Mare Nummer 02     10 september 2009

02

FOTO: Marc de Haan
Lege zalen
Is er geen zitplek te vinden of krijg je privéles?

DOOR ARJEN VAN VEELEN ‘Het is mijn hoop’, zegt Dr. J.G. Dercksen, terwijl hij een afgietsel toont van een Oud-Assyrische brief in spijkerschrift, ‘dat u dit straks kunt lezen.’

Eén student heeft zich dit jaar aangemeld voor de studie Talen en Culturen van Mesopotamië en Anatolië (TCMA), platweg kleitablettenstudies. Vorig jaar kwam er ook maar één student op af.

De lichting 2009 bestaat uit Jan Dirk Albregtse. Hij heeft al een bachelor bestuurskunde in Rotterdam op zak en bijna een bachelor geschiedenis. Hij had tijd over, dit jaar, naast zijn geschiedenisstudie. Hij koos voor het spijkerschrift vanwege zijn interesse in Assyrische oorlogsvoering. En omdat hij iets wilde leren wat niemand anders kan. Dat hij nu privé-onderwijs krijgt voor een prikkie, is een bijkomend voordeel.

De foto hierboven is gemaakt na afloop van het college; in werkelijkheid was het wat minder leeg bij het college Inleiding Akkadisch. Behalve Jan Dirk, de enige voltijdstudent, waren er vijf promovendi theologie en één bijvakstudent Chinees. Akkadisch is een taal die tot twee millenia terug gesproken werd in het oude Irak. De studenten leren met name het dialect Oud-Babylonisch, bekend van het Gilgamesj-epos.

In het zaaltje gaat voor de volledigheid een presentielijst rond.‘Wat nu volgt, kan gortdroog lijken’, veronschuldigt Dercksen zich vooraf. Maar dan heeft u het tenminste gehad.’ Hij heeft niets te veel gezegd. Weinig sprankelend is de eerste kennismaking met het Akkadisch. De studenten leren het verschil tussen de vocalen Alef 1 en Alef 2 en hun effect op de omringende consonanten. En de eigenaardigheden van sommige naamvallen. Het tempo is hoog, de stof taai. Systematisch leidt Dercksen de studenten door de eerste bladzijden van A grammar of Akkadian van John Huehnergard (647 pp.). Na anderhalf uur ononderbroken collegegeven is het klaar. ‘Donderdag gaan we verder met het persoonlijk voornaamwoord.’

‘Wij bruisen toch wel van het leven’, zei de professor van de opleiding, Wilfred van Soldt, eerder, zonder ironie. Hij doelde dan ook niet op de studentenaantallen, maar op het onderzoek. Zijn mini-opleiding telt maar liefst negen promovendi, waaronder iemand uit China. En de groep is ondernemend. Er bestaan levendige banden met onderzoekers in Syrië, Turkije en Irak. Onlangs waren er twintig Iraakse studenten over de vloer. Binnenkort starten er opgravingen in dat land.

Van Soldt: ‘Ik zeg al twintig jaar: als je dit wilt behouden moet je niet zeuren en geld beschikbaar stellen. Als je het niet wilt behouden, schaf je het af.’ Dit is het laatste jaar dat de opleiding zelfstandig bestaat. Volgend jaar wordt de propedeuse gedeeld met enkele andere dode talen in de hoop meer studenten te trekken.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook