Mare Nummer 03     17 september 2009

03

FOTO: Illustratie Michiel Walrave
Cadeautje: een hoogleraarschap
Wat heeft Jaap De Hoop Scheffer aan een universiteit te zoeken, vraagt politicoloog zich af

Hoe kan de Leidse universiteit naar excellentie streven en tegelijk Jaap de Hoop Scheffer tot hoogleraar bombarderen? Politicoloog Joop van Holsteyn vraagt zich af wat de universiteit heeft bezield om de oud-politicus te benoemen die ‘zo trouw was aan de Amerikanen dat hij de leiband nooit gevoeld heeft.’

Het is dik tien geleden dat de Universiteit Leiden wenste te koersen op kwaliteit. In het strategische document met deze titel werd, als mijn geheugen me niet bedriegt, kwaliteit boven kwantiteit gesteld. Ook als dat zou betekenen dat zich minder studenten aan de poort zouden melden. Zelfs als dat krimp in plaats van groei tot gevolg zou hebben.

Die tijd ligt achter ons en dient snel vergeten te worden. Het nieuwe instellingsplan 2010-2014 kent niet voor niets ‘groei’ als trefwoord, naast ‘inspiratie’. Alle ogen zijn gericht op de markt! Natuurlijk, Leiden blijft mikken op het beste en het hoogste – zelf had ik eigenlijk als derde trefwoord van het instellingsplan excellentie, of misschien duurzaamheid, verwacht – maar het gaat toch vooral om getallen en aantallen. Procenten marktaandeel. Rendement. Targets.

Dat het de boven ons gestelden menens is, is in de allereerste weken van het nieuwe academische jaar gebleken. Omdat het gaat om kwantiteit boven kwaliteit en er dus meer dan voorheen moet worden gemikt op de middelmaat, is dat de boodschap die op weinig subtiele wijze naar buiten is gebracht. Een kunsthistoricus en oud-veilingmeester van wie de intellectuele verdiensten onvermeld zijn gebleven wordt uitgenodigd om het academische jaar te openen; de partij van reünist Pechtold doet het immers best lekker in de peilingen. Het gerenoveerde Academiegebouw mag worden geopend door iemand van wie de grootste professionele verdienste is dat zij kind is van haar ouders. En bovenal: er wordt een benoeming tot hoogleraar geregeld voor Jaap de Hoop Scheffer, ook Minerva maar dat moet toeval zijn. Ook oud-D66 trouwens.

Wie op zoek gaat naar de wetenschappelijke kwaliteiten en capaciteiten van De Hoop Scheffer, komt met zo goed als lege handen terug. De biografische schets die op Parlement en Politiek te vinden is, is leeg als het gaat om publicaties van zijn hand. Om van een proefschrift niet te spreken. Hij heeft Nederlands Recht gestudeerd, was lid van het bestuur van de Leidse Hogeschool en zat in de beheerscommissie praktijkschool voor de veehouderij te Oenkerk, maar overige relevante kennis of didactische ervaring is niet te vinden. Daar windt hij zelf trouwens nauwelijks doekjes om. ‘Ik zie mezelf als een praktijkhoogleraar. Ik heb geen wetenschappelijke kwalificatie en die pretentie heb ik ook niet’, liet hij het Leids Dagblad (29 augustus 2009) optekenen.

Dat is eerlijk en waarschijnlijk correct. Maar dat roept des te klemmender de vraag op wat de Leidse universiteit heeft bezield om De Hoop Scheffer voor drie jaar op de Kooijmansleerstoel voor vrede recht en veiligheid te benoemen. Niet tot praktijkhoogleraar overigens, want die categorie kent deze universiteit niet. Trouwens, die benoeming is op een merkwaardige manier verlopen, als we de hoofdrolspeler op zijn woord mogen geloven. Op de vraag of hij had gesolliciteerd naar het hoogleraarschap kwam een ontkenning, want zoiets gaat heel anders: ‘Zo ging het niet, in onderling overleg met de rector leek het ons beiden een goed idee. Men vond het kennelijk aardig om mij te vragen, en ik vond het aantrekkelijk omdat ik voor dit vak rijkelijk uit eigen ervaring kan putten’. Ik kan me de geadverteerde vacature inderdaad niet voor de geest halen.

De eigen ervaring van De Hoop Scheffer, tja. Als diplomaat, als CDA’er, als bewindspersoon, als atlanticus en iemand die zo trouw is aan de Amerikanen dat hij de leiband nooit gevoeld zal hebben? Die ervaring rechtvaardigt een hoogleraarschap? Een ervaring waarover hij niet ten volle en in vrijheid kan en wil spreken daarenboven. Hij geeft toe dat hij niet over alles opening van zaken geven kan, en heeft helemaal geen zin om de politiek ‘te gaan overdoen’. Dus bij vragen over de Nederlandse betrokkenheid bij de strijd in Irak, sorry, dan past de hoogleraar. Zijn hoogleraarschap is gebaseerd op een bescheiden deel van zijn ervaring, het minder relevante en interessante. De zoektocht naar de wetenschappelijke kwalificaties levert bij De Hoop Scheffer al met al niet meer op aan bewijs op dan het zoeken naar de massavernietigingswapens in Irak ooit deed.

Dat Letland Jaap de Hoop Scheffer de Orde van de Drie Sterren heeft gegeven, ’t is prachtig. Maar dat de Universiteit Leiden hem op een achternamiddag een hoogleraarschap cadeau doet, dat stemt niet vrolijk. Werkt trouwens ook weinig inspirerend op medewerkers, stel ik mij zo voor. Bij een universiteit die zich wenst te positioneren als Europese researchuniversiteit en meent dat academisch onderwijs verweven is met hoogwaardig onderzoek, aldus de missie in het recente instellingsplan, staan woorden heel, heel ver af van daden.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook