Leidse criminologen voerden, in opdracht van Justitie, een onderzoek uit naar zogeheten informele huwelijken. Dat zijn onwettige verbintenissen omdat ze alleen door een religieuze instantie worden bezegeld en niet door een ambtenaar. Aan het woord is Joanne van der Leun, een van de onderzoekers. Harde resultaten bleven uit.
Waarom?
‘Sommige onderdelen van het onderzoek geven geen harde uitkomsten. Het is de opdracht van minister Hirsch Ballin geweest om een verkennende studie te doen die een beeld moet geven van deze huwelijken. Diy naar aanleiding van eerdere Kamervragen. Kamerleden reageerden hiermee op de berichtgeving in de pers over het groeiende aantal islamitische huwelijken. Echter, voor meer duidelijkheid moet een diepteonderzoek gedaan worden, die langer duurt.’
Moet de overheid zich bemoeien met deze huwelijken?
‘Over informele huwelijken is al jaren een discussie gaande, ook over wat voor beleid daarbij gevoerd moet worden. Echter, niet alle informele verbintenissen vormen een probleem. Gekeken moet worden naar in hoeverre dit soort afgesloten huwelijken vallen onder het strafrecht. De zorgelijke gevallen moeten dan worden aangepakt. Dit is anders dan het algemene verschijnsel aanpakken. Zo is het niet nodig om gevallen aan te pakken waarbij het eigenlijk om een bevestiging dan wel viering van de verbintenis gaat. Er moet wel opgetreden worden tegen zaken waar een godsdienstige dienaar, zoals een imam, aan te pas komt om daadwerkelijk het huwelijk af te sluiten.’
Pers en politiek spreken vooral over ‘islamitische huwelijken’. Terecht?
‘Het politieke debat gaat vooral over het informele islamitische huwelijk. Als wetenschapper heb ik het onderzoek wat breder aan willen pakken en ook gekeken naar andere vormen van religie, zoals het hindoeïsme. Zo zie je het verschijnsel van informele religieuze huwelijken breder terug.
‘Het is tekenend dat we ons alleen zorgen maken over islamitische huwelijken. Het was een voorverkennend onderzoek en Justitie beslist daarin verder in hoeverre zij aandacht geeft aan de islamitische kwestie.’
Vreest men voor radicalisering als het om moslimhuwelijken gaat?
‘Natuurlijk komt het wel eens voor dat vrouwen aan mannen gebonden worden voor radicale doeleinden, zoals gebeurde binnen de Hofstadgroep. Maar het is eerder een kwestie van modernisering. Waar het over het algemeen over gaat, is dat de tweede generatie moslims en bekeerlingen modern willen zijn en tegelijkertijd iets met hun achtergrond willen doen. Daarnaast wordt het ook gezien als een tussenstap, een proefhuwelijk, om te kijken of het goed gaat. Het radicaliseringproces wordt te veel opgeblazen, er wordt gegeneraliseerd. We moeten niet overdrijven.’