Zijn het aliens of toch niet? Mysterieuze beesten, van linksboven met de klok mee: het Montauk Monster bleek een deels verteerde wasbeer, het aangespoelde karkas in het Russische Sakhalin was eigenlijk een beloegawalvis en de ‘dinosaurus’ was het product van huisnijverheid.
‘Alien stamt af van aardse vis’ Buitenaardse wezens langs de lat van de evolutie
En weer haalt een alien het wereldnieuws. Jammer genoeg – of gelukkig – vallen alle mysterieuze monsters al snel door de mand. Ze zien er niet eens uit als buitenaardse wezens. Toch moeten die er zijn, al is dat niet op aarde.
DOOR BART BRAUN In 2007 vond de Mexicaanse boer Marao Lopez naar eigen zeggen een vreemd wezen in een van de vallen op zijn erf. Omdat het er zo eng uitzag, probeerde hij het te verdrinken in een slootje. Dat ging niet vanzelf: tot drie keer toe moest hij het kopje onder duwen, en de worsteling duurde meer dan een uur. Twee jaar later kwam het beest op de Mexicaanse televisie, en vanuit die startblokken veroverde de baby alien het wereldnieuws.
De Telegrafen en Bild Zeitungen van deze wereld berichtten vrolijk over het vermeende buitenaardse wezen. Een heuse ufo-deskundige zei dat het geen hoax was, dus knallen maar. Een goed verhaal moet je niet doodchecken. Bovendien hadden ‘wetenschappers’ ernaar gekeken, en die hadden vastgesteld dat er geen DNA inzit!
Wie de internationale nieuwsstromen een beetje in de gaten houdt, ziet elk jaar wel een mysterieus schepsel langskomen. Verleden jaar was er het Montauk Monster, aangespoeld op een surfstrandje in de staat New York.
In 2006 spoelde er een karkas met een snavel-achtige bek aan in het Russische Sakhalin. Een paar maanden daarvoor circuleerde er een foto van een dinosaurus-achtig beestje met een driehoekige kop over het internet. En elke keer is er wel iemand te vinden die roept dat het een buitenaards wezen is, en elke keer is er een journalist te vinden die dat opschrijft.
Wat de dieren daadwerkelijk zijn, verschilt. Het beestje in de emmer was nep, het resultaat van huisnijverheid. Het Russische karkas was voor kenners onmiddellijk herkenbaar als dat van een beloega-walvis. De term ‘Montauk Monster’ werd langzaam synoniem voor ‘onherkenbaar verrot aangespoeld beest’, maar het originele monster bleek een dood wasbeertje te zijn, dat wat boventanden miste. De Mexicaanse baby-alien zou een nieuwe diersoort kunnen zijn, al lijkt een gevild aapje waarschijnlijker. Maar alle vier zijn het geen buitenaardse wezens. Zeker weten.
De Tinbergenlezing van verleden jaar werd gegeven door Neil Shubin, schrijver van het boek De vis in ons. Het punt van dat boek is dat wij mensen de sporen van miljoenen jaren evolutie met ons meedragen. Net als alle andere gewervelde dieren op het land stammen we af van een vis.
En dat is precies waar die zogenaamde ufo-deskundige de fout in gaat. Hij wijst erop dat de gehoorbotjes van dealienbaby heel anders zijn dan bij apen, en dat de tanden geen wortels hebben, zodat ze lijken op die van hagedissen in plaats van die van apen. Maar gehoorbotjes zijn geëvolueerd uit vissenkaken, en tanden uit vissenschubben.
Het hebben van tanden, vier poten, haren, een neus boven de mond, het zijn allemaal sporen van de vis in de zogenaamde aliens. Het is alsof een ontdekkingsreiziger een onbekend eiland vindt, waarvan de inboorlingen door puur toeval Nederlands spreken. Als je een mysterieus karkas vindt dat ook maar in de verste verte lijkt op een zoogdier of hagedis, dan is het gegarandeerd geen buitenaards wezen.
Het valt ronduit tegen met de buitenaardse wezens op aarde. De cryptische beesten blijken keer op keer toch gewoon hier te zijn geboren, en de bezoekers in hun ufo’s lijken alleen te bestaan in de verwarde geesten van ufologen. Toch lijkt het erop dat er buitenaards leven moet bestaan.
‘Alle eigenschappen die we in ons zonnestelsel zien, zijn ook elders in grote hoeveelheden aangetroffen’, legt sterrenkundige Vincent Icke uit. ‘Vroeger dachten mensen dat de zon bijzonder was, maar dat is niet zo; er zijn miljarden sterrenstelsels met elk miljarden sterren, en daar zitten er een hoop bij die op onze zon lijken. Planeten blijken al evenmin bijzonder, er is aangetoond dat die juist vrij normaal zijn.’
Hij vervolgt: ‘Het materiaal van het leven is niet bijzonder. De troep waar wij uit gemaakt zijn, ligt overal voor het oprapen. De enige eigenschap die hier voorkomt waarvan we niet zeker weten dat die ook elders in het heelal te vinden is, is leven. Omdat we al die andere dingen wel overal vinden, ligt het voor de hand om te denken dat er op andere plekken in het universum ook wel leven zal zijn.’
Het is een prachtige aanname, en het enige dat nog ontbreekt om hem te ondersteunen is bewijs. Icke: ‘De voornaamste reden daarvoor is waarschijnlijk dat we het nog niet gevonden hebben. Om dat te illustreren kunnen we de situatie het beste omkeren. Stel: u leeft op een planeet rond de dichtstbijzijnde normale ster, Alpha Centauri. En stel dat u zou kijken naar de zon, zou u dan leven zien? Het antwoord is waarschijnlijk nee.’ Omgekeerd zijn aardse astronomen nog niet in staat om te bepalen of er überhaupt planeten zijn te vinden daar. Uit computermodellen blijkt dat ze er zouden kunnen zijn, maar opsporen is vooralsnog een technologisch niet haalbaar. Planetenjagers vinden nu nog vooral hele grote reuzenplaneten, die zo dicht bij hun ster staan dat er continu een steriliserende lading hitte en straling op ze neerdaalt.
Dat gaat veranderen. Telescopen worden gevoeliger, sterrenkundigen verzinnen steeds slimmere trucs om zoveel mogelijk informatie uit hun data te persen en hoe langer je zoekt, hoe groter de kans dat je iets vindt. Als er iets te vinden is, tenminste.
Icke denkt van wel: ‘De twintigers onder uw lezers zullen nog meemaken dat op een exoplaneet atmosferische sporen van leven worden aangetroffen. Daar ga ik zelfs een vette weddenschap op aan. Een buitenaardse intelligentie zou ook de wenkbrauwen optrekken bij het zien van de spectraallijnen van onze atmosfeer.’ Daar zit namelijk teveel zuurstof in, een situatie die in stand wordt gehouden doordat leven op aarde – planten – dat uitademt.
‘Maar’, vervolgt Icke. ‘Met het hele gedoe rond vliegende schotels heeft dat allemaal niets te maken. Dat gaat om ruimte-reizigers; dat is vele ordes van grootte lastiger. Wetenschappers worden daar een beetje bokkig van, er bestaat geen enkel bewijs voor en wij kunnen het in elk geval helemaal niet. Communiceren met een samenleving die lichtjaren verderop woont zou in theorie nog kunnen, maar reizen is echt een brug te ver.’
De Mexicaanse baby-alien is blijkbaar een wezen dat een eindeloze ruimtereis heeft gemaakt met onvoorstelbare technologie, om vervolgens in een primitieve vossenklem te stappen. En ondanks dat het uit de ruimte komt, moet het gezien zijn uiterlijk afstammen van een aardse vis. Het wordt steeds aannemelijker waarom er geen DNA in dat lijkje zit. Latex en plastic bevatten namelijk geen DNA.
Star Trek deed het wel goed
Allevier de ‘aliens’ lijken teveel op wezens die we al kennen op aarde om echte aliens te kunnen zijn. Hetzelfde geldt overigens voor vrijwel alle buitenaardse wezens uit de sciencefiction. Het zijn ietsjes aangepaste draken, poezen, teddyberen of mensen met puntoortjes, en ze zien er maar zelden echt buitenaards uit. Sterker nog: ze zien er minder exotisch uit dan veel van de gekkere beesten die we hier op aarde hebben.
In sommige sciencefiction dringt dat besef langzaam door: in Star Trek verzonnen de makers een oeroud ras dat diverse planeten bezaaide met DNA, zodat er allemaal intelligente rassen zouden ontstaan die sprekend lijken op mensen. De alien uit Alien, met zijn vijf vingers, ruggenwervels en parasitaire levenswijze die precies geschikt is om van mensen te leven en hun immuunsysteem te ontwijken, was veel te aards voor een buitenaards wezen. In de film Alien vs. Predator werd uitgelegd dat ze op aarde waren gefokt, opgekweekt in mensen, met als doel een waardige prooi te zijn voor de Predators. De Predators zelf liepen op twee benen, hadden twee ogen, vijf vingers, een neus boven hun mond en haren. Het originele ontwerp voor die buitenaardse wezens was overigens exotischer, maar viel uit elkaar tijdens het filmen in de jungle.