Jongerejaars die tentamens hebben, worden naar huis gestuurd. Zogeheten tutorklassen en uitgebreide monitorsystemen helpen leden juist met een gezond tempo door het eerste jaar van de studie te komen. Ook studentenhuizen werken mee. Waar voorheen de eerstejaars alleen naar de sociëteit werd geschopt, wordt die nu met misschien nog meer geweld naar de Universiteitsbibliotheek geholpen. Het college van bestuur ondersteunt en onderkent de rol en inzet van de verenigingen.
Maar nu zegt de decaan dat hij ‘met ze is gaan praten’. Welnu, er is één keer een officiële bijeenkomst geweest met hem, een bestuurslid van de PKvV en de voorzitters van de vijf grote verenigingen, waarbij Stolker zijn excuses heeft aangeboden voor het feit dat hij tijdens diverse besloten en openbare gelegenheden had geroepen dat slechte studieresultaten te wijten waren aan de verenigingen. In de jaren ervoor heeft hij af en toe eens contact gehad met de verenigingen, maar een consequente, gelijkwaardige dialoog is er helaas nooit geweest. Het afgelopen jaar is er geen formele dialoog met de decaan geweest.
Wat is er wel aan de hand bij de juridische faculteit? Mijn visie is deze: er wordt niet meer aan wetenschappelijk onderwijs gedaan. Vanaf de jaren zeventig zijn er gigantisch veel studenten bijgekomen. Dat aantal wordt elk jaar groter. Het onderwijssysteem is ingericht om studenten ‘het maar te laten halen’, in plaats ze een wetenschappelijke opleiding te bieden. Stof die studenten zelf kunnen lezen, krijgen ze in hoorcolleges samengevat voorgekauwd om het in werkcolleges op een praktische manier te kunnen toetsen.
Dit staat in schril contrast met bijvoorbeeld studies aan de faculteit Geesteswetenschappen, waar docenten in colleges voortborduren op de voorbereide stof. Dit maakt het bijwonen van colleges zonder voorbereiding totaal nutteloos. Let op: dit gebeurt zonder verplichtende maatregelen. Studenten - zo heb ik zelf kunnen ervaren - worden hier automatisch gemotiveerd om de stof voor te bereiden, omdat ze anders voor niets in de collegebanken zitten en het tentamen niet kunnen halen. De resultaten van deze opleidingen zijn ontzettend goed en het systeem werkt, ongeacht de grootte van de collegezaal.
Bij Rechten biedt het systeem de studenten een stofinhoudelijke keuze. Ofwel de student leest de stof en haalt het tentamen (of niet), ofwel de student volgt zonder voorbereiding de colleges waarin de stof wordt samengevat en haalt ook het tentamen (of niet). Het wetenschappelijke aspect is ver te zoeken. De motivatie bij studenten om zelf na te denken is nihil. Op een handjevol vakken na functioneert de opleiding als een machine waar studenten als kant-en-klare producten uitkomen.
Ik zet ook mijn vraagtekens bij de financiële haalbaarheid van de plannen. Neem bijvoorbeeld het studentenmonitorsysteem: enerzijds moesten het afgelopen jaar door bezuinigingen veel niet-onderwijzende personeelsleden het veld ruimen, anderzijds moeten er nu heel veel bijkomen om de mindere studenten te ondersteunen. Studieadviseurs kunnen nu al niet alle studenten aan, hoe moet dat dan als elke student met iets te weinig punten nauwkeurig gemonitord gaat worden?
Fulmineren op een systeem is makkelijk, maar de schuld afschuiven op studenten en studentenorganen is veel makkelijker. Dat getuigt niet van zelfreflectie, maar van onwil om samen te werken, ergo arrogantie. Het is belachelijk dat goede en weloverwogen initiatieven van het college van bestuur, die na dialoog met partijen uit de gehele academische gemeenschap tot stand zijn gekomen, door de decanen zomaar opzij kunnen worden geschoven. Het toont disrespect jegens de docenten, studenten en bestuurders die hun uiterste best doen om de Leidse academische gemeenschap naar een hoger plan te tillen. Ik hoop dat in ieder geval de studentengemeenschap dit niet langer accepteert.
Guido Marchena student rechtsgeleerdheid en literatuurwetenschap, scheidend preses van het dagelijks bestuur der Plaatselijke Kamer van Verenigingen Leiden. Hij schrijft dit stuk op persoonlijke titel en verwoordt dus niet de mening van de studentenverenigingen
Met nieuwe maatregelen wil de Rechtenfaculteit het studierendement vergroten:
De bachelor moet in vier jaar zijn behaald. De geldigheidsduur van alle tentamencijfers uit het tweede en derde jaar verloopt als de student vier jaar ingeschreven staat.
Een ‘laatste vak-regeling’ voor studenten die binnen vier jaar hun bachelor bijna hebben afgerond, maar nog een klein aantal vakken missen. Deze regeling geldt voor maximaal drie vakken van samen niet meer dan 20 punten.
Een taaltoets in de propedeuse. Dit jaar start een pilot. Aan de toets worden nog geen sancties verbonden.
Een student mag maar één keer een vak herkansen.
Studenten die langzaam studeren en/of vaak herkansen krijgen mogelijk een studiecontract. De examencommissie kan aan eventuele extra herkansingen afspraken met de student over de studievoortgang verbinden. De student kan worden aangeraden om met één of meerdere activiteiten buiten de studie te stoppen.
Gedifferentieerd onderwijs. Goede studenten kunnen een excellentietraject volgen en er wordt onderzocht of werkgroeponderwijs in verschillende vormen kan worden opgesplitst.